Afshin Ellian Afshin Ellian

Nederlanders xenofoob? Mijn ervaring is heel anders

Door Afshin Ellian - 19 augustus 2015

Ik kreeg, zoals vele andere nieuwe Nederlanders, bij aankomst ook Nederlandse familieleden. Zij stelden zich open, namen ons mee, betoverden ons. Vandaag begraven we mijn oom Dik, een oorlogskind dat nooit opgaf.

De Perzische dichter Omar Khayyám (1048- 1123) wierp in zijn Rubáiyát (kwatrijnen) indringende zijnsvragen op. Khayyám kwatrijnen zitten vol van filosofische vraagstukken en twijfels over de geldende dogma’s:

Wij gaan en komen en de winst is waar?
en weven draden en het kleed is waar?
In ’s hemels welving zijn tot stof verbrand
Vele weldenkenden; hun rook is waar

De vertaling is van J.H. Leopold (1865-1925). Ik ga deze vertaling uit het Engels niet verbeteren, zij is een mooie interpretatie van Khayyáms gedicht. De dichter stelt de vraag wat we eigenlijk hebben bereikt met dit komen en gaan op aarde.

Het lot

We weven alles en nog wat door elkaar, maar wat blijft uiteindelijk daarvan over. Het werkwoord ‘weven’ is mooi gekozen: de netwerken die wij bouwen, kunnen stabiel zijn als ze door elkaar en aan elkaar zijn geweven. Dan vormen ze een tapijt, een kleed.

Familie, een kleine kring van een paar mensen die door de draden van het lot met elkaar worden verbonden. Het is de grond van een tapijt waarbinnen de patronen worden geweven. Dat zijn kinderen, kleinkinderen, vrienden. Het patroon en de rest zijn bij een tapijt niet te scheiden: ze veronderstellen elkaar.

Ik heb, zoals vele andere nieuwe Nederlanders, een Nederlandse familie. Oom Dik en tante Riet, zoals we ze noemen, stelden zich open voor ons. Oom Dik nam ons mee naar zijn leven en geschiedenis. Hij toverde ons om in een draadje voor een mogelijk toekomstig patroon.

Betovering

De eerste Kerst in Nederland waren we bij deze grote familie: de betovering was compleet. Door hem en met hem ontdekte en begreep ik iets van de Nederlandse ziel.

Hij was een oorlogskind en vertelde geregeld verhalen over die verschrikkelijke oorlog, de hongerwinter, de bevrijding, de wederopbouw. Honger en tekortkomingen, daarover had hij het steeds.

Na een stevige en intense cursus Nederlandse taal (zes weken) besloot ik om met hem uitsluitend in het Nederlands te praten. Als hij mij niet begreep, zei hij: ‘Leg het nog één keer uit.’ En dat deed ik dan. De niet-afgesproken beloning was meestal een biertje.

En als ik twijfelde over iets, hoorde ik hem zeggen: ‘Je hoort erbij of niet? Dat is ook je familie, snap je het?’

Subtiele buiging

Hij behoort tot de generatie die Nederland heeft opgebouwd. Werken en niet mopperen, dat was het motto.

We maakten vaak grapjes. Toen mijn zus in Nederland op bezoek was, heb ik haar verteld over onze Nederlandse familie. Zo maakten zij kennis met elkaar. Oom Dik legde haar uit dat bij de gerechten geen varkensvlees of andere verboden producten waren gebruikt.

Mijn zus maakte uit dankbaarheid een subtiele buiging met haar hoofd. Op weg naar huis zei ze tegen mij: ‘Het zijn fantastische mensen. Dit soort mensen hebben we in Perzië nodig.’ Haar moest ik helaas een paar jaar geleden in mijn hoofd begraven.

Glimlach

Oom Dik miste de verjaardagen van kinderen nooit. Het huis van Riet en Dik was hun toevluchtsoord. Ik heb geen wortels in dit land – die Nederlandse wortels weefden zij voor ons.

Woorden en nog meer woorden gebruikten wij om onze meningsverschillen te beslechten, en wanneer de woorden verdwenen in een glas wijn, bleef de glimlach achter.

Wanneer mensen beweren dat Nederlanders racistisch of xenofoob zijn, word ik woedend. Het correspondeert niet met de werkelijkheid en ook niet mijn ervaringen met het Nederlandse volk. Natuurlijk zijn ook hier xenofoben, racisten, moordenaars, dieven et cetera. Maar beslist niet meer dan elders.

Emoties

Bijna twee decennia geleden werd oom Dik ernstig ziek. Maar een oorlogskind geeft niet op, temeer wanneer naast iemand een dijk van een echtgenoot en een oermoeder staat. Alle operaties en ellende heeft hij overleefd.

Deze zomer hoorde hij echter dat het binnenkort afgelopen zou zijn. Hij hield mijn hand vast: ‘Ik ben een gelukkig en dankbaar mens. Ik ben gelukkig met de kinderen, met jullie en met de kleinkinderen.’ Geen geklaag. Nu is het voorbij.

Vandaag zullen we hem in Brabant begraven. Wij zijn een patroon geworden op een tapijt geweven met emoties, discussies en vriendschappen.

Officieel heet ik ‘de aangewaaide familie’. De aangewaaide waarheid is even waar als alle anderen waarheden. Dag, oom Dik, de aangewaaide oom, opa, papa en vriend.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.