Gerry van der List

Is Khadija Arib geschikt voor het hoogste ambt van de staat?

Door Gerry van der List - 04 januari 2016

Als er één partij is die heeft geprofiteerd van het gedoe rond de Teevendeal, is het de VVD. De onthulling van de gemaakte fouten deed het liberale imago natuurlijk geen goed, maar zij boden wel een mooie aanleiding om af te komen van twee vertegenwoordigers die niet bijster goed functioneerden.

Allereerst was er Ivo Opstelten. De minister van Justitie en Veiligheid had als bestuurder duidelijk zijn glorietijd achter zich en moest tot opluchting van zijn partijgenoten het veld ruimen.

Daarna volgde vorige maand voorzitter van de Tweede Kamer Anouchka van Miltenburg, op wie al sinds haar aantreden in 2012 veel kritiek te beluisteren viel. Zij bleef tot het moment van haar aftreden op 12 december volhouden dat ze niets verkeerd had gedaan, maar ze had al vrij vaak de indruk gewekt dat haar functie iets te hoog gegrepen was.

Veel vertoond op televisie is het moment waarop ze snikkend weg beende nadat Kamerleden zich negatief hadden uitgelaten over de wijze waarop ze een debat probeerde te leiden.

Concurrent

De ontstane vacature zal volgende week worden vervuld. Op 13 januari zal de Tweede Kamer een nieuwe voorzitter kiezen. Als eerste kandidaten hebben zich twee vrouwen, Khadija Arib (PvdA) en Madeleine van Toorenburg (CDA), gemeld die elkaar op Twitter ooit nog eens voor rotte vis hebben uitgemaakt. Dat belooft wat.

Toen Dick Dolman in 1979 als voorzitter van de Tweede Kamer werd gekozen, kreeg hij te horen dat dit ‘het hoogste ambt van de staat’ is. Dit verbaasde de PvdA-econoom enigszins.

Het voorzitten van de volksvertegenwoordiging is vanzelf een grote eer, maar het gaat lang niet met zo veel aanzien gepaard als bijvoorbeeld een ministerschap. Vroeger kwam het voor dat een voormalig minister-president de taak op zich nam.

Zo is in de vorig jaar verschenen biografie van Charles Ruijs de Beerenbrouck te lezen hoe de katholieke jonkheer twee keer na een premierschap in de Tweede Kamer de man met de hamer werd. Met groot genoegen en vakmanschap verrichtte hij zijn werk.

Tegenwoordig lijkt de functie vooral een troostprijs voor lang dienende parlementariërs die om wat voor reden dan ook geen uitzicht hebben op een positie in de regering.

Beoordeling

Hoe een voorzitter het doet, valt bij aanvang niet goed te voorspellen. Dolman werd door de media met scepsis ontvangen omdat hij te kil en gereserveerd zou zijn, maar staat nu te boek als een van de beste voorzitters van na de oorlog. Partijgenoot Gerdi Verbeet bleek na een moeizame start snel te kunnen leren en is inmiddels een soort tv-persoonlijkheid.

Het is de vraag of Khadija Arib eenzelfde status zal kunnen bereiken. De 55-jarige Marokkaanse nam al in 1998 plaats in de Kamer, maar verwierf pas een kleine tien jaar later nationale bekendheid toen PVV-leider Geert Wilders kritiek leverde op haar lidmaatschap van een raad voor mensenrechten in Marokko, die de plaatselijke koning van advies diende.

In de PvdA-fractie had ze toen al lang een reputatie als lastpak. De linkse activiste, die haar kinderen Palestijnse namen heeft gegeven, handelde daarbij meer uit emotie dan op basis van een grondige kennis van de dossiers.

Haar kandidatuur voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer vier jaar geleden wekte dan ook enige bevreemding. Arib genoot geen faam als iemand met sterke leidinggevende kwaliteiten, grote spreekvaardigheid en bindend vermogen.

Toen ze in 2014 secretaris van de PvdA-fractie wilde worden, lekte een notitie uit waarin het personeel zich beklaagde over het onhebbelijke gedrag van het Kamerlid dat met meerdere medewerkers een slechte werkrelatie had.

Liberale steun

Vorige maand kreeg de PvdA-diva wel steun van een VVD’er. Oud-voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas somde in NRC Handelsblad de vereisten voor de vacante functie op, om vervolgens zomaar te beweren dat Arib daaraan voldeed. Verrassend, zeker omdat ‘natuurlijk gezag’ hoog op het verlanglijstje van Weisglas stond.

Over die vereisten zou de discussie in elk geval moeten gaan, niet over het aantal paspoorten van de Marokkaanse. Het is van belang een kandidaat-voorzitter te beoordelen op zijn kwaliteiten en niet op zijn afkomst, zei ze zondag in het tv-programma Buitenhof. Wijze woorden. Hoewel een dergelijke beoordeling niet per se in het voordeel van Arib uitvalt.

Elsevier nummer 1, 9 januari 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.