Mirthe Docter

Hoe ver strekt de bevoegdheid van een politieagent?

Door Mirthe Docter - 03 maart 2016

Mag een agent het mobieltje afpakken van iemand die een incident op straat fotografeert, en hem sommeren de foto te verwijderen? Juriste Mirthe Docter legt hoe het morele gelijk van een agent kan botsen met zijn juridische ongelijk.

Donderdag 4 februari is op straat in Amsterdam-Noord een 35-jarige vrouw doodgestoken. Een van de hulpverlenende agenten, Wout van Noord, beschreef in een blog op Facebook wat zo’n incident met een agent doet.

Hij verbaasde zich over het aantal omstanders dat ‘pal boven het slachtoffer stond te gapen’ en gaf aan dat ze zijn collega’s hinderden bij het reanimeren. Eén man maakte zelfs een foto van de voor haar leven vechtende vrouw. Hij pakte de telefoon van de man af en zei dat hij die zou terugkrijgen als hij de foto zou verwijderen.

Hoe smakeloos het ook is om een stervende vrouw te fotograferen, de vraag moet worden gesteld op het optreden van de agent rechtmatig was.

Hulpverlener

Taak van de politie is handhaving van de rechtsorde en hulpverlening ‘aan hen die dit behoeven’. Met handhaving van de rechtsorde wordt bedoeld: het waken over de veiligheid van personen. De bevoegdheden staan in de Politiewet. Dit geldt niet alleen voor opsporingshandelingen, maar ook voor de hulpverleningstaak, zo volgt uit rechtspraak van ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad.

De agent trad hier duidelijk op als hulpverlener. Ging hij zijn boekje te buiten door de telefoon af te pakken en de eigenaar ertoe te dwingen foto’s te verwijderen? In een vergelijkbare zaak die in 2014 speelde bij het gerechtshof in Den Haag en uiteindelijk bij de Hoge Raad, werd een verdachte vervolgd wegens belediging van een agent en drie van diens collega’s.

De agent had een vriend van de verdachte gesommeerd een van de agent gemaakte foto van zijn telefoon te verwijderen. De agent zette zijn sommatie kracht bij door de man vast te pakken.

Onrechtmatig

In het dossier zat een terecht bevonden politieklacht over dit optreden. De bureauchef stelt dat de politie geen films of foto’s mag wissen en dat ook niet van burgers mag eisen. Het in beslag nemen van fotorolletjes of films moet gebeuren volgens de regels van het Wetboek van Strafvordering.

Verder is niet gebleken dat de fotograferende burger het werk van de politie belemmerde. Als dat wel zo was geweest, was een vordering tot afstand houden de juiste handelwijze geweest, en bij weigering een aanhouding.

De agent had dus onrechtmatig gehandeld. Hij had niet verwijdering van de foto mogen vorderen en de man niet mogen beetpakken om zijn sommatie kracht bij te zetten.

Uit het bericht op Facebook blijkt niet exact wat er zich heeft afgespeeld tussen de agenten en de ‘fotograaf’. Het blijft in het midden of hij door het maken van die foto de (andere) agenten hinderde bij de reanimatie.

Bijval

Als dat zo was, had de agent de man moeten vragen afstand te houden. Hij was echter niet bevoegd de telefoon af te pakken en ook niet om de man te sommeren de foto te verwijderen.

Beschermde de agent niet gewoon de privacy van het slachtoffer? Dat is niet zijn taak. Het portretrecht ziet op de bescherming van (de privacy van) personen die (ongewild) worden gefotografeerd.

De agent kreeg in de media veel bijval voor zijn actie: je fotografeert geen stervende vrouw! De morele kant van de zaak is echter een andere dan de juridische. Was zijn actie begrijpelijk? Ja. Was de agent daartoe ook bevoegd? Nee.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.