Gertjan van Schoonhoven

Waar komt satanische wereldbeeld in media vandaan?

Door Gertjan van Schoonhoven - 15 juni 2015

Als je de media moet geloven, wordt de wereld geregeerd door een paar slechteriken. Waar komt dit satanische beeld toch vandaan?

Twan Huys is er goed in, maar Mariëlle Tweebeeke beter. Niemand kan de achternaam van een politicus, wereldleider of sportbobo die de pech heeft de belangstelling van Nieuwsuur te hebben gewekt, zo sinister uitspreken als zij. Alle beleefdheden gaan overboord, te beginnen met de voornaam.

‘Rutte.’ ‘Poetin.’ ‘Blatter.’ ‘Wilders.’ ‘Le Pen.’ ‘Holleeder.’ ‘Van Rijn.’ ‘Huges.’ Als Tweebeeke hun namen uitspreekt, of die van een andere bad guy du jour, is het alsof thuis de ramen openklappen en een poolwind de kamer verandert in een ijzig decor uit Frozen. Je voelt bij die namen een siddering die mensen vroeger – en wellicht ook nu nog wel – moeten hebben gevoeld als ze in de kerk het woord ‘satan’ van de kansel hoorden komen.

Het is een heel irritante gewoonte (‘Het is menéér Rutte, menéér Poetin voor jou, Tweebeeke’), maar hij past wel goed in de tijdgeest. Als je de krant, de tv en de sociale media goed volgt, bekruipt je het gevoel dat de wereld wordt bevolkt door louter schurken. Preciezer: dat al het slechte in de wereld het werk is van een handjevol slechteriken. Rutte. Poetin. Blatter. Holleeder. (Vrouwen ontbreken weer; de heks uit Hans en Grietje wacht nog steeds op een waardige opvolgster.)

De schrijver P.F. Thomése verbaasde zich onlangs in een interview over het ‘infantiele’ van dit wereldbeeld. ‘Of het nou Poetin of Blatter is, ze worden neergezet als duivels. Die fixatie op één figuur staat mij tegen.’ Hij heeft gelijk. Steeds vaker zie je als nieuws­consument een Disney-versie van de werkelijkheid, met louter Bambi-achtige slachtoffers en Cruella de Vil-achtige slechteriken.

Slechteriken

De obsessie met slechteriken is van alle tijden, maar in de ene tijd is die toch wel sterker dan in de andere. Het is goed verdedigbaar dat we van eind jaren tachtig tot begin 2000 het Tijdperk van de Helden (zonder voornaam) beleefden, met tal van historische hoogtepunten: Nederland Europees kampioen voetbal (1988), val van de Muur (1989) en einde Apartheid (1990).

De helden: Van Basten, Reagan & Gorbatsjov, Mandela. De Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong was een overgangsfiguur. Überheld in het Tijdperk van de Helden, überschurk in het Tijdperk van de Schurken. Wanneer dat tijdperk begon, is niet zo lastig te bepalen: 0p 11 september 2001. Osama bin Laden was de eerste wereldomspannende überschurk van onze tijd. Er zouden nog velen volgen.

Soms is de schurk niet één persoon, maar een groep anonieme types die één überschurk vormen. Bankiers. Syriëgangers. Motorbendes. Media. Verzekeraars. Topinkomens. Islam. Limburg. Allemaal bad guys. Begrippen kunnen dezelfde functie vervullen. Rendementsdenken.

Sociale media

Geheel zonder helden is het Tijdperk van de Schurken niet; maar zelfs aan die helden zit dan wel een luchtje. ‘Klokkenluider’ Edward Snowden is een held voor de één, een landverrader voor de ander. Da’s toch ander kaliber dan Mandela. En dus regeert in het dominante wereldbeeld van de media het corrupte, het frauduleuze, het kwaadaardige, het gewelddadige, het stiekeme en het cynische. Gotham zonder Batman.

Het heeft ongetwijfeld veel te maken met het feit dat televisienieuws, laat staan sociale media, zich slecht leent voor nuance en heel goed voor good-guy-bad-guy-scenario’s. De sociale media democratiseren de opinievorming radicaal: dat bevordert ook het zwart-witdenken.

Het is bovendien voor iederéén verleidelijk om ingewikkelde kwesties (corruptie in de sport, oost-westverhoudingen, pgb’s) te herleiden tot simpele zwart-wit­schema’s. Maar of dat alles verklaart? Wellicht is op 11 september 2001, de dag dat het Tijdperk van de Helden eindigde, wel een Heel Grote Teleurstelling begonnen. En die is nog niet voorbij.

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.