Gertjan van Schoonhoven

Haagse rellen waren treurig; kleine daden voorkwamen nóg erger

Door Gertjan van Schoonhoven - 07 juli 2015

Als de goede mensen niks doen, zegeviert het kwade, luidt het gezegde. In de Schilderswijk deden goede mensen het goede.

Het is een beetje gek om lichtpuntjes te zien in de treurige rellen in de Haagse Schilderswijk vorige week, maar daar is toch best iets voor te zeggen. Natuurlijk, op het eerste gezicht dringt zich vooral veel narigheid op. Het politie-optreden tegen de Arubaanse festivalbezoeker Mitch Henriquez was nodeloos hard. Dat een dolletje met de Haagse politie zo kan aflopen, is geen fijne gedachte.

De rellen, vernielingen en plunderingen daarna in de Schilderswijk bleken al snel niet zozeer een uitbarsting van volkswoede, maar een uitbarsting van verveling en relbelustheid van een vrij overzichtelijke groep rotzooitrappers (te lamlendig om te werken en te laf om naar het kalifaat af te reizen) die niet eens uit de Schilderswijk kwamen.

Ook de ‘sociale’ media speelden weer eens hun fijne rol als virtuele lynch mob. Een wijkagent uit de Schilderswijk die niets met het optreden tegen Henriquez te maken had, werd massaal ‘gedeeld’ als ‘de moordenaar van Mitch’. Met alle gevolgen voor hem persoonlijk en professioneel.

Tot slot was er spuit elf Amnesty International, dat suggereerde dat er sprake is van ‘onbewust racisme’ in de zaak-Henriquez. Tuurlijk, jongens. Zo heb je altijd gelijk.

Er waren, kortom, veel mensen die olie op het vuur gooiden, toen dat heel onverstandig was. Alsof iedereen stiekem hóópte op ‘Amerikaanse’ rassenrellen. Gelukkig waren er de lichtpuntjes: échte bewoners van de Schilderswijk die de straat op gingen om de boel te sussen en de nabestaanden van Henriquez, die zich waardig van de relschoppers distantieerden.

Dit soort ‘kleine’ daden heeft vast nog veel grotere ellende voorkomen. Als de goede mensen niks doen, zegeviert het kwade, luidt het gezegde. In de Schilderswijk deden goede mensen het goede.

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.