Philip van Tijn

Nog eens over de lafheid van de politiek: het referendum

Door Philip van Tijn - 29 september 2017

 Over weinig issues is in de afgelopen decennia politiek zo gehannest als over het referendum. Vooral over het zogeheten ‘correctief referendum’; zoals de naam al zegt het instrument waarmee – onder een aantal voorwaarden – de kiezers rechtstreeks een regulier genomen besluit kunnen terugdraaien.

Daarmee vergeleken is het ‘raadplegend referendum’ een flets aftreksel. Dat kan de politieke meerderheid makkelijk van tafel vegen, net doen of het er niet is of de uitslag in zijn tegendeel doen verkeren. Premier Mark Rutte (VVD) bracht dit huzarenstukje lachend tot stand bij het Oekraïne-referendum met zijn legendarische ‘geitenpaadje’.

Nederland stemde tegen EU-grondwet

Maar in feite had zijn voorganger, Jan Peter Balkenende, dit al gepresteerd met de uitkomst van het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Dat was het eerste referendum in Nederland in tweehonderd jaar en het was er gekomen dankzij Niesco Dubbelboer (PvdA), Boris van der Ham (D66) en Farah Karimi (GroenLinks).

Vertegenwoordigers van drie partijen die hartgrondig vóór die Europese Grondwet waren, maar de uitslag van het referendum was diametraal anders. Nederland stemde overtuigend tegen de EU-Grondwet met 61,5 tegen 38,5 procent bij een opkomst van ruim 63 procent (ter vergelijking: in de afgelopen kwart eeuw schommelde de opkomst bij de EU-verkiezingen tussen 30 en 39,3 procent!).

Zwitserland als rolmodel

Maar, als gezegd, het enige ware referendum is het correctief referendum. Dat bestaat in een tamelijk groot aantal landen, onder voorwaarden en beperkingen, met Zwitserland als rolmodel. In Nederland raakte het bekend als één van de kroonjuwelen van D66. In 1999 was dit kroonjuweel bijna binnengehaald, totdat in de Eerste Kamer Hans Wiegel de doorslaggevende stem uitbracht.

Nog schalt zijn ‘té-gen!’ door de vergaderzaal. Zijn motivering: ‘Het correctief referendum is een aantasting van de vertegenwoordigende democratie.’ Dat is een heel valide argument; we hebben nu eenmaal een getrapte democratie en dankzij het referendum heeft Zwitserland het kiesrecht voor vrouwen pas in 1971 ingevoerd, zo’n tien jaar na landen als Zambia en Afghanistan en twintig jaar na Bhutan.

Eten van twee walletjes

Je kunt al of niet hartstochtelijk voor- of tegenstander van het instrument referendum (en dan vooral het correctieve) zijn. Maar ontoelaatbaar is, als altijd, het eten van twee walletjes. Toen D66 het thema in de arena bracht, ging deze partij uit van de verstandige burger/kiezer, die heus zelf wel kon bepalen wat er moest gebeuren. Maar o wee als die verstandige burger van het populistische spook bezeten is en stemt tegen van alles wat D66 mooi vindt. Dus zijn de bakens razendsnel verzet, net als trouwens bij de PvdA en GroenLinks.

En zo zijn we in deze dagen getuige van een wonderbaarlijk verschijnsel. Invoering van het correctief referendum vereist een grondwetswijziging. In het kort betekent dit dat het parlement deze twéémaal moet goedkeuren: in ‘oude’ samenstelling en, na verkiezingen, in ‘nieuwe’. Maar waar succes vaak vele vaders heeft, trekt iedereen zijn handen af van een waarschijnlijke zeperd. En zeker waar dat referendum nu als een gevaarlijk projectiel wordt gezien. De drie partijen die ooit het referendum vooruit schreeuwden, zijn in velden noch wegen te bekennen.

Toen ik nog geen week geleden schreef over ‘de lafheid van de politiek’ kon ik niet vermoeden dat dit verschijnsel zo snel opnieuw aan de orde zou zijn.

Lees deze blog hier nog terug: de lafheid van de politiek is wel 2 miljard waard >

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.