Gerry van der List

Seculier land moet worden bestuurd zonder de gratie Gods

Door Gerry van der List - 01 maart 2016

Het beste zou zijn als de overheid zich geheel onthoudt van bemoeienis met religie.

De SGP was boos. Voorman Kees van der Staaij sprak in januari van ‘symboolpolitiek van het slechtste soort’ toen D66 weer eens een poging ondernam de scheiding van kerk en staat verder te formaliseren. Kamerlid Stientje van Veldhoven stelde voor om de woorden ‘bij de gratie Gods’ bij de uitvaardiging van wetten te schrappen.

Een logisch voorstel. Het doet immers vreemd aan dat een seculiere overheid in een grotendeels goddeloos land bij de regelgeving verwijst naar een opperwezen. Maar Van der Staaij vindt dat hogere waarden een plek dienen te hebben in de wet en veroordeelde het D66-plan als ‘puur negatief’.

Dit is de gebruikelijke confessionele reactie op het streven religieuze privileges terug te dringen. Gesproken wordt van ‘christenen pesten’ en ‘liberaal fundamentalisme’. Maar het gaat om gelijke behandeling. Het wringt zowel moreel als juridisch wanneer een bepaalde geloofsovertuiging tot hogere waarde wordt verheven en aanhangers van een religie een uitzonderingspositie krijgen toebedeeld.

Als ongelovigen geen homo’s en vrouwen mogen discrimineren of dieren mishandelen, zouden gelovigen dat ook niet moeten mogen – ook al kunnen ze verwijzen naar een heilige schrift en noemen ze onverdoofd slachten ‘ritueel’.

Geloofsoverdracht

In het debat over de scheiding van kerk en staat nemen de sociaal-democraten een halfhartige positie in. PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt reageerde op het voorstel van zijn collega Van Veldhoven met de mededeling: ‘Hiervoor ben ik niet de ­politiek ingegaan.’ Wat een inhoudelijk niet zo sterke reactie is op een idee dat weliswaar geen grote maatschappelijke problemen oplost, maar toch een zinnige indruk maakt.

Bij de PvdA is weinig te merken van de antiklerikale traditie van het socialisme. Tegenover de islam stelt de partij zich vriendelijk op. Prominente vertegenwoordigers, zoals oud-partijleider Job Cohen, beschouwden de godsdienst die niet veel idealen deelt met de sociaal-democratie, zelfs als geschikt middel voor integratie dat subsidies verdient.

En het Kamerlid Ahmed Marcouch heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt zich te willen bemoeien met de geloofsbeleving, bijvoorbeeld door islamitische leiders in te zetten tegen radicalisering.

Het verlangen naar een gematigde polder­islam ligt ook ten grondslag aan het recente plan van PvdA-minister Jet Bussemaker om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een hbo-opleiding tot islamitische geestelijke. De nu actieve imams zouden volgens haar te veel de nadruk op theologie leggen. In het verleden is een dergelijke opleiding op een enorme mislukking uitgelopen. Meer principieel is de vraag in hoeverre de overheid zich moet bezighouden met de inhoud van geloofsoverdracht.

Principieel beter verdedigbaar is het voorstel van Halbe Zijlstra om een eind te maken aan de extra bescherming die religieuze organisaties wettelijk genieten. Het motief van de fractievoorzitter van de VVD is echter bedenkelijk. Hij wil salafistische organisaties elimineren. Maar een verbod op islamitisch puritanisme is simpelweg in strijd met de vrijheid van meningsuiting en moeilijk uitvoerbaar.

Geruststellend was het dan ook dat het kabinet vorige week liet weten dat ‘individuele vrijheid de basis is van onze rechtsstaat’. Overtredingen van de wet moeten uiteraard worden bestraft, maar het wettelijk taboe verklaren van (islamitisch) gedachtegoed past niet in een rechtsstaat, legde ­vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) netjes uit. Zijlstra stond na zijn onliberale oprisping weer eens met lege handen.

Paniekreacties

De genoemde voorbeelden hebben met elkaar gemeen dat ze laten zien hoe moeizaam seculier Nederland omgaat met religie. Teruggedeinsd wordt voor de logische consequenties van de scheiding van kerk en staat, mede omdat confessionelen steeds aan de bel trekken. Verder leidt de opmars van de islam zowel tot pogingen zich met de richting van deze religie te bemoeien als tot juridisch dubieuze paniekreacties.

Het beste zou zijn als de overheid zich geheel onthoudt van bemoeienis met religie. Dat wil zeggen: geen privileges meer voor organisaties en personen die een geloof aanhangen, maar precies dezelfde rechten en plichten hebben als het ongelovige deel van de natie heeft. Inclusief het recht om met rust gelaten te worden zolang de wet niet wordt overtreden.

Gelijke behandeling is het beste uitgangspunt voor een wetgever die in een levensbeschouwelijk pluriform land nooit zou mogen pretenderen bij de gratie Gods te besturen.

Elsevier nummer 9, 5 maart 2016

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.