Gertjan van Schoonhoven

Nederland: leeg en ondernemend in 1800, vol en inactief in 2034

Door Gertjan van Schoonhoven - 21 maart 2016

In 1996 was Nederland nog – naar de bekende hit – het ‘land van 15 miljoen mensen’. In 2001 passeerden we de grens van 16 miljoen. Vandaag – maandag 21 maart 2016 – kreeg Nederland zijn 17 miljoenste inwoner. Nu, rond een uur of 4 ’s middags, staat de ‘bevolkingsteller’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), alweer op 17.000.039 inwoners.

‘Het lege land’ is in 2 eeuwen behoorlijk vol gelopen.

Het lege land is de fraaie titel van een bekend boek van de Groninger architectuurhistoricus Auke van der Woud over het Nederland van rond 1800. Toen woonden hier twee miljoen mensen, en die waren zo ondernemend en bouwlustig dat ze de basis legden voor het volle land van nu. Op naar tien keer zo veel: 20 miljoen.

Het is, als je er even bij stilstaat, nog steeds een onwaarschijnlijk succesverhaal: hoe een land van toen nog vooral woeste grond, overstromende of juist droogvallende rivieren en keuterboertjes in twee eeuwen een van de meest succesvolle economieën én een van de meest ontwikkelde landen ter wereld zou worden. En een van de volste.

De bevolkingsgroei vlakt wel af, maar het einde is nog niet in zicht. Volgens de prognoses van het CBS is het nu wachten op de volgende mijlpaal van 18 miljoen, die naar schatting in 2034 zal worden bereikt. Maar wat zulke prognoses waard zijn, is de afgelopen maanden wel gebleken. De exodus uit Syrië en Afrika in 2015 heeft ook de komst van de 17 miljoenste flink vervroegd.

Kinderen

Volgens het CBS was de kans groter dat de 17 miljoenste een nieuwe, bij de gemeente ingeschreven immigrant was (asielzoekers tellen niet mee voor de cijfers), dan een baby. Ook was de kans groter dat de 17 miljoenste in de ‘groeiende’ randstad ‘viel’ dan in de ‘krimpende’ provincie.

Deze kansberekening zegt wel iets over wat zich in Nederland voltrekt, demografisch gesproken. Nederlanders krijgen, vergeleken met veel andere Europeanen, nog steeds relatief veel kinderen.

Maar de grote aanjager van de bevolkingsgroei is (asiel)immigratie. Vorig jaar werden volgens het CBS ruim 200.000 immigranten ingeschreven, en er werden ‘slechts’ 170.000 kinderen geboren.

De groei zit bovendien vooral in de randstad en niet in de meer perifere regio’s. Delen van Nederland slibben echt dicht, andere delen kunnen juist wel wat meer mensen gebruiken. Zo kreeg Amsterdam er sinds 2001 zo’n 100.000 inwoners bij.

In de discussie over de drukte in de hoofdstad krijgen vooral toeristen de schuld. Maar de enorme autonome groei van het aantal hoofdstedelingen zelf, is minstens zo’n belangrijke factor. In krimpsteden als Heerlen en Kerkrade doen ze weer een moord voor ‘Amsterdamse taferelen’.

Zo bezien valt dat ‘volle Nederland’ uiteen in twee delen: een Nederland dat té vol is, en een Nederland dat eigenlijk niet vol genoeg is. Je zou zeggen: haal wat weg bij de één en geef het aan de ander. Maar zo werkt het helaas niet.

Of dit sluipende proces op termijn een demografisch en economisch evenwichtig land oplevert, is zeer de vraag. Waarschijnlijk eerder een land van twee snelheden.

Kan een klein land als Nederland zoveel mensen aan? Je zou zeggen van wel. Nederland, dat is toch het land van ‘gezelligheid’, ‘kan nog meer bij’ en ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd’?! Voor dit land zou de komst van de 17 miljoenste Nederlander goed nieuws moeten zijn. Gezellig! Kom er lekker bij! We zijn sinds 1800 al bijna vertienvoudigd in aantal, dus die ene kan er ook nog wel bij.

Maar of die 17 miljoenste – laat staan de 18 miljoenste – echt zo opgeruimd gaat worden ontvangen, is de vraag.

Spanningen

Ten eerste is het wel eens gezelliger geweest in Nederland. De komst van tienduizenden asielzoekers uit vooral Syrië de afgelopen maanden, leidt tot ongekende spanningen in het hele land.

De discussie over de impact van het toerisme op de sfeer in Amsterdam heeft soms ook heel grimmige trekjes. De grens van wat de bevolking aan bevolkingsgroei accepteert, lijkt in zicht. Onze cultuur van gezelligheid en kan nog meer bij kraakt in haar voegen.

Ten tweede ziet het er naar uit dat Nederland de komende decennia vrij fundamenteel van samenstelling verandert. Door vergrijzing en ook immigratie is de verwachting dat een sterk krimpende groep actieven een sterk groeiende groep inactieven op de schouders moet nemen.

In twee eeuwen ging Nederland dus van leeg en ondernemend, naar vol en inactief.

Hoe gezellig dat land is, weten we in 2034.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.