Philip van Tijn

Rutte zou elke 15 augustus acte de présence moeten geven

Door Philip van Tijn - 18 augustus 2015

Op 15 augustus worden 24.000 Nederlandse doden herdacht én het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog gevierd. Het zou premier Mark Rutte (VVD) sieren als hij ieder jaar bij Nederlands-Indië-herdenking zou zijn.

Het was een lustrum en dus was de jaarlijkse indrukwekkende herdenking van de oorlogsslachtoffers in Nederlands-Indië bij het Indië-monument in Den Haag weer eens in aanwezigheid van het staatshoofd en de minister-president.

Excuses?

De premier voerde het woord en daar was met verwachtingsvolle spanning naar uitgezien. Zou eindelijk een Nederlandse regering zijn excuses aanbieden voor de wijze waarop met de slachtoffers van de Jappenkampen en dwangarbeid, de terugkerende land-genoten uit Nederlands-Indië en Indonesië jarenlang was gesold?

Jarenlang tekort gedaan, materieel en immaterieel. Of zou hij zelfs een financieel gebaar maken jegens de nog levende slachtoffers — wier gelederen inmiddels zodanig zijn uitgedund dat de schatkist nauwelijks pijn zou lijden?

Al was het maar de uitbetaling van de achterstallige salarissen uit ’42-’45 die nooit geheel zijn betaald, net als schadevergoedingen. Een sigaar uit eigen doos dus, maar de Indische gemeenschap is tolerant en bescheiden; een indsche hand is gauw gevuld.

Miskenning

Dit is wat Rutte zei. Het was ‘een moeilijk en pijnlijk verhaal’ met veel ‘oude wonden’. Nederland had voor deze mensen alles prachtig geregeld, zo begrepen we, maar een beetje traag en een beetje onhandig gepresenteerd.

‘Zo verdwenen de goede bedoelingen van de regelingen naar de achtergrond. Daarmee is bij de indische gemeenschap een gevoel van miskenning blijven bestaan over gebrek aan begrip bij anderen voor de ondergane oorlogsverschrikkingen. En dat betreur ik.’

Dus de premier betreurt níet dat er alle aanleiding is voor ‘een gevoel van miskenning’ maar slechts dat dit gevoel is blijven bestaan. Alsof die mensen uit Indië niet hebben opgelet en niet gezien hoe men  zich voor hun heeft uitgesloofd. Zijn jezuïtische voorganger Van Agt zou zich er zijn vingers bij aflikken!

Familiegeschiedenis

Rutte zei nog iets opvallends. Nadat hij de betekenis van de Japanse bezetting voor ‘de familie-geschiedenis van een grote groep Nederlanders’ had geschetst, zei hij. ‘Daaronder ook mijn familiegeschiedenis. Ook daarom ben ik hier, net als u.’

Zonder nadere duiding weten we niet hoe nauw zijn familie bij Indië betrokken is en dus is het vooralsnog een loze zin.

Maar Rutte was zaterdag bij het Indisch monument niet vanwege zijn familiegeschiedenis, maar als minister-president en in die hoedanigheid voerde hij het woord.

Ieder jaar

Eigenlijk zou het terecht zijn wanneer de minister-president daar elk jaar aanwezig is, en ook het staatshoofd. Net als op 4 mei op de Dam en op 5 mei bij het Bevrijdingsconcert. Dan worden de doden herdacht en de bevrijding gevierd van de oorlog in Nederland.

15 Augustus is twee in één: de herdenking van naar schatting alleen al 24.000 Nederlandse doden en de bevrijding van meer dan 50 miljoen onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, onder wie 100.000 gevangenen in burgerkampen en krijgsgevangenen.

Ook is 15 augustus de officiële dag waarop de Tweede Wereldoorlog eindigde, waarbij het Koninkrijk was betrokken in drie werelddelen. Alle reden dus voor onze minister-president (en ook ons staatshoofd) om elk jaar acte de présence te geven. Een gebaar dat geen cent kost.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.