nederland

Verdachte in bizarre ‘grenslijkzaak’ krijgt elf jaar cel

Door Anne-Marie Spermon - 09 augustus 2013

Robert-Jan B. (42) is door de rechtbank in Breda veroordeeld tot elf jaar cel voor het in 2007 doden van zijn Wit-Russische vrouw Katrina Khaniak en het verbergen van haar lichaam. De zaak was, vanwege onder andere onduidelijk en mager bewijsmateriaal, een justitiële nachtmerrie.

De rechter deed vandaag uitspraak in de zaak, die zich al bijna 5,5 jaar voortsleept.

Grens

De 25-jarige Khaniak overleed op 13 april 2007, maar werd pas in februari 2008 naakt teruggevonden in een vuilnisbak, ombouwd door een grote houten kist, in haar eigen huis.

Omdat het huis van Khaniak en de veroordeelde B. op de grens van Nederland (Baarle-Nassau) en België (Baarle Hertog) ligt, kreeg het proces bekendheid als de ‘grenslijkzaak’.

Onduidelijkheden

Robert-Jan B. heeft betrokkenheid bij de moord altijd ontkend, en zijn advocaat eiste vrijspraak. Tijdens het proces werd hij twee keer vrijgelaten vanwege gebrek aan bewijs.

Doordat het lijk van Khaniak pas zo laat werd ontdekt, verkeerde haar lichaam al in staat van ontbinding. De precieze doodsoorzaak is daardoor nooit achterhaald.

Ook bestond er veel onduidelijkheid over de kist. Volgens B. zou hij de kist wel zelf hebben gebouwd, maar heeft iemand anders zijn vrouw vermoord en de kist geopend om haar lichaam er met kliko en al in te verbergen.

Doodsoorzaak

Het Openbaar Ministerie eiste echter begin juli een celstraf van twaalf jaar tegen de verdachte. De officier van justitie denkt dat de vrouw door een messteek in haar been, door wurging of door een combinatie hiervan om het leven is gekomen. De rechter gaat hierin mee en acht doodslag bewezen.

Uit onderzoek bleek bovendien dat de kist om de vuilnisbak met het lijk heen is gebouwd, en daarna niet meer is geopend.

Gruwelijke omstandigheden

In haar oordeel neemt de rechtbank het motief en de ‘gruwelijke en respectloze’ omstandigheden rondom de zaak mee. De veroordeelde zou een sterk motief hebben, omdat hij zijn vrouw op de avond van de moord zou hebben geconfronteerd met haar ontrouw.

Na de vermissing van Khaniak ondernam B. geen pogingen om haar te zoeken, en gaf hij al haar waardevolle bezittingen weg. Volgens de rechter speelde hun gezamenlijke vijfjarige dochtertje bovendien met de kist – deze stond al die tijd in de speelkamer.

De advocaat van B. laat weten dat hij in hoger beroep gaat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.