Afshin Ellian Afshin Ellian

Door blunderend OM is Jitse Akse nu doelwit voor jihadisten

Door Afshin Ellian - 20 januari 2016

De oud-militair die ten strijde trok tegen IS en zich daarvoor mogelijk voor de rechter moet verantwoorden, handelde moreel en strafrechtelijk correct. Het OM schiep zelf een klimaat waarin Akse ervan uit kon gaan dat ook hij niet zou worden vervolgd.

Het oorlogsrecht is gefundeerd in morele en politieke principes. Het uitgangspunt is dat inwoners van Nederland niet participeren in een vijandelijk leger. Artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat niemand tijdens een oorlog waarbij Nederland niet betrokken is, handelingen mag verrichten waardoor Nederland wél betrokken kan raken bij die oorlog.

Vervolgens schrijft artikel 101 voor dat een Nederlander die in het vooruitzicht van een oorlog met een buitenlandse mogendheid vrijwillig in dienst treedt bij deze mogendheid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaar als die oorlog uitbreekt.

Vijand

Je hoeft geen jurist te zijn om te weten dat deze bepalingen niet van toepassing zijn op oud-militair Jitse Akse. Ook is artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht op hem niet van toepassing omdat hij niemand heeft geworven om deel te nemen aan een vreemde krijgsdienst of gewapende strijd, bijvoorbeeld de jihad.

Oud-militair Akse heeft niet aan de zijde van vijand gestreden. Hij heeft geheel zelfstandig binnen de Koerdische strijdkrachten de veiligheidsbelangen van Nederland gediend. Het Openbaar Ministerie (OM) denkt daar anders over, omdat justitiabelen het begrip ‘vijand’ in militaire zin niet meer kennen.

Helder

Op 14 oktober 2014 gaf Wim de Bruin, de woordvoerder van het OM, een spraakmakend interview aan dagblad Trouw. Het ging om de drie leden van motorclub No Surrender die naar Syrië gingen om te vechten tegen IS.

De vraag was af of zij daarmee strafbare feiten hadden gepleegd, omdat ze zich lieten filmen met wapens. De woordvoerder van het Landelijke Parket was helder, wellicht zelfs te helder: ‘Zelfs als ze IS-strijders vermoorden, dan nog zal het Openbaar Ministerie hen niet vervolgen. Zolang zij geen oorlogsmisdaden plegen mogen ze deelnemen aan de gewapende strijd tegen de IS.’

Buitenlandse media berichtten over de uitspraken van de woordvoerder van het OM over de straffeloosheid van deelname aan de gewapende strijd tegen IS. Volgens NRC Handelsblad smult het buitenland van vechtende No Surrender-leden.

Correctie

Het bericht ging als een lopend vuurtje door de Europese media. Daarna gaf het OM op 31 oktober 2014 een persbericht uit met een opmerkelijke correctie: ‘Deelname aan de strijd tegen de IS in Irak en Syrië is in beginsel wel strafbaar.’

Ik kwam dit persbericht niet tegen in de nationale en internationale media. De uitspraken van die woordvoerder wel. Die uitspraken vallen onder een belangrijk rechtsbeginsel: het vertrouwensbeginsel. De vervolging van Akse krijgt een onrechtmatig karakter doordat het OM het zelf gewekte vertrouwen heeft geschonden.

Vertrouwen

Er zijn ook Nederlandse Koerden die vechten tegen IS. Coalitiepartij PvdA was bij monde van Kamerlid Jeroen Recourt van mening dat de Koerden niet mogen worden vervolgd. Dat was op 13 augustus 2014.

De Nederlandse Koerden mogen er dus op vertrouwen dat ze niet worden vervolgd. Weliswaar is dit de mening van een Kamerlid, maar de partij van deze politicus maakt deel uit van de Nederlandse regering, waardoor ook deze uitspraak valt onder het vertrouwensbeginsel.

Logischerwijs geldt deze uitspraak niet alleen voor Koerden, ook voor wie hen wil verdedigen. Het gaat hier niet zozeer om de Koerdische strijders, maar om mensen die bereid zijn de Koerdische bevolking te beschermen tegen de aanvallen van IS. Zodoende mocht ook Jitse Akse ervan uitgaan dat ook hij niet zou worden vervolgd.

Blunder

Het verschil tussen de Syriëgangers of jihadisten en de groep die de Koerdische bevolking wil beschermen, is levensgroot: jihadisten willen oorlogsmisdaden plegen, terwijl de verdedigers van Koerden dat juist willen voorkomen.

Het OM beging nog een blunder. Ze hebben Akse, zo schrijft het AD, hardhandig gearresteerd. Akse zou volgens zijn advocaat met veel machtsvertoon te zijn opgepakt: ‘Een arrestatieteam sleepte de Leeuwarder met wapens op hem gericht uit zijn schuilplek in Arnhem. Ook kreeg hij bij zijn arrestatie een zak over zijn hoofd. Dat zeggen vrienden en de advocaat van Akse.’

Dat was helemaal niet nodig. Hij kon op normale wijze worden aangehouden. Bovendien heeft het OM de oud-militair in gevaar gebracht.

Doelwit

Journalist Harald Doornbos twitterde dat pro-IS-accounts op Twitter hun blijdschap over de arrestatie van Akse toonden. Hij is nu een doelwit voor alle jihadisten wereldwijd, het OM moet zijn veiligheid waarborgen. Dat was allemaal niet nodig geweest, als zij anders te werk waren gegaan.

De kern is dat de bescherming van weerloze mensen in een oorlogssituatie – waarbij de ene partij ernstige oorlogsmisdaden pleegt – moet worden beschouwd als een uitzonderlijke situatie.

Als het OM Akse wil vervolgen wegens moord, zou het ook de Nederlandse piloten moeten vervolgen die in opdracht van de Nederlandse overheid IS-leden bombarderen.

Straffeloos

Het is waar dat Akse niet in opdracht van de Nederlandse regering aan de zijde van Koerden heeft gevochten. Maar hij maakte wel deel uit van militaire eenheden (de Koerdische strijdkrachten) die door de Nederlandse regering en haar bondgenoten, militair, materieel en politiek worden gesteund.

Ook Akses eenheid zou in Irak Nederlandse en Amerikaanse luchtsteun hebben gekregen. De oorlog tegen IS is geen normaal militair conflict. Daarom had het OM nooit tot vervolging moeten overgaan. Ik ga er wel van uit dat Akse geen oorlogsmisdaden heeft gepleegd – dat is een voorwaarde om straffeloos te kunnen blijven.

Akse heeft moreel en strafrechtelijk juist gehandeld.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.