Gerry van der List

De holle spierballentaal van Zijlstra, expert in losse flodders

Door Gerry van der List - 01 juni 2015

De rechtse praatjes van VVD-fractieleider Halbe Zijlstra zijn mooi, maar van een regeringspartij worden maatregelen verwacht.

Halbe Zijlstra is een ambitieuze man. Al snel na zijn overstap van Shell naar de Tweede Kamer werd duidelijk dat de dynamische Fries geen genoegen zou nemen met een rustig bestaan op de achterste bankjes van het parlement.

Inmiddels is hij fractievoorzitter van de VVD. Maar dit lijkt nog niet genoeg. Hij etaleert het verlangen partijleider te worden. Probleem hierbij is het ontbreken van een vacature. De huidige voorman maakt bovendien geen aanstalten te vertrekken.

Afgelopen week spraken beide heren hun partijgenoten toe. Ieder op zijn eigen wijze. Mark Rutte was vrijdagavond live te volgen via de tv-zender Politiek24 (leve de NPO!) toen hij vlotjes een rede hield op het congres van de VVD in Arnhem.

Hij leek de hand te reiken naar de nieuwe leider van GroenLinks, Jesse Klaver, door hebzuchtige Nederlandse bankiers te adviseren naar het buitenland op te rotten. ‘Toedeledokie!’

De volgende dag hadden de aanwezige VVD’ers ongetwijfeld sterker de indruk naar een partijgenoot te luisteren toen Zijlstra het woord voerde. De kroonprins nam het op voor zzp’ers, brak een lans voor rendementsdenken en opende de aanval op linkse politici die alles bij het oude willen houden en van Nederland het liefst één groot Maagdenhuis zouden maken.

VVD-stokpaardjes

Het is een gebruikelijke taakverdeling. De premier verdedigt het kabinet en verheft zich boven de partijen, de eerste man in de fractie zorgt voor de profilering. Dat laatste doet Zijlstra met meer verve dan zijn weinig kleurrijke voorganger Stef Blok.

Het grote voorbeeld is Frits Bolkestein, de voormalige leider wiens eigenzinnige, gedurfde optreden Zijlstra inspireerde tot het versterken van de gelederen van de VVD. Hoewel het niveau verschilt.

Zijlstra is wars van theoretische bespiegelingen. De zoon van een politierechercheur is meer een vertegenwoordiger van het Telegraaf-liberalisme, de man van de kleine luyden die zich opwinden over de uitwassen van de verzorgingsstaat en progressieve gekkigheden.

Zijlstra wekt niet de indruk louter functioneel rechts te zijn. Hij lijkt meer te hechten aan de traditionele VVD-stokpaardjes dan de premier, een allemansvriend zonder ideologisch kompas die bereid is zo veel water in de wijn te doen dat je geen wijn meer proeft.

Zijlstra moet, zoals hij dat noemt, het ‘blauwe profiel’ bewaken in de paarse coalitie, wat betekent dat hij zijn flexibele leider af en toe tot de liberale orde moet roepen. Dit leidde tot duidelijke spanningen bij de ‘bed, bad en brood’-discussie. De eeuwigdurende bijstand aan uitgeprocedeerde asielzoekers ergerde Zijlstra dermate dat hij de strijd aanbond met de PvdA. Resultaat was een schimmig en onbevredigend compromis.

Om de achterban te laten zien dat het hem menens was, trok Zijlstra publiekelijk een vergelijking tussen de gehoorzame crimineel Willem Holleeder en ongehoorzame asielzoekers. Een vergelijking die mank ging, maar die wel het imago bevestigde van een enigszins provocatieve rechtse rebel.

In de praktijk valt dat mee, of juist tegen. Als staatssecretaris voor Cultuur kreeg Zijlstra de bijnaam ‘Halbe de Sloper’, maar hij was geen hemelbestormer die het cultuurbeleid op liberale wijze wilde hervormen.

Hij deed alleen zijn best de afgesproken bezuinigingen door te voeren. Te veel overhoop halen is niet goed, weet de slimme Zijlstra. Zijn provocaties hebben iets berekenends.

Steeds holler

Inmiddels dringt de vraag zich steeds sterker op welke effecten de mooie rechtse praatjes van Zijlstra sorteren. Hij kan wel luid klagen over de Eerste Kamer, nivellering, het complexe belastingstelsel, irreëel mensenrechtenbeleid en wat al niet meer, maar van een regeringspartij worden maatregelen verwacht.

Typerend is het lot van een voorstel van de VVD om de grenzen van Europa te sluiten voor vluchtelingen. Een interessant idee. Maar de premier deelde mee dat dit geen kabinetsbeleid was en iedereen ging over tot de orde van de dag.

Zijlstra dreigt zo een expert in losse flodders te worden. Deze zijn wellicht goed voor het ‘blauwe profiel’. En ze leiden af van vervelende zaken als het aftreden van een liberale minister en staatssecretaris, een fel gekritiseerde liberale Kamervoorzitter, sjoemelende VVD’ers, een dramatisch gebrek aan discussie in eigen kring, een onbetrouwbare premier en nederlagen bij verkiezingen. Maar de spierballentaal van Halbe Zijlstra begint wel steeds holler te klinken.

Elsevier nummer 23, 6 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.