Gerlof Leistra

Samenleving gaat boven individu bij tbs-onderzoek

Door Gerlof Leistra - 10 januari 2018

Dat verdachten van ernstige misdrijven tbs kunnen ontlopen door niet mee te werken aan gedragskundig onderzoek, is ongewenst. In een manifest doen tbs-advocaten nuttige voorstellen voor aanpassing van het stelsel. Maar de minister moet de eindverantwoordelijkheid houden en rechters kunnen in hun vonnis niet de duur van de tbs-behandeling bepalen.

De discussie over de tbs-maatregel laaide de afgelopen maanden op naar aanleiding van de moord op de 25-jarige Anne Faber, op 29 september 2017. De 27-jarige verdachte Michael P. verbleef de laatste maanden van een jarenlange gevangenisstraf in een forensische afdeling in Den Dolder en had daar alle vrijheid. Die celstraf zat hij uit voor gewelddadige verkrachtingen van twee minderjarige meisjes in 2010.

Michael P. bekent moord op Anne Faber in verklaring

Michael P. heeft bekend dat hij op 29 september vorig jaar Anne Faber heeft ontvoerd, verkracht en vermoord. Dat werd bekendgemaakt in de pro-formazitting, over deze zaak. Faber verdween eind september na een fietstocht, haar lichaam werd twee weken later gevonden.
Na zijn arrestatie heeft P. twee dagen gezwegen, maar daarna heeft hij volgens zijn advocaat Niels Dorrestein een ‘uitgebreide, gedetailleerde en bekennende’ verklaring afgelegd. Ook zou hij spijt hebben. ´Dat heeft hij getoond in intensieve en emotionele verhoren,´ aldus Dorrestein. Op basis van P.’s aanwijzingen werd het lichaam van de vrouw gevonden

Tientallen verdachten weigeren mee te werken

Net als jaarlijks vele tientallen andere verdachten werkte Michael P. destijds niet mee aan het psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum. Hoewel de rechters hem op grond van de ernstige feiten ook tbs hadden kunnen opleggen, kozen ze alleen voor een lange gevangenisstraf.

In een manifest doen tbs-advocaten nu voorstellen om ‘weigeraars’ over te halen mee te werken aan het gedragskundig onderzoek. Zij hopen dat vooral te bereiken door aanpassingen van de tbs zelf. Wachtlijsten rond verlofaanvragen moeten worden verminderd. Er moet minder verloop van personeel zijn in de tbs-klinieken. De minister moet de verlofregeling overlaten aan de rechters en een automatische straf van een jaar voor wie langer dan 24 uur ongeoorloofd uit de kliniek wegblijft, is in hun ogen niet altijd terecht.

Minister moet verantwoordelijk blijven

Over al die voorstellen valt vast te praten met de minister en de Tweede Kamer. Iets meer afstand van de politiek zou goed zijn, maar de minister van Justitie en Veiligheid dient de eindverantwoordelijke te blijven.

De suggestie dat de rechter in zijn vonnis al de duur van de maatregel zou moeten vastleggen, is onwenselijk en onrealistisch. De tbs moet duren zolang de patiënt een gevaar oplevert voor de samenleving. De (twee-)jaarlijkse toets door de rechtbank garandeert dat vooruitgang wordt gehonoreerd met verlof en uiteindelijk ontslag. Maar levensgevaarlijke patiënten moeten tientallen jaren en zo nodig levenslang in een kliniek wonen.

Aanpassing van de tbs moet de veiligheid van de samenleving vergroten. Wie zoals eerder Michael P. onderzoek weigert, moet overtuigd worden om mee te werken. Dat kan door de doorstroom in klinieken te bevorderen. Maar de veiligheid van de samenleving is hoe dan ook belangrijker dan het belang van het individu.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.