Gertjan van Schoonhoven

Wie houdt het hoofd koel in debat over ‘vluchtelingen’?

Door Gertjan van Schoonhoven - 08 september 2015

Onder het mom van humaniteit schuiven emotionele politici en journalisten alle lastige vragen en problemen door naar de toekomst. 

Het cliché wil dat één foto meer zegt dan duizend woorden. De afgelopen week is gebleken dat dit waar is, maar geen reden tot vreugde. De beeldcultuur jaagt emoties wereldwijd tot grote hoogte op, gezond verstand en verantwoordelijk bestuur hebben het nakijken. Om te zwijgen van de waarheid.

De gruwelfoto van het aangespoelde driejarige Syrische jongetje Aylan kreeg in no time ‘iconische waarde’, zoals zowat iedere Nederlandse hoofdredacteur zijn lezers inmiddels wel heeft uitgelegd. De foto ging niet alleen de hele wereld over, hij zette ook een hele wereld in beweging.

De geëngageerde multimiljonair Bono, zanger van U2, verwerkte Aylan tijdens optredens in een van zijn teksten. Iemand met min of meer dezelfde status als Bono, de paus, riep kerken op om ‘vluchtelingen’ te huisvesten; hij sprak van een ‘bijbelse opdracht’.

François Hollande en Angela Merkel lieten weten dat in hun Europa (waar zij blijkbaar de dienst uitmaken) ‘het morele kompas’ nu leidend is. Schengen? Dublin? Overboord ermee, in Europa heersen niet meer de verdragen maar de emoties: laat maar komen, de ‘vluchtelingen’.

Dichter bij huis was de impact van de foto al even groot. Zoals wel vaker in het geval van een aardbeving, tsunami, orkaan of hongersnood overspoelde een golf van goedertierenheid Nederland, uitmondend in het massaal inzamelen van zo goed als nieuwe schoenen, het aanbieden van lege zolders en een nationaal televisieprogramma met ‘vluchtelingengame’. KRO-NCRV bood kantoorruimte aan: honderd ‘vluchtelingen’ kan de omroep bergen.

Onheus

Eén beeld, zo veel emotie. Angstaanjagend eigenlijk. Natuurlijk, veel gewone ‘humanitaire bevliegingen’ (Michel Houellebecq)  hebben iets hartverwarmends. Gewone mensen die gewoon goed proberen te doen, niks mis mee. Glibberiger wordt het met zo’n KRO-NCRV-aanbod: ranzige integriteitsmarketing, dat is het en niks anders.

Nog glibberiger worden alle emoties als we kijken naar dat ‘iconische’ beeld zelf. Het lot van dat arme jongetje is verschrikkelijk en de foto ook. Maar het verhaal achter de foto is een heel ander verhaal dan het ‘iconische’ verhaal waarvoor de foto wordt gebruikt. Aylan en zijn gezin kwamen weliswaar uit Syrië, maar woonden al geruime tijd in de populaire toeristenbestemming Istanbul.

De vader van Aylan zocht ongetwijfeld verbetering van zijn lot toen hij met zijn gezin in een rubberbootje stapte. Gelijk had hij. Maar ‘vluchtelingen’? Dat is volstrekt onheus jegens wie Syrië echt is ontvlucht en als zodanig is erkend.

Zo’n foto dan toch uitroepen tot ‘iconisch’ voor het echte vluchtelingenprobleem, dat is emo-journalistiek. Dan doet de duizendwoorden-waarheid er niet meer toe, telt alleen nog maar het beeld, en betekent het woord vluchteling niks meer.

Cynisch

Het schokkendst was nog dat ook de Haagse en Europese politiek zo in de ban van beeld- en emocultuur is geraakt. Als waren ook zij popsterren, waren ze vooral bezig met het maken van emotionele statements. Vrijwel niemand die het hoofd koel hield en zich afvroeg wat voor land het op lange termijn oplevert als er wéér een grote groep immigranten bijkomt, waaraan de samenleving geen behoefte blijkt te hebben wanneer de ‘humanitaire bevlieging’ voorbij is.

Niemand die liet blijken van eerdere ervaringen te hebben geleerd. Zijn alle immigranten wel wie ze zeggen dat ze zijn? Zitten er fraudeurs, oorlogsmisdadigers of IS-strijders bij?  Moeten we dat misschien niet controleren? Hoe gaan we straks om met de tienduizenden die niet voor asiel in aanmerking komen en die terug moeten? Gaan we dan weer bezwijken voor ‘beelden’? Allemaal onsympathieke vragen als iedereen tranen in z’n ogen heeft. Cynisch.

Maar een ding is nog veel cynischer: onder het mom van humaniteit alle lastige vragen en problemen doorschuiven naar de toekomst.

Elsevier nummer 37, 12 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.