Syp Wynia

Asscher moet zich niet laten misleiden door Marokko en Turkije

Door Syp Wynia - 13 juni 2015

Verbazingwekkend, dat minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) vier te wantrouwen Turkse organisaties nu weer ziet als ‘bondgenoten’. Hij dient zich niet voor het karretje te laten spannen van andere mogendheden.

Minister Lodewijk Asscher (PvdA, integratie) wilde vier Turkse organisaties in de gaten gaan houden, omdat die de integratie van Turken belemmeren. Twee Tweede Kamerleden van de PvdA waren het daar niet mee eens en werden om die reden uit de fractie gezet.

Cursussen

Des te verbazingwekkender is het, dat Asscher de betrokken clubs (Diyanet, Gülen-beweging, Milli Görüs en Suleymanci) inmiddels niet meer ziet als te wantrouwen organisaties, maar als ‘bondgenoten’.

Asscher wil onder meer cursussen voor uit Turkije ingevlogen staatsimams van Diyanet ‘faciliteren’. De Kamerleden Tunuhan Kuzu en Selcuk Öztürk hadden dus gewoon voor de PvdA in de Tweede Kamer kunnen blijven zitten.

Asscher blijkt inmiddels ook nogal geporteerd voor samenwerking met de overheid van Marokko bij het tegengaan van ‘radicalisering’ onder jonge Nederlandse Marokkanen. De meeste Nederlandse Syrië-gangers zijn van Marokkaanse origine.

Ook is Asscher in de weer met het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), dat wordt vertegenwoordigd door Yassin Elforkani, die als imam op een Koeweitse loonlijst staat. Asscher betrekt dit CMO onder meer bij het tegengaan van de komst van ‘haatimams’ naar Nederland.

Lange arm

Het CMO haalt nu in samenwerking met de Marokkaanse overheid en ter gelegenheid van de ramadan niet minder dan 45 Marokkaanse, als ‘gematigd’ betitelde imams naar Nederland.

Het PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch spreekt in dat verband van ‘wijze’ imams. Elforkani heeft het over ‘het promoten van de gezonde islam’. Marokko is volgens hem ‘veel verder dan Nederland met de ontwikkeling van theologische inzichten’

Het kabinet-Rutte en minister Asscher in het bijzonder dreigen bij deze ontwikkelingen in bedenkelijke fuiken te zwemmen. Minister Asscher was eerder terecht wantrouwend over de ‘lange arm’ van de Turkse overheid die grip wil houden op Nederlandse Turken, maar ziet de Turkse staatsinstantie Diyanet, die de meeste Turkse moskeeën in Nederland controleert inmiddels – zonder dat er sprake is van enige wijziging van het Turkse beleid – als ‘bondgenoot’.

In botsing

Asscher kwam als minister van Sociale Zaken al in botsing met de lange arm van Marokko in Nederland. Ook via Marokkaanse imams in Nederland probeert Marokko de greep op de Marokkaanse diaspora te vergroten. Marokko gebruikt angst voor ‘radicalisering’ in Nederland nu als instrument om die lange arm te versterken.

Asscher moet oppassen in de fuik te zwemmen dat het bevorderen van een ‘gematigde’, ‘gezonde’, ‘wijze’, dan wel ‘liberale’ islam de weg zou zijn om terrorisme of de gang naar Syrië in te perken, zoals zowel Marokko als zijn partijgenoten Marcouch en Elforkani hem steeds voorhouden.

Karretje

Elke vorm van overheidsinmenging in wat de juiste interpretatie van de Koran zou zijn, is in een rechtsstaat volstrekt ongewenst. Het helpt ook nog eens niet tegen het beoogde doel: radicalisering intomen.

Asscher moet zich niet voor het karretje van andere mogendheden laten spannen. Hij moet zich evenmin voor het karretje laten spannen van islamitische voorlieden die beweren dat het steunen van hun ‘wijze’ islam het extremisme in eigen kring zou beteugelen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.