Gerry van der List

Met zijn rare observaties versterkt Joris Luyendijk misverstanden

Door Gerry van der List - 07 mei 2015

Joris Luyendijk, die zich als ‘antropoloog’ op onbekende terreinen begeeft, lijkt het zicht op de realiteit te hebben verloren. Dat blijkt onder meer uit zijn constatering dat Nederland lijdt onder een algeheel moreel verval.

Journalisten willen nog weleens schrijven over onderwerpen waarvan ze weinig verstand hebben. Het grappige is dat Joris Luyendijk van deze tekortkoming een handelsmerk heeft gemaakt.

In het begin van zijn loopbaan liet de arabist – heel ouderwets – zijn licht schijnen over zaken waarvan hij eerder studie had gemaakt, zoals achterlijke islamitische opvattingen in Egypte in het boekje Een goede man slaat soms zijn vrouw.

Maar nu heeft hij de gewoonte ontwikkeld om zich, als ‘antropoloog’, te begeven op onbekende terreinen in de hoop en verwachting dat dan een ‘leercurve’ ontstaat, zoals hij dit noemt. Zo publiceerde hij beschouwingen over de vaderlandse politiek en elektrische auto’s.

Dat deze aanpak in elk geval commercieel succes niet in de weg hoeft te staan, blijkt uit de verkoopcijfers van Dit kan niet waar zijn. Zijn boek over de City, het financiële centrum van Londen, is een bestseller, die van de auteur een grootverdiener maakt.

Tegelijkertijd heeft Luyendijk de status gekregen van een nieuwe Geert Mak, van een moreel geweten in een gewetenloze wereld. Bij het uitdragen van zijn visie versterkt hij helaas hardnekkige misverstanden over economie en ethiek.

Illusie

Een gevaarlijke denkfout is al meteen te vinden in de inleiding van Dit kan niet waar zijn. Luyendijk is ervan overtuigd dat de stuurloze financiële wereld op een ravijn af koerst en de hele samenleving dreigt mee te slepen. Hij maakt een vergelijking met een brand in een vliegtuig, die verontruste passagiers naar de cockpit doet snellen om tot hun schrik te constateren dat er niemand aan de stuurknuppel zit.

Deze zorg over een lege cockpit past bij een typisch linkse maatschappijvisie. De samenleving valt in die optiek te vergelijken met een vliegtuig waarbij de passagiers, veilig ingesnoerd en voorzien van een natje en droogje, door een capabele piloot comfortabel naar de plaats van bestemming worden gebracht.

Maar zo werkt het niet in het echte leven. Een samenleving is het product van talloze beslissingen van individuen die zelf hun eigen weg kiezen. Pogingen om de burgers van hogerhand allemaal dezelfde richting op te sturen, berusten op de illusie van een maakbare samenleving en leiden in de praktijk tot veel narigheid. Kijk naar de planeconomieën in communistische landen.

Naastenliefde

Progressieve geesten als Luyendijk worden altijd erg zenuwachtig van het marktmechanisme, een spontaan maatschappelijk proces dat functioneert zonder ‘cockpit’. Zij gebruiken woorden als ‘amoreel’ en ‘immoreel’ om hun afkeer kracht bij te zetten en verachten het, als ordinair en egoïstisch ervaren, streven naar winst in een kapitalistisch stelsel.

Maar de schoonheid van de vrije markt is dat mensen slechts winst maken als zij iets doen of produceren waaraan hun medemens plezier beleeft.

Dit mechanisme is goed belicht door Adam Smith (1723-1790). De Schotse moraalfilosoof wees op de motieven van een bakker. Deze staat niet in alle vroegte op uit naastenliefde, maar om geld te verdienen. Toch bewijst hij met zijn hebzucht de samenleving een grote dienst.

De markt werkt nooit perfect. Soms maken boeven en non-valeurs slachtoffers. Maar uiteindelijk overleven slechts fatsoenlijke producenten die iets waardevols leveren. Dat is de morele deugdelijkheid van het marktmechanisme. Een faillissement is de – terechte – straf voor wanprestaties.

Sociaal isolement

Door zijn verblijf in Londen lijkt Luyendijk het zicht op de realiteit te hebben verloren. Zo beweerde hij vorige maand in het dagblad Trouw dat Nederland lijdt onder een algeheel moreel verval: ‘De moraal is verdacht geworden.’

Wat een rare observatie. Tegenwoordig wordt over echt van alles gemoraliseerd. Van Zwarte Piet tot circusdieren, van prostitutie tot bonussen van bankiers, van plastic zakjes tot privacy.

Nog nooit in de geschiedenis zijn burgers zo openlijk met elkaar in debat geweest over goed en kwaad. Het bedrijfsleven speelt in op deze trend met het modieuze ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Door aandacht te besteden aan zaken als milieu en geld te geven aan goede doelen, maken ondernemingen duidelijk niet in een sociaal isolement te willen opereren.

Antropoloog Luyendijk wil dit allemaal niet zien. Hij schildert keihard werkende bankiers af als graaiers die in een immoreel systeem hun ziel aan de duivel verkopen en maakt het denken in termen van rendement met emotionele krachttermen verdacht.

Snotneus.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.