Syp Wynia

Bizarre logica: grenzen openen omdat ze niet waterdicht zijn

Door Syp Wynia - 11 augustus 2015

Emoties leiden zelden tot goede wetenschap en verstandig beleid, blijkt ook in het debat over immigranten.

De stroom asielzoekers naar de Europese Unie is in enkele jaren verdrievoudigd. Vorig jaar waren het er 626.000, dit jaar zullen het er weer meer zijn. De aandacht gaat vooral uit naar een deel van hen: Afrikanen en Aziaten die met boten en bootjes over de Middellandse Zee trachten te komen.

De toegenomen aantallen en de soms schrijnende beelden roepen sterke emoties op, die de werkelijkheid vertekenen. Mede daardoor worden ook debatten heropend over hoe ‘Europa’ dan wel Nederland zou moeten reageren.

Zo luidt een gangbare opvatting dat de mensen die dit jaar via Libië naar Italië trachtten te komen, voornamelijk door geweld verdreven Syriërs zijn. In werkelijkheid was maar 5 procent van hen Syriër en bestond de rest voornamelijk uit Afrikanen, onder wie een groeiend aantal Nigerianen. De beelden en omlijstende commentaren maken van hen te vaak wanhopige (politieke) vluchtelingen.

Vaak wordt ook gemeld dat de immigratie uit Afrika en het Nabije Oosten toch niet te keren is. Nu klopt het inderdaad dat sommige buitengrenzen van de EU zo lek als een mandje zijn. Maar de redenering dat de grenzen dan net zo goed kunnen worden opengezet, snijdt geen hout. Tot op zekere hoogte zijn die grenzen effectief, want honderden miljoenen Afrikanen en Aziaten laten zich er wel degelijk door afschrikken.

Zich baserend op misvattingen stellen ‘migratiewetenschappers’ dat het tegenhouden van immigranten onmogelijk én onwenselijk is. Zo zou immigratie nodig zijn tegen de vergrijzing, omdat er vakmensen nodig zijn, omdat ze voor broodnodige multiculturele dynamiek zorgt.

Utopisch

Het zijn bizarre redeneringen, kennelijk gevoed door naïeve, utopische gedachten dat de wereld van iedereen is, dat niemand iets in de weg gelegd moet worden bij waar hij wil gaan of staan en dat divers samengestelde samenlevingen zoveel beter af zijn.

Maar immigratie is geen oplossing voor vergrijzing: wie de gemiddelde leeftijd in Nederland gelijk wil houden, moet elk jaar honderdduizenden jongeren laten immigreren, en omdat die ook weer ouder worden, zou Nederland binnen een eeuw bijna honderd miljoen inwoners tellen.

Er is binnen de Europese Unie met zijn 510 miljoen inwoners en zijn vrije verkeer van arbeid ook niet de minste behoefte aan immigratie van laag- of niet-opgeleiden, aangezien de talloze werklozen ook al in meerderheid laagopgeleid zijn. Wie afwil van grenzen, laat sowieso vooral de onderkant van de samenleving – vaak eerdere immigranten – als eerste de dupe zijn.

En wie vindt dat toch in elk geval de hoogopgeleiden uit arme landen moeten binnenkomen, heeft het niet alleen slecht voor met die arme landen, maar wordt met de ruimhartige regelingen in zowel de hele EU (‘blue card’, sinds 2009) als Nederland (‘kennismigrantenregeling’, sinds 2004) al op zijn wenken bediend.

Niets progressiefs

Pleiters voor het openzetten van de grenzen bewerkstelligen – bedoeld of onbedoeld – het ondergraven van de nationale staat, accepteren geweldige sociale spanningen, ondermijnen de veiligheid en leiden het einde in van de verzorgingsstaat, met de onderklasse als eerste slachtoffer. Er is, kortom, ook nog eens niets progressiefs aan het openzetten van de grenzen.

Open grenzen lossen de problemen van een continent als Afrika niet op, maar veroorzaken wel huizenhoge problemen op het Europese continent. En dan vooral in het noordwesten van Europa. Want landen als Griekenland en Italië mogen dan een sneu imago hebben als land van aankomst, dergelijke landen zijn slechts zelden het land van bestemming.

Aangrijpende beelden leiden zelden tot goede oplossingen. Het openzetten van grenzen om de enkele reden dat ze toch niet waterdicht zijn, berust niet op wetenschap, maar op een meervoudige drogredenering.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.