Afshin Ellian Afshin Ellian

Ontneem salafisten hun privilege, in belang van gewone moslims

Door Afshin Ellian - 24 februari 2016

Een achterhaalde juridische bepaling zorgt ervoor dat geweld predikende moskeeën niet kunnen worden gesloten. Het is in het belang van gewone moslims dat salafisten hun privilege wordt ontnomen.

Het is de jihadistische groepen gelukt om uit de kweekvijver van het salafisme strijders te vissen voor de terroristische daden. Hun islamitische ouders zijn weerloos. Zij kunnen hun kinderen niet vertellen dat het toetreden tot deze sekte, het salafisme, in strijd is met de wet.

VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Halbe Zijlstra, wil dat hieraan een einde komt. Hij wil het zogenoemde religieuze privilege opheffen. Artikel 2 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek (BW) regelt de status van kerkgenootschapen. Lid 2 van dit wetsartikel bepaalt dat zij door hun eigen statuten – mits dat niet in strijd is met de wet – worden geregeerd.

Godsdienstoorlogen

De kerkorde is geen recht in de zin van de wet op rechtelijke organisatie. Dat heeft te maken met de scheiding van kerk en staat. Vervolgens schrijft de wet voor dat met uitzondering van artikel 5 aangaande de vermogensrechtelijke positie van kerkgenootschappen, alle andere artikelen van deze titel van Boek 2 (BW) niet voor hen gelden.

Hier begint het religieuze privilege dat rechtshistorisch gezien een vredig en rechtvaardig doel nastreefde.

De totstandkoming en de ontwikkeling van de godsdienstvrijheid in Nederland is een gevolg van de godsdienstoorlogen, lang geleden. Die oorlogen weerklonken tot diep in de negentiende eeuw. De liberale rechtsstaat garandeert godsdienstvrijheid voor alle christelijke richtingen: dus geen schuilkerken meer.

Geschil

Daarnaast maakt het religieuze privilege godsdienstvrijheid in de nieuwe wereld mogelijk. De overheid zal daarom niet interveniëren in het functioneren van kerkgenootschappen.

Fusies en afsplitsingen binnen kerkgenootschappen zijn aan de orde van de dag. Daaraan ligt meestal een theologisch geschil ten grondslag. Het godsdienstige privilege waarborgt dat gelovigen zonder vrees voor staatsbemoeienis hun kerkgenootschap kunnen inrichten.

Deze bepaling vloeit dus rechtstreeks voort uit de christelijke geschiedenis, vooral uit de godsdienstoorlogen. Niemand dacht daarbij ooit aan moskeeën of aan salafisten. Sowieso gaat het niet langer om de kerkgenootschappen en hoeven de kerken de bemoeienis van de Nederlandse overheid niet te vrezen. Die tijd ligt echt achter ons.

Privilege

Maar ten gevolge van dit religieuze privilege kunnen kerkgenootschappen, dus ook moskeeën, niet worden verboden. Alle criteria die de wet aanreikt voor het verbieden van een niet-religieuze vereniging, gelden dus niet voor een moskee.

Deze bepaling is dus niet van toepassing op moskeeën: ‘Een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd met de openbare orde, wordt door de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verboden verklaard en ontbonden.’

Moet een vereniging strafbaar hebben gehandeld voordat zij kan worden verboden? Nee, zo blijkt uit het arrest van de Hoge Raad inzake de Vereniging Martijn. Deze vereniging pleegde geen strafbare feiten. Maar het bevorderen van het begrip voor de seksuele relatie tussen volwassenen en minderjarigen – wat het doel was van de vereniging – zou wel tot strafbare feiten kunnen leiden.

Stenigen

Als we deze logica toepassen op een salafistische moskee waarin het doden van afvalligen en de beledigers van de islam en van Mohammed wordt goedgepraat, evenals het stenigen van overspelige vrouwen en andere wrede straffen uit de sharia-boeken, dan zouden ook deze activiteiten kunnen leiden tot het plegen van strafbare feiten.

Er zijn al salafisten die op basis hiervan aanslagen hebben gepleegd. Hier zou een islamoloog kunnen beweren dat deze zaken tot het domein van de sharia behoren, en dat de sharia behoort tot het hart van de islam. Dit is waar. Maar juridisch is dat niet langer relevant.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in minstens drie fundamentele uitspraken besloten dat de sharia, of een sharia-regime, in essentie in strijd is met de mensenrechten en de democratie, en tot doel heeft het systeem van de rechten van de mens en de democratie omver te werpen.

Financiering

Politieke partijen die dat propageren, kunnen worden verboden. Maar het EHRM is geen Nederlandse wetgever – het kan geen wetten en strafbare feiten construeren voor Nederland. Dat is de taak van het Nederlandse parlement.

We kunnen met recht constateren dat het religieuze privilege niet meer van deze tijd is. Maar ten gevolge van deze regel kunnen gemeenten nog steeds niet zomaar inzicht krijgen in de financiering van moskeeën die banden hebben met salafisten. Zij zijn dus vrij in het plegen van handelingen die op den duur een bedreiging vormen voor de democratie en de rechten van de mens.

Wat is gevaarlijker voor de nationale veiligheid: pedovereniging Martijn of een drukbezochte salafistische moskee? Deze vraag dienen het kabinet en het Nederlandse parlement te beantwoorden.

Piet Hein Donner

Het kabinet moet niet zoals oud-minister Piet Hein Donner (CDA) dit privilege om onlogische en rechtshistorisch gezien valse redenen handhaven. Juist de christelijke partijen moeten het opheffen van dit privilege bepleiten. De groei van het salafisme is een rechtstreekse, existentiële dreiging voor het christendom.

Door de opheffing van de onnodige bescherming van de salafistische moskeeën krijgen het Openbaar Ministerie, gemeenteraden, burgemeesters en politie-eenheden de mogelijkheid om deze moskeeën aan een openbaar onderzoek te onderwerpen.

Haatpredikers

Dit vergroot ook de rechtsvrede in Nederland, waardoor acceptatie van gewone moskeeën, die geen banden hebben met salafisten, zou kunnen groeien. Het bestrijden van de rotte appels biedt meer bescherming aan vredelievende moslims dan het handhaven van het religieuze privilege voor het salafisme.

De kerken hebben nu niets aan het religieuze privilege waarbij alleen salafisten baat hebben. De effectieve strijd tegen het salafisme en hun haatpredikers ligt in handen van minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA). Als hij het wil, komt er een grote meerderheid in het parlement.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.