Afshin Ellian Afshin Ellian

Het moet niet gaan om Wilders, maar om de problemen die hij aan de orde stelt

Door Afshin Ellian - 22 februari 2017

Een vreemde tijd! Er is een verkiezingsstrijd gaande. Maar al een paar dagen wordt gepraat over de journalistiek. Terwijl het eigenlijk moet gaan over politici en hun politieke programma’s, schrijft Afshin Ellian.

Sjors Fröhlich, hoofdredacteur van BNR, schreef een open brief aan PVV-aanvoerder Geert Wilders, nadat die bekend had gemaakt het Carré-debat te mijden dat wordt georganiseerd door BNR (en RTL en Elsevier). Deze brief maakt een aantal zaken bespreekbaar.

In zijn brief zegt hij dat het niet om hem of om BNR gaat, maar ‘nee Geert, het gaat om de mensen in het land, de kiezers, “het volk”, om in jouw termen te blijven.’ Maar Wilders maakt deel uit van de Nederlandse volksvertegenwoordiging! Daar, en niet in de media wordt volgens de grondwet het Nederlandse volk vertegenwoordigd.

Ook schrijft Fröhlich dat volgens Wilders veel media hem en zijn PVV willen beschadigen. Dat is volgens Fröhlich niet waar. Sjors kom op, kijk om je heen, dit klopt echt niet. Een aanzienlijk aantal media en invloedrijke journalisten is sterk gekant tegen Geert Wilders. Bijna alle dagbladen zijn tegen Wilders. In praatprogramma’s moet een weldenkend mens bijna een zwakzinnige zijn om het voor Wilders te willen opnemen.

Ik kom op voor het recht op vrije meningsuiting van Wilders

Ikzelf word van alles en nog wat uitgemaakt, terwijl ik geregeld stevige kritiek heb op Wilders. Maar ik weiger iedere analyse te beginnen met de bezweringsformule: natuurlijk vind ik Wilders vreselijk, maar in dit geval ben ik het met hem eens. Nee, dat doe ik niet. Ik kom op voor zijn recht op vrijheid van meningsuiting en voor zijn veiligheid. Dat laatste heb ik zelfs ooit met de PvdA-ideoloog wijlen Jos de Beus gedaan. Niet Wilders maar de problemen die hij aan de orde stelt, zijn van immens belang voor onze toekomst, vrede, vrijheid en veiligheid. Daarover moeten we het hebben.

Fröhlich is wellicht vergeten hoe de media, en vooral de publieke omroep en RTL, een ware hetze teweegbrachten naar aanleiding van de minder-minder-uitspraak van Wilders. Het leek op een slagveld. Er werden zelfs ruim 5.000 aangiftes tegen Wilders geconstrueerd. Nee, Sjors, de mensen zijn dit niet vergeten. Zelfs Kees Boonman, een excellente journalist voor wie ik ontzag heb, is niet langer in staat om zijn weerzin tegen Wilders te verbergen. En dan vindt hij het vreemd dat Wilders niet in zijn programma wil verschijnen.

Wilders heeft de journalisten helemaal niet nodig

Wat veel journalisten niet snappen, is dat Wilders hen niet nodig heeft. Technologische ontwikkelingen hebben de media gedemocratiseerd. In ondemocratische landen als China, Turkije of Iran worden nieuwe media aan banden gelegd om de bevolking te ‘beschermen’ tegen ‘onwelgevallige’ berichten en opinies. Daarom mogen alleen door de staat gecomponeerde berichten en opinies via de media worden verspreid.

Hier is dat gelukkig niet mogelijk. Twitter, YouTube, Facebook, websites zoals die van Elsevier hebben een groot bereik. Al ver voor president Donald Trump begon te twitteren, gebruikten Arabische demonstranten de macht van de sociale media om de staatsmedia te omzeilen. Het journalistieke establishment in het westen is aan een grondige kritische reflectie toe.

Sjors, zijn er PVV-journalisten bij BNR?

Fröhlich nodigt Wilders uit voor een gesprek: ‘Gewoon, een kop koffie, om te bespreken hoe wij (journalisten en Geert Wilders) op een goede manier met elkaar kunnen omgaan.’

Hier heeft Fröhlich een belangrijk punt. Maar daarvoor moet hij niet bij Wilders zijn. Hij moet bij zichzelf te rade gaan. Hij zou de vraag moeten beantwoorden of zijn organisatie pluriform genoeg is. Pluriformiteit van ideeën is essentieel voor het goed functioneren van de media. Sjors, zijn er in jouw organisatie PVV-journalisten?

Oké, dat is wellicht een brug te ver, daarom formuleer ik het anders: zijn er in je organisatie journalisten die enigszins de opvattingen of analyse van Kamerlid Wilders delen en openbaren?

Dezelfde vraag kunnen we stellen aan de Volkskrant, NRC Handelsblad, de NOS of RTL. Het is toch merkwaardig dat onze media wel profileren naar etnische of religieuze kenmerken, maar niet naar ideeën en maatschappelijke opvattingen. Maar wie in Nederland enigszins de opvattingen van Wilders deelt, riskeert zeker in de media permanente werkloosheid of uitsluiting. Die polarisatie is onwenselijk en ondemocratisch. Zo komt er geen dialoog tot stand tussen mensen met verschillende opvattingen.

Wildersfobe journalistiek heeft een onmisbare bijdrage geleverd aan het succes van Wilders. Niet Wilders maar de problemen die hij vertegenwoordigt, zijn de politieke thema’s van deze tijd. Ook met de verdwijning van Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali zijn deze problemen niet weg.

Veel media schitteren in hoogmoed, arrogantie en een gebrek aan zelfreflectie.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.