Gerlof Leistra

Onbevredigend dat Palestijnse asielzoeker na diefstal en vernieling alweer vrij rondloopt

Door Gerlof Leistra - 11 december 2017

Het valt moeilijk uit te leggen dat een Palestijnse asielzoeker die vorige week in Amsterdam de ramen van een koosjer restaurant insloeg, twee dagen later al weer is vrijgelaten. Met een beetje creativiteit had justitie de man langer moeten kunnen vasthouden, schrijft Gerlof Leistra.

De camerabeelden van het misdrijf waren haarscherp: voorzien van een Palestijnse vlag sloeg een 29-jarige man afgelopen donderdag met grof geweld in Amsterdam-Zuid de ramen kapot van koosjer restaurant Hacarmel. Daarbij schreeuwde hij ‘Allahu Akbar’ en ‘Palestina’. De politie hield hem voor de deur van het restaurant aan. Het bleek te gaan om een Palestijn met een tijdelijke verblijfsstatus.

Kans op herhaling is groot

Omdat de man ‘slechts’ verdacht wordt van diefstal en vernieling en geen strafblad heeft, moest het Openbaar Ministerie hem volgens een woordvoerder na twee dagen laten gaan. Wel wordt hij zo snel mogelijk voor de rechter gebracht.

Begrijpelijk dat de geschrokken eigenaar van het restaurant en de (joodse) gemeenschap boos zijn. De kans op herhaling is met zo’n gemotiveerde verdachte groot. Daar helpt een gebiedsverbod niets tegen, zeker niet omdat niemand weet hoe de man er uitziet.

Palestijn had langer vastgehouden kunnen worden

Los van de vraag waarom een Palestijn hier asiel kan krijgen, had de man met een beetje creativiteit langer vastgehouden kunnen worden. De joodse gemeenschap ziet het misdrijf als antisemitische daad. Genoeg grond om hem vast te houden.

Voorlopige hechtenis is ook mogelijk wanneer iemand in Nederland geen vaste woon- en verblijfplaats heeft en verdacht wordt van een misdrijf waarop gevangenisstraf staat.

Het was beter geweest de man vast te houden tot de rechtszaak. Bij een onherroepelijke veroordeling kan een asielzoeker worden uitgezet. Daar begint het juridisch overigens wel lastig te worden: bij een veroordeling door de rechtbank kan de man beroep en eventueel cassatie instellen. Zo´n rechtsgang duurt al snel een jaar. In de praktijk was hij dan ´hangende het proces´ op vrije voeten gesteld.

De gang van zaken is hoogst onbevredigend. Het bewijs is haarscherp. Als de regels het in zo’n geval lastig of zelfs onmogelijk maken iemand in voorlopige hechtenis te houden, is het verstandig nog eens goed naar die regels te kijken. Dat geldt ook voor de regels rond uitzetting na een veroordeling.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.