René van Rijckevorsel

Ode aan de Scheveningse Pier die uit zijn as herrijst

Door René van Rijckevorsel - 16 juli 2015

De Pier in Scheveningen is zaterdag heropend. Nog niet zo lang geleden zag het er een stuk somberder uit voor deze betonnen ‘rots’ in de Scheveningse branding. René van Rijckevorsel bracht eerder de volgende ode aan de Pier.

Vaak in één adem genoemd met de Rotterdamse Euromast en zelfs met de Eiffeltoren in Parijs. De Pier in Scheveningen is een van de weinige landmarks van Nederland. En nu dreigde hij ten onder te gaan.

Cornetto

De Scheveningse Pier was, zeker voor wie jong was in de vroege jaren zeventig, een magisch gevaarte dat de kracht van de Noordzeegolven weerstond en dus ook de tand des tijds wel zou doorstaan. Bezoek aan de Pier was een feest. Eerst door de zoute wind je een weg banen over de wandelpier. Dan het vermaak op de vier ‘eilanden’ met hun hoge uitkijktoren en ‘Onderwater Wonderland’. De verleidelijke klanken van flipperkasten, de schelpenwinkel, Veronica uit de speakers – het schip van de radiopiraat deinde even verderop op de golven. Ter afsluiting een zakje frites, in de zomer een cornetto.

Deze – betonnen – Pier was niet de eerste. Ooit bevond zich hier ‘Wandelhoofd Koningin Wilhelmina’, geopend in 1901. Een houten constructie die pal achter het Kurhaus lag. Vanuit het hotel leidde een brug over de boulevard naar een 380 meter lange pier die uitkwam op een achthoekig platform met een paviljoen waarin 1.200 bezoekers van concerten konden genieten – op gepaste afstand van het gepeupel op strand en boulevard. In de Tweede Wereldoorlog brak er brand uit. Daarna sloopten de Duitsers de pier. Het was een te aantrekkelijke landingsplek voor geallieerden.

Petrus

Een pier ontleent zijn naam indirect aan ‘petrus’ , Latijn voor steen. Naam en fenomeen kwamen via de Britten tot ons. De eerste pieren, in Engeland, waren stenen hoofden in zee voor wandelaars. In het Victoriaanse Engeland zijn later talloze houten pieren gebouwd, ten gerieve van de well to do middenklasse. Pierenfanaat en dichter Sir John Betjeman noemde de Clevedon Pier in Somerset ‘the most beautiful pier in England’ .

In 1961 opent prins Bernhard de bestaande Pier in Scheveningen, met drie ‘eilanden’ eraan vast. Opdrachtgever was vastgoedontwikkelaar Reinder Zwolsman. Scheepswerfmagnaat Cornelis Verolme voegt in 1965 een vierde ‘eiland’ toe. In de jaren tachtig, de Pier is dan eigendom van Bredero B.V., zet de verloedering in. Maar in 1991 jubelt De Telegraaf : ‘Nieuw leven voor dode Pier’. Het gevaarte van 360 meter wordt voor 1 gulden (45 eurocent) ongezien overgenomen door horecaconcern Van der Valk.

Duur

Daarna worden de faciliteiten uitgebreid. In 1994 een nieuw restaurant, in 2001 een casino. Maar echt bloeien, doet de Pier dan nog niet.

In september 2011 breekt er brand uit. Eventuele restauratie is duur. Begin 2012 zet Van der Valk de Pier te koop, als blijkt dat ook uitbreiding met een hotel niet kan, omdat het draagvermogen van de pijlers tekortschiet. Maar niemand hapt toe. Zelfs Hennie van der Most, de ondernemer die kerncentrales omtovert tot attractieparken, ziet er niets in: ‘Die palen zijn verrot. Je kunt de Pier beter afbreken.’ Toch zagen hotelbedrijf Danzep BV en vastgoedbedrijf Kondor Wessels er nog brood in en zal de Pier van Scheveningen komend weekend uit zijn as herrijzen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.