Gerry van der List

De christen-democratische angst voor vrije burgers

Door Gerry van der List - 27 juli 2015

Liever ‘leeg liberalisme’ waarin mensen zelf bepalen wat zij leuk en de moeite waard vinden, dan de christen-democratische ideologie waarin de staat grenzen moet trekken wat betreft het uiten van opinies en het spotten met God.

Van de tijdschriften van de wetenschappelijke bureaus van politieke partijen is Christen Democratische Verkenningen ongetwijfeld het interessantst. Het door Boom uitgegeven kwartaalblad maakt een verzorgde en gedegen indruk en diept elk nummer een thema uit. Deze zomer staat de relatie tussen vrijheid en religie centraal.

In de inleiding wordt al meteen de toon gezet door Pieter Jan Dijkman. De hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen vertelt dat hij weleens cartoons onder ogen heeft gehad van Charlie Hebdo.

Hij vond de spotprenten in het Franse weekblad maar gemakkelijke satire, die uiting gaf aan aversie tegen religie en niet leidde tot ‘zinvolle bezinning’. Betreurenswaardig is het in zijn ogen dat het recht om gelovigen te beledigen een essentieel onderdeel is geworden van een seculier wereldbeeld, waarin de vrijheid van meningsuiting wordt verabsoluteerd.

Het gaat hier om een ‘lege vrijheid’, klaagt Dijkman. Deze brengt het democratisch gesprek in gevaar, omdat zij een relativering van elke positie inhoudt. Hooguit wordt de eigen leegte aan een ander opgedrongen.

Andere artikelen in het nummer hebben dezelfde teneur. Zo wordt gewaarschuwd tegen ‘de leegte van het liberaalsecularisme’, dat geen onderscheid maakt tussen waardevolle en bedenkelijke bijdragen aan het publieke debat.

Verbijsterend

De kritische beschouwingen van de christen-democratische denkers staan niet op zichzelf. CDA-politici hebben laten zien te worstelen met de vrijheid van menings­uiting. Zo stelde Piet Hein Donner in 2004 als minister van Justitie voor om het verbod op smalende godslastering nieuw leven in te blazen.

Nogal ongelukkig, om niet te zeggen: verbijsterend, was dat hij dit deed vlak nadat een kampioen van de vrije meningsuiting was afgeslacht door een religieuze fundamentalist. Donner wekte de indruk begrip te hebben voor de afschuw van Mohammed Bouyeri van de blasfemie van Theo van Gogh.

Het lezen van de bespiegelingen in Christen Democratische Verkenningen is nuttig omdat ze direct duidelijk maken tot welke problemen de CDA-positie leidt. Het gewraakte liberaalsecularisme is niet zozeer leeg als wel neutraal. Het zegt niet dat alle opinies gelijkwaardig zijn en inspireren tot zinvolle bezinning.

Het zegt wel dat alle opinies, zolang ze niet aanzetten tot geweld, geuit mogen worden – of het nu gaat om het typeren van de profeet Mohammed als pedofiel of het afkeuren van homoseksualiteit.

Goed is het te beseffen hoezeer gelovigen profiteren van deze vrijheid. Zij krijgen alle gelegenheid hun ideeën uit te dragen.

Het alternatief voor deze neutraliteit zijn betutteling en censuur op grond van subjectieve criteria. Vrijheid, schrijft Dijkman, is ‘het recht om te doen wat ik behoor te doen’. In een ander artikel noemt de theoloog Henk Schoot vrijheid een gave van God die het mogelijk maakt ‘om te worden wie je bent’.

Dit zijn principieel gevaarlijke redeneringen. Zij gaan uit van de noodzaak van een hogere instantie die bepaalt wat mensen behoren te doen en hoe ze moeten worden wie ze zijn. Uit deze visie spreekt een angst voor vrije burgers die graag zelf, binnen de grenzen van de wet, hun levensweg kiezen.

Ganzenborden

Het paradoxale van de houding van de christen-democratische ideologen is dat zij sociaal-democraten een fixatie op de staat verwijten, maar uiteindelijk zelf de hulp van de overheid inroepen. Het is immers de staat die volgens hen grenzen moet trekken wat betreft het uiten van opinies en bijvoorbeeld dient op te treden tegen het spotten met God.

Maar hier is juist een mooie taak weggelegd voor het door het CDA zo geprezen maatschappelijk middenveld.

Religieuze organisaties hebben de kans de vermeende morele leegte in een liberale samenleving te vullen. Pastoors en dominees kunnen ons bijvoorbeeld voorhouden dat wij de zondag zinvoller doorbrengen met bijbelstudie, breien en  ganzenborden dan met een bezoek aan de Media Markt. Zo leveren zij een bijdrage aan de publieke moraal.

Het is echter heel wat anders om van de (lokale) overheid te eisen dat zij consumentisme ontmoedigt en op paternalistische gronden de winkels gesloten houdt.

Leeg liberalisme klinkt niet lekker. Maar het biedt mensen de gelegenheid om zelf te bepalen wat zij leuk en de moeite waard vinden. Dit is toch een stuk aantrekkelijker dan van hogerhand te horen krijgen wat er allemaal wel en niet door de – christelijke – beugel kan.

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.