nederland

Tweede Kamer wil zware straffen voor online identiteitsfraude

Door Servaas van der Laan - 03 juli 2013

De Tweede Kamerfracties van de VVD, PvdA en CDA willen dat online identiteitsfraude zwaar bestraft gaat worden. Wie zich op Twitter of Facebook voor iemand anders uitgeeft, moet vijf jaar cel kunnen krijgen.

Dat zegt VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff woensdag tegen elsevier.nl.

De VVD’er gaat donderdag samen met collega’s Astrid Oosenbrug (PvdA) en Peter Oskam (CDA) een amendement indienen om online identiteitsfraude toe te voegen aan de al wel door het wetboek van strafrecht erkende gevallen van fraude.

Niet strafbaar

Op dit moment is identiteitsroof op internet zelf niet strafbaar. Als iemand aangifte doet, wordt er gekeken naar eventuele andere vergrijpen als laster of bedreiging.

‘Het wordt dan een zoekplaatje,’ zegt Dijkhoff die erkent dat de wetgeving op dit gebied achterloopt. ‘Wie identiteitsfraude en laster pleegt, moet gestraft worden voor beide vergrijpen, niet alleen voor laster,’ zegt het Kamerlid.

Adequaat aanpakken

De nieuwe wet, die bij aanname net voor het reces naar de Eerste Kamer zal worden gestuurd, moet ervoor gaan zorgen dat agenten die aangifte van id-fraude in behandeling nemen, meer adequaat gaan handelen.

‘Hopelijk gaat het belang van sociale media nu eindelijk eens doorsijpelen,’ zegt Dijkhoff. Agenten weten nu nog niet altijd waar het precies over gaat.

VU-studente

Zo ontdekte ook VU-studente Natalja Laurey die moeite moest doen om haar aangifte in behandeling te krijgen. Haar naam werd op Twitter misbruikt door onbekenden om anti-moslimtweets te versturen. Het Openbaar Ministerie besloot uiteindelijk toch om de zaak op te pakken, maar de zaak verloopt traag omdat het OM afhankelijk is van de Verenigde Staten om de Twitter-gegevens aldaar te achterhalen.

‘Een schrijnend geval,’ erkent Dijkhoff. ‘Bedrijven die diensten leveren in Europa zouden moeten worden verplicht zich ook aan onze regels te houden. In geval van een misdrijf ben je dan niet afhankelijk van juridische medewerking van de Verenigde Staten.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.