Gerry van der List

Wantrouwen jegens EU getuigt van democratische gezindheid

Door Gerry van der List - 21 juli 2015

De Europese trein dendert door, gesteund door de grote politieke partijen. Maar burgers van de oude lidstaten weten dat ze steeds meer de lasten moeten dragen voor de lusten van mediterrane en Oost-Europese landen waarmee ze weinig tot geen verbondenheid voelen.

Nu de kruitdampen na de slag om de schatkist van Athene aan het optrekken zijn, zijn er weinig blije gezichten te zien. Alleen Jeroen Dijsselbloem kan tevreden zijn. De PvdA’er mag door als voorzitter van de Eurogroep. Het ministerschap van Financiën is in Nederland blijkbaar een parttimefunctie die zich laat combineren met een drukke internationale baan.

De liefhebbers van democratie daarentegen ogen treurig. Zij hebben moeten aanschouwen hoe een uitspraak van het Griekse volk volstrekt werd genegeerd door een opportunistische regering die maatregelen door het parlement loodste die bij een referendum duidelijk waren afgewezen.

Verder zagen zij weer eens hoe machteloos het Europees Parlement is en hoe onbetrouwbaar de minister-president van Nederland, die instemde met nieuwe steun aan Griekenland waartegen hij zich tijdens een verkiezingscampagne nadrukkelijk had uitgesproken.

Even leek het erop dat Brussel zijn poot stijf zou houden. Nederlandse en Duitse politici spraken ferme taal. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei het mooi: de belangrijkste valuta zijn vertrouwen en betrouwbaarheid. Maar hoewel Griekenland jarenlang met wanbeleid, corruptie en chantagetechnieken wantrouwen in de hand heeft gewerkt, deinsde de Europese Unie (EU) toch terug voor de Grexit die uit financieel-economisch oogpunt zo voor de hand had gelegen.

De cynici die, met kennis van de Brusselse logica, deze onbevredigende uitkomst al een tijdje geleden hadden voorspeld, kregen gelijk.

Moreel gezag

De door iedereen verloren slag om Griekenland doet het vertrouwen in de politiek geen goed. Afnemend vertrouwen vormt sowieso een probleem in de samenleving. Politicologen willen nog weleens betogen dat de afkeer van instituties bij Nederlanders onderhevig is aan fluctuaties en niet dramatisch is gegroeid. Vooral het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwt graag tegen alarmisme.

Toch tonen studies een daling van het zogeheten institutioneel vertrouwen, het gevoel dat belangrijke maatschappelijke instellingen goed functioneren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) signaleerde dit jaar een afnemend vertrouwen in ambtenaren, politiek, banken, grote bedrijven en kerken.

De Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama noemde Nederland daarvoor al als voorbeeld van een natie die in korte tijd veranderde van een high trust society in een low trust society. Dat was nogal overdreven, maar het gaat met het vertrouwen zeker niet de goede kant op.

Het CBS berekende dat 34 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in de EU. Als het gaat om de politie is het 67 procent, en om de pers 32 procent. Door de recente ontwikkelingen zal Brussel niet op de ranglijst stijgen. Misschien scoren Europese bestuurders wat betreft moreel gezag zelfs binnenkort nog lager dan journalisten.

Europese trein

Dat zou begrijpelijk en terecht zijn. Burgers van nieuwe lidstaten tonen enthousiasme, omdat ze kunnen profiteren van de vleespotten van Brussel. Burgers van de oude lidstaten weten dat ze steeds meer de lasten moeten dragen voor de lusten van mediterrane en Oost-Europese landen waarmee ze weinig tot geen verbondenheid voelen.

Probleem hierbij is dat het lerend vermogen van de Europese Unie erg beperkt blijkt. Twee keer zijn enorme bedragen naar Athene gesluisd zonder dat beloofde hervormingen het economisch tij daar hebben doen keren. Het risico is groot dat nu weer 86 miljard euro steun onder de Griekse zon verdampt.

Verder zal de politieke druk groeien om schulden kwijt te schelden, terwijl dit een principieel verwerpelijke beloning voor wanbeleid is die onverantwoordelijk gedrag in de hand werkt.

Een ander probleem is dat burgers moeten beseffen dat hun bezwaren tegen uitbreiding van macht en omvang van de Unie en tegen afgedwongen solidariteit praktisch geen effect sorteren. De Europese trein dendert voort, gesteund door de grote politieke partijen. Bij de Europese verkiezingen laten VVD-kandidaten sceptische geluiden horen, maar zij scharen zich vervolgens braaf achter de liberale eurofiel Guy Verhofstadt.

Gebrek aan vertrouwen in instituties wordt vaak als blijk van populistische kortzichtigheid en gevaar voor de democratie beschouwd. Maar diep wantrouwen jegens Brusselse bureaucraten getuigt alleen maar van democratische gezindheid en inzicht in nationale belangen.

Elsevier nummer 30, 25 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.