Gerry van der List

De rechter als politiek activist: gevaar voor de democratie

Door Gerry van der List - 30 juni 2015

Rechters moeten terug in hun hok. Niet omdat zij incapabel zijn of kwaadwillend of vooringenomen, maar omdat zij worden benoemd en niet gekozen.

Het lijkt een kansloze zaak. Twee maanden geleden stelden ouders van jihadisten de Nederlandse staat verantwoordelijk voor het vertrek, en in een enkel geval de dood, van hun kinderen. In een rechtszaak zou nalatigheid van de overheid kunnen worden bewezen. Overheidsdiensten zouden veel te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat Nederlandse jongeren naar landen als Syrië afreizen om daar in naam van ­Allah hoofden van andersdenkenden af te hakken.

Deze juridische stappen komen voort uit een verwrongen ­visie op verantwoordelijkheden. De staat krijgt de schuld in de schoenen geschoven van dubieuze particuliere keuzes van burgers. Als de rechter deze gedachtegang overneemt, is het spreekwoordelijke hek van de dam. Nabestaanden van aan longkanker overleden rokers bijvoorbeeld zouden kunnen betogen dat de staat schuldig is omdat die roken niet heeft verboden of sterker aan banden gelegd.

Wat de rechter zal besluiten, begint echter nogal onvoorspelbaar te worden. Vorige week deed de Haagse rechtbank een uitspraak die bijna alle deskundigen verraste. De klimaatactivisten van het ‘duurzaam platform’ Urgenda kregen gelijk in hun klacht over de vermeende laksheid van de overheid om de uitstoot van het broeikasgas CO2 tegen te gaan. De staat kreeg de opdracht van de rechter de uitstoot met 25 procent te reduceren.

Invloed

Een zeer opmerkelijk vonnis was het, dat wereldwijd aandacht kreeg. De rechter nam stelling in een wetenschappelijke discussie over klimaatverandering die nog lang niet is afgesloten. Hij nam bovendien een uitgesproken politiek besluit. Zelf probeerde hij dit te verdoezelen door te spreken over een grote politieke terughoudendheid die onder meer zou blijken uit het niet volledig honoreren van de wens van Urgenda.

De activisten eisten een reductie van de uitstoot met 40 procent. Maar het precieze percentage doet er helemaal niet toe. Het dwingen van de overheid een ander ­milieubeleid te voeren, is een politieke maatregel die gewoonlijk wordt overgelaten aan gekozen volksvertegenwoordigers.

Vreemd was dan ook alle jubel voor het vonnis van de Haagse rechter. Zo sprak de linkse middagkrant NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar over een moedig en vernieuwend besluit dat burgers een extra mogelijkheid biedt om invloed uit te oefenen. Maar deze burgers kunnen de rechter niet ter verantwoording roepen.

Als zij ontevreden zijn over de regering, dan kunnen zij dit kenbaar maken bij verkiezingen. Een rechter daaren­tegen is benoemd en kan hoogstens worden teruggefloten door een hogere, eveneens benoemde, rechter. Het toenemen van de politieke invloed van de rechterlijke macht is dus een gevaar voor de democratie.

Het klimaatactivisme van de Haagse rechtbank versterkt het, mede door de PVV gevoede, idee dat rechters nogal linksige types zijn. Maar het probleem is hier niet zozeer de politieke kleur. Ook als de rechtbank rechts een plezier zou doen door te oordelen dat Nederland zijn veiligheidstaak verwaarloost en de staat te verplichten meer geld uit te geven aan defensie, zou dit ongewenst zijn.

Willekeur

Voor deze opinies en opdrachten hebben we de Tweede Kamer. Niet omdat de leden per se over een superieur inzicht beschikken, maar omdat zij het volk vertegenwoordigen en door het volk aan de kant kunnen worden geschoven.

Te hopen valt dat het kabinet verzet aantekent tegen het bizarre klimaatvonnis en dat Urgenda in hoger beroep alsnog te horen krijgt dat de rechterlijke macht zich niet voor een klimaatactivistisch karretje laat spannen. Verder is het zaak om de speelruimte van rechters zo veel mogelijk te beperken.

Bijvoorbeeld door in wetgeving zo precies mogelijk de bedoeling van de wetgever te formuleren zodat er relatief weinig mogelijkheid bestaat voor rechterlijke willekeur. En door stelling te nemen tegen heilloze plannen als de invoering van constitutionele toetsing.

Hierbij wordt de rechter in de gelegenheid gesteld wetten aan de Grondwet te toetsen en mag hij, op basis van een subjectieve interpretatie van allerlei abstracte grondrechten, door het parlement aanvaarde wetten terzijdeschuiven.

De rechters moeten terug in hun hok. Niet omdat zij incapabel zijn of kwaadwillend of vooringenomen. Wel omdat
zij deel uitmaken van een ondemocratische macht met een bewust beperkte taak.

Elsevier nummer 27, 4 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.