Eric Vrijsen

Fyra kreeg niet te veel, maar juist te weinig marktwerking

Door Eric Vrijsen - 17 juni 2015

Linkse partijen ‘framen’ marktwerking als een spook dat reizigers in het openbaar vervoer, patiënten in ziekenhuizen en huurders in de sociale sector tot slachtoffers maakt. Maar het Fyra-debacle is vooral te wijten aan een tekort aan marktwerking.

Een trein uit de hel, noemde de Belgische spoorwegbaas Marc Descheemaecker de Fyra tegenover de parlementaire enquêtecommissie. Daarmee sloeg hij de spijker op de kop.

De hogesnelheidstreinen Fyra deugden technisch niet, want ze kwamen uit een Italiaanse fabriek waar de monteurs bij gebrek aan bouwtekeningen improviseerden met de bekabeling van de rijtuigen, maar wel witte handschoentjes aantrokken zodra Nederlandse gasten in aantocht waren.

Ze deugden economisch niet, want de Nederlandse Spoorwegen schreef om strategische redenen veel te hoog in om de Fyra te exploiteren. En politiek deugden ze ook al niet, want Den Haag wilde concurrentie op het spoor én bleef semi-monopolist NS vertroetelen.

Treinen

De verhoren in deze enquête zitten erop. Voorzitter Madeleine van Toorenburg (CDA) en haar commissieleden komen in het najaar met hun eindrapport. De spoorlijn zelf kostte 7 miljard euro en wordt nauwelijks gebruikt.

Staatsbedrijf NS verloor 772 miljoen, omdat het treinen kocht bij het Italiaanse AnsaldoBreda en niet bij de als degelijker bekendstaande treinenbouwers Siemens, Alstom of Bombardier.

Ook deze enquête was weer een estafette, waarbij de getuigen het stokje ‘schuldig’ voortdurend aan elkaar door­gaven. Nee, mevrouw de voorzitter, aan mij lag het niet! Bijna hartverwarmend was het hoe aan het slot de tijdelijke NS-baas Engelhardt Robbe ineens spijt betuigde omdat zijn bedrijf de reizigers in de kou had laten staan.

Te vrezen valt dat het eindrapport straks afrekent met ‘marktwerking’ in het openbaar vervoer. Nogal wat getuigen hielden de commissie voor dat de Fyra mislukte doordat spoorwegen zich niet lenen voor commercie. Zelfs de voormalige captain of industry Jan Timmer noemde privatisering van het spoor ‘de moeder van al het kwaad’.

Slachtoffers

Deze kwalificatie werd gretig genoteerd. Linkse partijen ‘framen’ marktwerking als een spook dat reizigers in het openbaar vervoer, patiënten in ziekenhuizen en huurders in de sociale sector tot slachtoffers maakt. Tijdens de enquête openbaarde zich ook het schandaal rond de aanbesteding van trein- en busdiensten in Limburg.

De hoogste NS-baas Timo Huges moest wegens vals spel opstappen. Menigeen keurt commerciële exploitatie van het spoor nu af. Het idee dat je onder de regie van de overheid het vervoer doelmatiger kunt maken door prijsconcurrentie tussen spoorbedrijven, wordt overal neergesabeld als een gevaarlijke illusie.

Maar wie de enquête-Van Toorenburg een beetje volgde, kan het Fyra-drama vooral ook toeschrijven aan een tekort aan marktwerking. In Den Haag weet iedereen dat de NS nooit naar de beurs zal gaan en uiteindelijk altijd kan rekenen op de PvdA. PvdA-staatssecretaris Wilma Mansveld ontkent dat overigens: ‘Ik ben niet getrouwd met de NS.’

Prullenbak

Er waren inderdaad ook VVD’ers die de NS op cruciale momenten gratie verleenden. Zoals verkeersminister Melanie Schultz, die in 2011 een aanbod van Arriva/Deutsche Bahn om vanaf 2016 met degelijke hogesnelheidstreinen te gaan rijden, in de prullenbak wierp.

Nee, de NS moest nog een kans krijgen. Voor heel veel geld rijden er nu langzame en niet zo frequente Intercity direct-treinen van een NS-dochter op het hogesnelheidstraject en op zijn vroegst over vijf jaar wordt de dienstverlening ietsje beter.

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.