Gertjan van Schoonhoven

Euthanasieplan werpt lugubere schaduw over laatste levensfase

Door Gertjan van Schoonhoven - 13 oktober 2016

Gaat Edith Schippers de geschiedenis in als de liberale minister die de verzorgingsstaat voltooit? Het zou zo maar kunnen.

Het niet geheel onverwachte, maar zeker internationaal toch opzienbarende voorstel van het kabinet om stervenshulp te gaan bieden aan niet-zieke ouderen die hun leven desondanks ‘voltooid’ vinden, gaat ongetwijfeld nog veel politieke discussie opleveren. Wellicht wordt het voorstel zelfs een van dé thema’s tijdens de komende verkiezingen. Dat zou terecht zijn – want over het voorstel valt zowel ideologisch als ethisch veel te zeggen.

Om met het eerste te beginnen: de uitdrukking ‘van de wieg tot het graf’ zal ook letterlijk de praktijk worden in verzorgingsstaat Nederland, als het voorstel ooit wet wordt. De Nederlandse overheid rekende het al tot haar taak om een milde dood te faciliteren voor ernstig (psychisch) zieke ouderen. Nu wil ze dit ook gaan doen voor ouderen die helemaal niet ziek zijn, maar naar hun gevoel zijn uitgeleefd.

Gekke hybride van liberalisme en socialisme

Ideologisch is het zo een gekke hybride. Liberaal is het idee dat mensen tegenwoordig zelf heel goed kunnen bepalen of ze door willen leven of niet. Dat hoeft een arts niet voor ze te bepalen. Typisch socialistisch is daarentegen het element dat de overheid vervolgens wel een complete Orwelliaanse bureaucratie optuigt met zogeheten ‘stervensbegeleiders’ die gaan doen wat die mondige burger blijkbaar zelf niet kan of durft. Het voorstel creëert als het ware een soort papieren zelfbeschikking: ja, de burger beschikt, maar iemand anders prikt.

Spraakmakend interview met Paul Schnabel (D66): ‘Euthanasiewet moet blijven zoals-ie is’

Ethisch is er veel over het voorstel te zeggen. Schippers heeft het buitengewoon verstandige en politiek ook dappere rapport van de commissie-Schnabel helaas naast zich neergelegd. Anders dan nu de minister bezweek Schnabel niet voor de buitengewoon assertieve voltooid-leven-lobby. In zijn ogen was het probleem van  deze ‘hulpvraag’ grotendeels theoretisch. De huidige euthanasiewetgeving is al zo liberaal, dat je maar een paar klachten hoeft te hebben om al voor euthanasie of legale hulp bij zelfdoding in aanmerking te komen.

Idee van ‘stervensbegeleiders’ is verontrustend

Is de aparte voltooid-leven-wet die Schippers wil dan louter symbolisch? Nee, zeker niet. Wat er verontrustend aan is, is dat het beëindigen van levens in de handen wordt gelegd van speciale ‘stervensbegeleiders’. Daarmee wordt deze complexe en verantwoordelijke taak weggehaald bij echte (huis)artsen – en dat heeft nogal implicaties.

De huisarts kent mensen doorgaans al lang, en kan dus beter beoordelen of een doodswens echt menens is of een schreeuw om aandacht uit bijvoorbeeld eenzaamheid. Stervensbegeleiders zullen er naar verwachting pas op het laatste moment worden bijgehaald – en missen dus de hele persoonlijke voorgeschiedenis van de verzoeker. Een wereld van verschil. De kans dat een milde dood een soort kille staatsservice wordt van ‘u vraagt, wij draaien’, is weer een stuk groter geworden.

Maar het naarste risico van de beoogde wet is wel dat die een lugubere schaduw gaat werpen over de hele laatste levensfase. Ook ouderen die helemaal niet ziek zijn, zullen zich gaan afvragen of ze er eigenlijk nog wel mogen zijn.  Want ja, waarom zijn die ‘stervensbegeleiders’ er anders?

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.