Arendo Joustra

Waarom de jaarlijkse vaartocht van uitbundige homo’s nuttig is

Door Arendo Joustra - 28 juli 2015

Is het nog nodig, zo’n homodemonstratie? Homoseksualiteit wordt toch al lang als ‘normaal’ beschouwd? Ogenschijnlijk klopt dat.

Dit is de week van de jaarlijkse vaartocht van uitbundige homo’s door de Amsterdamse grachten. Aan zoveel publiek en lawaaierig vertoon van de eigen identiteit kun je je ergeren.

Maar dit soort optochten horen nu eenmaal bij een hoofdstad. Oranjeklanten op Koningsdag, voetbalfans als Ajax of het Nederlands elftal kampioen is geworden, en moslims en hun sympathisanten als de Profeet is beledigd. En op zondag luiden de kerkklokken.

Dat de stoet een beetje seksueel getint is, is begrijpelijk. Want het enige waarin de homo van de hetero verschilt, is de seksuele oriëntatie. Bovendien mag dit in Amsterdam nauwelijks als bezwaar gelden. Niet een keer per jaar, maar dagelijks paraderen mannen op straat en stoep langs ramen met blote dames.

Achterstand

Maar is het nog nodig, zo’n homodemonstratie? Homoseksualiteit wordt toch al lang als ‘normaal’ beschouwd? Ogenschijnlijk klopt dat. Maar voor de tiener die deze oriëntatie bij zichzelf ontdekt, is het meestal nog steeds een hele worsteling om te aanvaarden anders te zijn dan anderen. Dat wil je als puberjongen of -meisje immers liever niet.

Waarbij meespeelt dat je ook in het eigen gezin ‘anders’ bent. Een Joods jongetje of een Surinaams meisje weet zich gesteund door de eigen omgeving. Bij een jonge homo is dat niet per definitie het geval. Sommige ouders vinden homo’s prima, maar bij hun eigen kroost denken ze er (in het begin) toch anders over.

De toestroom van immigranten heeft de acceptatie van homo’s bovendien op achterstand gezet. Zo bezien is die vaartocht nog steeds nuttig.

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.