Lennaert Lubberding

Genuanceerd, nee. Maar heeft Johan Derksen ongelijk?

Door Lennaert Lubberding - 15 april 2016

Het is goed dat voetbalanalist Johan Derksen ballen toonde. Er is iets mis met de sociale cohesie bij Marokkaans-Nederlandse clubs.

Wie in Nederland voetbalt op laag amateurniveau speelt zo’n 26 wedstrijden per jaar – 13 uit, 13 thuis. Ondergetekende is er een van, nu voor het zesde seizoen in Amsterdam, daarvoor twaalf jaar bij een club op de Veluwe. Twee of drie wedstrijden per jaar slaan we liever over: ‘dat wordt trammelant’.

Niet eens zozeer sportief gezien, want verliezen is eerder regel dan uitzondering, maar plezier – lekker voetballen op zondagmiddag – is er niet bij. Intimideren, sissen, schelden, slaan. Helaas bestaan de tegenstanders tegen wie je om die reden liever niet speelt, negen van de tien keer hoofdzakelijk uit Marokkaanse Nederlanders.

Voetbalcommentator Johan Derksen kreeg deze week half Nederland over zich heen toen hij zei dat ‘een teveel aan Marokkaanse leden voetbalclubs om zeep helpt’ – want: racisme. Altijd een sterke troef om een discussie bij voorbaat te killen.

Maar, Derksen kreeg ook veel bijval. Terecht. Even genuanceerd was zijn betoog op sommige punten niet, maar hij toonde ballen door de controverse niet te schuwen. Oud-KNVB-bestuurder Paul Verweel bevestigde in De Telegraaf dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn bij excessen op voetbalvelden. Wie amateurvoetbal speelt en tegen overwegend Marokkaanse teams speelt, zal dat erkennen. Het ís een sociaalmaatschappelijk probleem dat groter is dan we met zijn allen willen onderkennen.

Tegenovergestelde
Natuurlijk zijn er tal van voorbeelden die het tegenovergestelde laten zien. Spelers die opvallen door, zoals dat zo mooi heet, hun voeten te laten spreken: Ilias Bel Hassani bij Heracles, Anwar El Ghazi bij Ajax, Ibrahim Afellay bij het Nederlands Elftal. En je kunt toch moeilijk beweren dat Karim El Ahmadi een stoorfactor is binnen zijn club Feyenoord, integendeel.

Bovendien: de beste speler uit de Nederlandse Eredivisie ís een Marokkaan. Hakim Ziyech van Twente. Oké, hij wordt dan nog wel eens als ‘lastig’ bestempeld, maar dat was Johan Cruijff ook. Ziyech kan het zich veroorloven.

Hans Kraay jr. – zelf nog steeds zeer actief binnen het amateurvoetbal – sprong met bovenstaande voorbeelden in de bres voor de Nederlandse voetballers met Marokkaanse achtergrond. Maar, Hans Kraay is trainer van eerste elftallen in het amateurvoetbal. Teams waar veel publiek komt kijken, waarbij de KNVB zichtbaar aanwezig is. De Utrechtse club Magreb ’90 doet aardig mee in de Topklasse zondag.

De lagere klassen van het amateurvoetbal – lees: de wat mindere spelers die zichtbaar voor hun plezier voetballen – hebben die sociale controle veel minder, en daar lopen wedstrijdjes dus vaak uit op gedoe. En, helaas maar waar: jongens met een Marokkaanse achtergrond zorgen in die potjes vaker voor ‘plezierontnemende’ overlast. Zou hockey daarom steeds populairder worden?

Twaalf jaar geleden schreef wetenschapsredacteur Simon Rozendaal over de opkomst en ondergang van zijn eigen voetbalclub Zwart-Wit ’28. Lees meer >

Sociale cohesie
Bij teams waarin hoofdzakelijk tot uitsluitend Marokkaanse jongens spelen, is de sociale cohesie simpelweg vaak niet in orde. Spelers corrigeren elkaar niet en tonen weinig respect voor autoriteit.  Die vaststelling is niet ongenuanceerd of ‘racistisch’, maar de wekelijkse praktijk bij veel – nee, niet alle – amateurclubs waar Marokkaanse Nederlanders domineren.

Voetbal, een spelletje dat iedereen bij elkaar brengt, waarbij verschillen wegvallen. Het klinkt zo mooi, maar de realiteit is weerbarstiger. Bij veel clubs is er eerder sprake van segregatie dan van integratie. In die zin dan wel weer een goede afspiegeling van de samenleving.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.