Afshin Ellian Afshin Ellian

Briljante Hans Jansen was schrik van alles wat politiek-correct is

Door Afshin Ellian - 08 mei 2015

Op 5 mei overleed islamoloog Hans Jansen. Een man met een enorme schrijflust, veel humor – en enigszins paniekerig van aard. Onze eerste ontmoeting was, niet toevallig, onder de dreiging van radicale moslims.

Deze week wilde ik hem bellen, ik had hem al een tijdje niet gesproken. Maar hij is er niet meer. Prof.dr. Johannes J.G. Jansen is plotseling heengegaan.

De vrolijke man met een waanzinnige kennis van de islam, het christendom en het jodendom is niet meer.

Onze kennismaking was in de herfst van 2002. Naar aanleiding van de eerste dreigementen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, kwamen enkele personen bijeen, onder wie Ayaan zelf, Hans Jansen en ik.

Zo hebben we elkaar leren kennen. Een kennismaking onder de dreiging van de radicale moslims.

Komisch

We behoorden allebei tot de zogenoemde ‘vrienden van Ayaan’, een begrip geïntroduceerd door de vijanden van Ayaan.

Dat waren in dit geval geen jihadisten, maar politiek-correcte columnisten en politici. Het was komisch allemaal: het werd Ayaan verweten dat zij vrienden had.

Halsoverkop maakte columnist Frits Abrahams, een paar dagen na de moord op Theo van Gogh, een lijst van vrienden van Ayaan. Een dag later kwam ik die lijst tegen op een forum waar boze moslims hevig discussieerden over die ‘vrienden van Ayaan’. Wie zijn ze, vroegen ze zich af.

De jihadisten hoefden dat niet zelf te onderzoeken – het antwoord werd hun aangereikt.

Onzalig

U ziet: er waren politiek-correcte columnisten die Ayaan en haar vrienden haatten. Het recht om te haten is niet voorbehouden aan jihadisten. Ook sommige politiek-correcte figuren maken ruimschoots gebruik van dit onzalige recht.

Hans Jansen was een grote geleerde. Hij schreef maar liefst zeventien boeken, en schreef talloze essays en columns. Hans was zijn tijd altijd ruimschoots vooruit. Al op 3 februari 2004, ruim voor de moord op Theo van Gogh, sprak hij zijn oratie uit over De radicaal-islamitische ideologie: van Ibn Taymiyya tot Osama ben Laden.

Oorlogstheologie

Zijn oratie behelst het tijdperk van de Mongolen – Bagdad was al door de Mongolen in de as gelegd. Het duurde echter niet lang voordat ook de Mongolen moslim werden. De Syrische geleerde Ibn Taymiyya ontwikkelde volgens Jansen ‘een serieuze anti-mongoolse oorlogstheologie’.

In die theologie staat, schrijft Jansen, de term ‘takfir’ centraal. Ibn Taymiyya bestempelde de Mongoolse heersers inderdaad tot kafir omdat zij, ondanks hun bekering tot de islam, de sharia niet hadden opgelegd: ‘Door de islamitische wetgeving, de sharia, niet ingevoerd te hebben is hij in de visie van Ibn Taymiyya sinds zijn bekering niet alleen kafir maar zelfs afvallige. En een afvallige verdient volgens de regels van de islam de doodstraf.’

Mohammed Bouyeri

De hele uiteenzetting van Jansen is niet alleen briljant maar ook heel belangrijk.

Op dat moment was Mohammed Bouyeri bezig om legitimatie te vinden voor het doden van onder anderen Ayaan Hirsi Ali. Ook zocht hij een legitimatiegrond voor het doden van de beledigers van Mohammed.

Die grond vond hij in de teksten van Ibn Taymiyya. Hij vertaalde een van die teksten zelfs, en zette hem op internet. Dat was niet onbegrijpelijk: Ibn Tyamiyya was de denker voor alle radicale moslims: dus ook voor Osama bin Laden. Al-Qa’ida citeert Ibn Taymiyya geregeld in verklaringen.

Doorn in het oog

De Nederlandse vertaling van de Koran die Hans Jansen maakte, wordt nog altijd wordt gebruikt. Hij beheerste de klassieke Arabische taal uitstekend. Later schreef hij twee boeken over de profeet Mohammed: over Mohammed in Mekka en over Mohammed in Medina.

Hans kon heel mooi en met de nodige humor schrijven. Daarbij denk ik meteen aan het woord ‘oorlogstheologie’. Dat is echt geestig. Maar bovenal was Hans politiek-correcte islamologen die zelf weinig hadden gepresteerd een doorn in het oog. Weinigen kunnen in zijn schaduw staan.

Paniek

Wel kon Hans snel in paniek raken. Enkele jaren geleden was zijn laptop gestolen. Hij belde mij op om mij te vertellen dat daarin zijn mailwisseling met een CIA-medewerker was opgeslagen.

Uiteindelijk bleek dat probleem niet zo moeilijk op te lossen. Hans werd inderdaad geregeld benaderd door inlichtingendiensten. Ook zij wilden gebruikmaken van zijn kennis.

Velen zijn in de loop der jaren door hem opgeleid. Hans Jansen was een echte leraar, niet slechts een hoogleraar.

Ik was tegen zijn deelname aan de verkiezingen. ‘Waarom, Afshin?’ vroeg hij me, waarop ik zei: ‘De wereld heeft je kennis nodig, schrijf mooie boeken, het is zonde van de tijd om in Brussel te zitten, voor welke partij dan ook.’

Hans Jansen was een uitmuntende islamoloog. Zijn afwezigheid is ook daarom een groot verlies in de academische debatten en de publieke opinie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.