Gerry van der List

Rebellen van nu bestrijden staatspaternalisme

Door Gerry van der List - 13 april 2015

Historische vergelijkingen gaan vaak mank. Wat in het ene tijdperk progressief overkomt, kan in andere tijden juist conservatief zijn. Het heeft weinig zin om Cort van der Linden ten voorbeeld te stellen aan zijn nazaat Mark Rutte.

De bewondering begint geleidelijk om te slaan in irritatie. Twee jaar geleden dwong Rutger Bregman respect af met De geschiedenis van de vooruitgang, een knappe studie waarin de historicus zich heeft verdiept in het gevoel van onbehagen van moderne mensen over de maatschappelijke evolutie terwijl ze het objectief gezien best goed hebben.

Ze zijn veiliger, rijker en gezonder dan ooit. De geëtaleerde eruditie en ambitie in het boek vielen des te meer op door de jeugdigheid van de, in 1988 geboren, auteur.

Bregman groeide snel uit tot een gewaardeerde intellectueel die zich overal mag uitspreken over politiek, economie en samenleving. Een progressieve geest die pleit voor een terugkeer van het utopisch denken.

Hij is dan ook een vaste medewerker van De Correspondent, een journalistiek onlineplatform voor sympathisanten van GroenLinks die voor hun geestelijke voeding niet genoeg hebben aan het doorworstelen van het weekblad De Groene Amsterdammer.

Een van zijn stokpaardjes is het basisinkomen dat hij elke burger gunt. Een irreëel ideaal natuurlijk. Praktisch onbetaalbaar en principieel verwerpelijk omdat het uitgaat van de gedachte dat iedereen, ongeacht zijn intenties en prestaties, zomaar maandelijks van overheidswege een fors bedrag op zijn bankrekening gestort moet krijgen.

Gratis geld voor iedereen heet een vorig jaar verschenen boek van de hand van Bregman, een titel die veel zegt over zijn economische lichtzinnigheid.

Dromers

Bregman houdt zijn lezers graag voor dat veel is bereikt door dromers. Hij klinkt als de ex-Beatle John Lennon in het liedje Imagine: ‘You may say I’m a dreamer/ but I’m not the only one.’ Waarbij hij gemakshalve voorbijgaat aan de grote, materiële en immateriële, kosten van het najagen van politieke illusies. Maar goed, het verkondigen van wereldvreemde ideeën hoort bij het takenpakket van de linkse intellectueel.

Ergerniswekkender wordt het wanneer Bregman meer realistische types de progressieve maat gaat nemen. Zoals in zijn net gepubliceerde essay voor de Maand van de Filosofie, Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers, geschreven samen met Jesse Frederik, een maatje van De Correspondent.

De auteurs menen premier Mark Rutte onder vuur te moeten nemen omdat de VVD’er niet dezelfde standpunten inneemt als een liberale betovergrootvader in zijn ambt. Pieter Cort van der Linden (1846-1935) was in hun ogen een liberaal die zijn eigen ideologie serieus nam. Als premier (1913-1918) dacht hij de staat een belangrijke rol toe bij het lenigen van sociale noden.

Onvergelijkbaar

Nu is het zeker zo dat de laatste liberale premier vóór Rutte een vooraanstaande politicus was met grote verdiensten. Hij vernieuwde het liberalisme doordat hij afstand nam van het laissez faire-denken van klassieke liberalen als Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872). Zonder uit het oog te verliezen dat politiek de kunst van het haalbare is. Cort van der Linden was een pragmatische sociaal-liberaal.

Maar het heeft weinig zin om hem ten voorbeeld te stellen aan zijn verre nazaat Mark Rutte. De omstandigheden zijn onvergelijkbaar.

Nederland aan het begin van de twintigste eeuw kende een kleine overheid die de zwakkeren in de maatschappij grotendeels aan hun lot overliet. Een eeuw later hebben we te maken met een overbelaste verzorgingsstaat die enorm hoge belastingen heft, zich overal mee bemoeit en een eindeloze reeks maatregelen treft om de ongelijkheid te verkleinen.

Verwarring

Historische vergelijkingen gaan vaak mank. Wat in het ene tijdperk progressief overkomt, kan in andere tijden juist conservatief zijn. Als uitbreiding van het overheidsingrijpen een eeuw geleden een verstandige koers was, wil dit absoluut niet zeggen dat dit nu ook het geval is.

Parallellen trekken tussen het beleid van Rutte en dat van Thorbecke of Cort van der Linden schept meer verwarring dan helderheid.

Wel moet duidelijk zijn dat de staat bij het streven naar liberale idealen als individuele verantwoordelijkheid en vrijheid nu geregeld eerder een obstakel vormt dan een hulpmiddel.

Het liberalisme was in de negentiende eeuw een rebelse beweging in zoverre het zich keerde tegen het vrije spel der maatschappelijke krachten, betoogt Bregman. Dat is veranderd. De echte rebellen zijn tegenwoordig denkers en politici die het durven opnemen tegen conservatieve sociaal-democraten en het staatspaternalisme willen terugdringen.

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.