Gerry van der List

Zit burger wel te wachten op leider die zich volks gedraagt?

Door Gerry van der List - 09 juni 2015

Een dansende Koning? Een PvdA-politicus in de polonaise? Het juiste midden tussen volksheid en afstandelijkheid is niet makkelijk te vinden. Nederlandse politici kunnen een voorbeeld nemen aan de onwil van Margaret Thatcher.

‘Koning Willy in da house!’ Het was vorige week slechts een van de jolige reacties op de foto’s van een hupsend staatshoofd. Koning Willem-Alexander demonstreerde weer eens zijn liefde voor populaire muziek door los te gaan bij een dance-event in Chicago, op een hem typerende aandoenlijk houterige wijze.

Het optreden riep herinneringen op aan eerder uitbundig vertoon van Willem-Alexander. Zoals tijdens de Olympische Spelen, waar hij hoste met Nederlandse medaillewinnaars en het vooral met zwemster Inge de Bruijn erg gezellig leek te hebben. Maar toen was hij nog slechts een prins. Van een vorst wordt uiterlijke waardigheid verlangd.

De vraag is of het decorumverlies in Chicago de monarchie schade toebrengt. Moeder Beatrix moet het hoofdschuddend hebben aangezien. Haar voornaamste blijk van enthousiasme als Koningin bestond in een goedkeurend knikje en beschaafd applausje na een balletvoorstelling of klassiek concert.

Een deel van de charme van Willem-Alexander is dat hij een relatief ‘gewone’ man is, met de smaak van veel mannen. Maar het koningschap is geen gewone functie. Dat vereist een zekere distantie. Een koning dient zich boven het volk te verheffen.

Uitglijders

Het vinden van het juiste midden tussen volksheid en afstandelijkheid is niet alleen een opdracht voor leden van het Koninklijk Huis. Alle hoogwaardigheidsbekleders worstelen met dit probleem.

In een tijd waarin luid wordt geklaagd over de kloof tussen burger en politiek, vinden bijvoorbeeld veel politici het van belang hun gewone kanten te benadrukken. De media wakkeren deze neiging aan en registreren tegelijkertijd genadeloos misstappen en uitglijders.

Wie op YouTube de woorden ‘Thatcher’ en ‘jump’ intikt, krijgt een grappig filmpje te zien. Een vrouwelijke interviewer ontvangt in haar praatprogramma Margaret Thatcher en legt uit dat het de gewoonte is dat haar gasten een sprongetje maken.

Zou de premier dit ook willen doen? Net zoals de Sovjetleider Michail Gorbatsjov voor haar? ‘Certainly not,’ antwoordt Thatcher misprijzend. ‘Wat dwaas om zoiets te vragen.’ De interviewer houdt aan. Het is maar een gimmick, zegt ze, om een andere kant van politici te laten zien.

No, no, no,’ reageert Thatcher, om vervolgens uit te leggen dat ze niet het respect van mensen wil verliezen in een onnozele poging ­populair te doen.

Aan de onwil van Thatcher kunnen politici een voorbeeld nemen. Zeker in verkiezingstijd vertonen ze de neiging gekke dingen te doen. Een klassiek voorbeeld is het optreden van Joop den Uyl bij de komiek André van Duin, dat geenszins strookte met de calvinistische inborst van de PvdA-leider. Bijna net zo hilarisch was de polonaise van een van zijn opvolgers, Job Cohen, in het tv-programma KoffieMax.

Vertegenwoordigers van de VVD worden nog weleens door de eigen partij in verlegenheid gebracht. Bij het laatste congres kroop lolbroek Loes Luca op de schoot van het erelid Ivo Opstelten.

En even onvergetelijk als gênant was het tafereel van de dansende Kamerleden Anouchka van Miltenburg, Fred Teeven, Ton Elias en Charlie Aptroot op het podium van een liberale feesttent in Scheveningen in 2010.

André Hazes

De vraag is of de waardering van de burger toeneemt door dergelijk gedrag. Zou de VVD – nog – meer stemmen hebben behaald als voorman Frits Bolkestein in een trui op de tribune bij Ajax-Feyenoord was gaan zitten of op een verkiezingsbijeenkomst in een lied van André Hazes was uitgebarsten? Het is onwaarschijnlijk.

Het respect van de burger hangt vooral af van de kwaliteit van de opvattingen en politieke daden van een politicus.

Zaak is het in elk geval niets geforceerds te ondernemen. Toen de allesbehalve vlotte Jan Peter Balkenende op een skateboard plaatsnam, ging de CDA-leider meteen op zijn snufferd. Een terechte straf voor populair willen doen.

Alleen als volks gedrag aansluit bij de eigen aard, kan het goed uitpakken. De eenvoudige PvdA-premier Willem Drees cultiveerde zijn gewone imago door op de fiets naar het werk te gaan. De joviale VVD’er Erica Terpstra bleef als staatssecretaris haar ongedwongen zelf.

En de innemende Willem-Alexander valt een heel enkele keer uit zijn koninklijke rol door zijn aangeboren voorkeur voor simpel vertier te etaleren. Het zij hem vergeven.

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.