Afshin Ellian Afshin Ellian

Wie mensenrechten ziet als onveranderlijk, bedreigt de vrijheid

Door Afshin Ellian - 15 april 2015

Niet de moslimterroristen, maar de mensenrechtenfundamentalisten zijn de grootste bedreiging van onze vrijheden. Wie mensenrechten benadert met religieus fanatisme, verliest de realiteit uit het oog.

Ooit vormden mensenrechten de belangrijkste component van het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten. Hetzelfde gold voor Europa.

Een eenduidig mensenrechtenbeleid was er niet – er waren minstens drie uitgangspunten aangaande de mensenrechten.

Het eerste was gebaseerd op het cultuurrelativisme. Mensenrechten zijn een Europese uitvinding; Europese en aanverwante culturen zijn verbonden met dit begrip. Andere culturen ontwikkelen zich niet volgens het Europese denken.

Marxisten

Cultuurrelativisten vinden dat het Westen respect moet hebben voor andere culturen. Daarom mag volgens het Westen zich volgens hen niet bemoeien met andere culturen. Wat wij mensenrechtenschendingen noemen, noemen zij de traditie.

De marxisten nemen daarin een bijzondere positie in. Zij hebben niets met het recht op vrijheid. Dat is niet onbegrijpelijk, het zijn totalitaire figuren.

Daarentegen richten ze zich op economische vraagstukken en machtsaanspraken van ‘onderdrukten’, waarmee ze vooral de heersende elites bedoelen in Cuba, Iran, Syrië of die in Libië onder wijlen kolonel Muammar al-Khaddafi.

Antiwesterse en anti-Israëlische elementen vormen het scharnier van de marxistische en neomarxistische ideologieën.

Religieus

Het tweede uitgangspunt omtrent het mensenrechtenbeleid noem ik ‘mensenrechtenfundamentalisme’. Alles heet dan mensenrechten. Het is een religieuze manier van denken.

Alle morele, economische en sociale vraagstukken moeten worden bestudeerd in het licht van mensenrechten. Alles wat de kritische toets van de mensenrechten niet doorstaat, is fout en ongeldig.

In dit wereldbeeld bestaat geen ruimte voor realpolitik, economische afwegingen of zelfs culturele afwegingen. Deze groep streeft naar een nieuwe utopie, de mensenrechtenwereld.

Idyllisch

Zo’n wereld is idyllisch en er leven slechts fatsoenlijke mensen. Mensenrechtenfundamentalisme zal uiteindelijk eindigen in een dictatuur, omdat mensenrechten als religie de bouwstenen zijn van de absolute waarheid.

Wie deze absolute waarheden niet kan verdragen, zal daartoe door de religieuze staat van mensenrechten op zachte wijze worden gedwongen. Het streven naar perfectie tolereert geen imperfecte mens.

Derhalve zullen alle oorlogen worden gevoerd in naam van de menselijkheid met een beroep op de mensenrechten.

Zachte dood

Mensenrechten als religie maken een einde aan de politiek, want politiek veronderstelt een mogelijke verandering van het wettelijke systeem. Het risico dat het systeem van mensenrechten ooit door de politiek kan worden omvergeworpen, maakt dat mensenrechtenfundamentalisten de politiek willen juridiseren.

De politiek sterft dan een zachte dood: juridisering van de politiek leidt uiteindelijk tot onvrijheid en oproer onder het volk. Het volk is immers geen statisch begrip. Mensen veranderen continu.

Realisme

Het derde uitgangspunt omtrent mensenrechtenbeleid schaar ik onder het realisme. Het is uitgevonden tijdens de Koude Oorlog. Mensenrechten vormen geen geloof, maar een minimale ultieme begrenzing van een politieke orde. Ze zijn beslist niet bedoeld om te egaliseren.

De sociale grondrechten vormen daarbij idealen, maar geen concrete opdrachten. Vrijheid en gelijkheid voor de wet zijn het wezen van de mensenrechten. Daarom is het aan de politiek, de organisatie van een volk, om de reikwijdte en de grenzen van de mensenrechten telkens vast te stellen.

Exceptioneel

Die zijn elke keer weer anders. Een eeuwig recept bestaat niet: het gaat om meer of minder. Een realistische visie over de mensenrechten erkent altijd het primaat van de politiek en dus ook de mogelijke tijdelijke inperkingen – en in een exceptionele situatie zelfs de uitschakeling – van deze rechten.

Daarbij kunnen we denken aan artikel 103 van de Grondwet aangaande de uitzonderingstoestand: de handhaving van zowel de inwendige als de uitwendige veiligheid. Niet de rechters maar de politiek bepaalt of sprake is van een uitzonderingstoestand.

Wijsheid

Het realisme zoekt naar een evenwicht dat door maatschappelijke en politieke wijsheid kan worden bereikt.

Tegelijkertijd erkent de realistische mensenrechtenvisie dat ook alle andere volkeren en culturen onder een regime van mensenrechten kunnen leven. Dat geldt zeker ook voor een multiculturele samenleving.

Alle culturele en religieuze achtergronden moeten in hun uiterlijke handelingen de uiterste grenzen van mensenrechten in acht nemen. Daarbij zou het uitgesloten moeten zijn om met een beroep op culturele eigenheid de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst van anderen te schenden.

Vijand

Inderdaad, dit leidt tot conflicten in de samenleving. Daarvoor is er de rechter die conflicten op vreedzame wijze moet beslechten.

Wie is de grootste vijand van de mensenrechten in Europa? Dat zijn niet de moslimterroristen. Zij zijn de vijanden van de vrijheid en gelijkheid, maar ze zijn niet de gevaarlijkste, omdat ze niet over juridische en politieke macht beschikken. Terroristen zijn gewoon criminelen.

De gevaarlijkste vijanden van de mensenrechten zijn de fundamentalistische mensenrechtenaanhangers. Het zijn religieuze types die in mensenrechten niet een systeem van vrijheden, maar de absolute waarheid zien.

Onvrijheid

Doordat de mensenrechtenfundamentalisten het primaat van de politiek afwijzen, brengen ze uiteindelijk de onvrijheid teweeg. Waar de onvrijheid begint, eindigen de rechten van de mens.

De mensenrechten moeten worden gered van het fundamentalisme.

Vrijdag bespreek ik de internationale dimensie van mensenrechten: dictators, mensenrechten en realpolitik.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.