Afshin Ellian Afshin Ellian

Door journalistieke luiheid ontstaat vreemd beeld van jihadproces

Door Afshin Ellian - 14 december 2015

De veroordeelde jihadronselaars zijn niet bestraft voor wat ze dachten, maar voor wat ze deden. Tijd dat de media het zicht op de werkelijkheid laten ontnemen door de verhalen van advocaten.

De rechter heeft gesproken in de zaak-Context, beter bekend als het jihadproces. Een aantal jonge jihadisten is veroordeeld tot gevangenisstraffen. Tot mijn verbazing hadden velen een mening over dit vonnis zonder het goed te hebben bestudeerd.

Zo werd beweerd dat de verdachten veroordeeld zouden zijn vanwege hun opvattingen. Elders las ik in een commentaar dat de rechtbank de ideeën had veroordeeld en niet de uiterlijke gedragingen. Het vonnis is zeer uitgebreid en telt bijna driehonderd pagina’s.

Luiheid

In de media ontstond een onwerkelijk beeld van het proces tegen een groep radicale moslims die werden verdacht van opruiing en ronselpraktijken ten behoeve van de jihad. Dit beeld is het gevolg van luiheid bij journalisten.

De meeste journalisten interviewden de advocaten van de verdachten. Het Openbaar Ministerie (OM) kon geen weerwoord geven. We hebben een heel ander systeem dan de Verenigde Staten, waar twee gelijkwaardige krachten – de verdediging en de openbare aanklager – de publieke opinie willen beïnvloeden.

Slechte zaak

In Nederland treedt het OM zeer behoedzaam naar buiten. Dat doet het op twee momenten: bij de arrestatie en nadat het proces is afgerond. Intussen is de verdediging de informatiebron voor het publiek. Dat is een zeer slechte zaak.

De rechter is bij zulke zaken niet geïnteresseerd in wat advocaten in de media beweren. Cliënten hebben vaak geen baat bij media-advocaten. Maar het publiek, dat door toedoen van media en advocaten inmiddels gelooft in de onschuld van de verdachten, wordt verrast wanneer het vonnis anders luidt.

Bewijs

Toen het jihadproces was afgesloten, heb ik het requisitoir van het OM en de pleidooien van de verdediging bestudeerd. Het belangrijkste verwijt betrof de vorming en de deelname aan een terroristische organisatie.

Na lezing van het requisitoir kwam ik tot de conclusie dat het geschetste kader omtrent een terroristische organisatie conform de bestaande jurisprudentie en de wetgeving is. De enige vraag die ik niet kon beantwoorden – omdat ik er niet bij ben geweest – betrof de bewijswaardering.

IS-vlaggen

De rechter sluit volledig uit dat de verdachten vanwege hun geloof of wat ze denken zouden worden berecht: de gedachten zijn vrij, de uiterlijke gedragingen kunnen strafbaar zijn.

In lijn daarmee stelt de rechter dat de verdachten niet zullen worden veroordeeld wegens het verspreiden van de islam, het salafisme of het zwaaien met IS-vlaggen.

In de hele uitspraak blijft de rechter trouw aan deze belofte. De verdachten werden beschuldigd van ronselen voor jihad, artikel 205 Wetboek van Strafrecht. Daarvoor was een overvloed van bewijsmateriaal.

Gewapende strijd

De uitdrukking ‘de geesten rijp maken voor de gewelddadige strijd’ is niet bedacht door rechters of de officier van justitie. Het staat gewoon in de parlementaire behandeling van deze wet. Het gaat om ‘iemand voor gewapende strijd verwerven’.

Daarbij gebruikte de wetgever uitdrukkelijk het woord ‘jihad’. Ronselen voor de jihad is dus strafbaar. Werven moet niet noodzakelijkerwijs worden opgevat als een concreet verzoek, maar ook in de vorm van lezingen, filmpjes van aanslagen, het kracht bijzetten van denkbeelden, trainingen, et cetera.

Terroristenkamp

Dit alles ter vergemakkelijking of voorbereiding van een terroristisch misdrijf. Dit alles moesten de rechters onderzoeken aan de hand van concrete gedragingen.

Er zijn talloze gesprekken in Syrië te lezen in het vonnis met de Syriëgangers. Ook bij de terechtzitting gaf de teruggekeerde Syriëgangers Jordi de J. uitleg over zijn training in een terroristenkamp.

Jordi is ook in het strijdgebied geweest. Zijn getuigenis wordt gesteund door andersoortig bewijsmateriaal. Ook Hicham el O. was in een Syrisch trainingskamp. De gesprekken met anderen in Nederland werd allemaal afgetapt. Dit zijn zeer concrete ronselpraktijken van de groep.

Dieren

Ze zijn zich ook zeer bewust van strafbaarheid van hun gedragingen. Op 1 december 2013 plaatste Azzedine C. een bericht: ‘Naar Syrië reizen op zich is niet strafbaar! (…) Wat wel strafbaar kan zijn is je aansluiten bij Johba Nosra en #ISIS. (…) Mijn broederlijke advies aan de reizigers is: om geen bewijzen bij je te hebben, of te praten via internet over waar je naar toe gaat of bij wie jij je gaat aansluiten of wilt aansluiten. (…) Als je opgepakt wordt praat je niet totdat zij de aanklacht hebben voorgelezen en jij EERST met je advocaat hebt gesproken! (…) Wees dus slimmer dan deze dieren. En …nog een prettige reis bij het uitreizen naar Syrië (…).’

Evenwicht

Ze worden veroordeeld voor alles wat rechtstreeks verband houdt met de jihad, de gewapende strijd.

Ook zegt de rechter dat jihadistische groepen grove en grootschalige mensenrechtenschendingen plegen. Ze ronselden dus niet zomaar voor een gewapende strijd, maar voor de jihad die als doel heeft om mensenrechten te schenden en een islamitische staat te vestigen die dat kan voortzetten.

De ronselaars zijn niet veroordeeld voor wat ze dachten, maar voor wat ze deden. De media moeten zoeken naar evenwicht tussen de verhalen van advocaten en de werkelijkheid. Woensdag schrijf ik over een belangrijk juridisch en politiek dilemma.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.