nederland

KWF zet controversiële campagne ‘Aandacht a.u.b.’ stil

Door Servaas van der Laan - 13 december 2013

KWF Kankerbestrijding heeft de omstreden reclamecampagne met ‘grappig bedoelde’ filmpjes alweer stilgelegd. Het fonds zegt dat de campagne haar doel voorbij schiet.

Dat laat KWF vrijdag weten in een verklaring op de website.

‘We hebben geconstateerd dat de campagne ‘Aandacht a.u.b.’ op dit moment meer verwarring dan duidelijkheid schept en daarom haar doel voorbij dreigt te schieten. Daarom hebben we besloten de campagne stop te zetten,’ schrijft het fonds.

Ophef

Rond de filmpjes van het KWF is grote ophef ontstaan. Op de beelden is te zien hoe zorgprofessionals (gespeeld door acteurs) op een schokkende en harde manier omgaan met kankerpatiënten. Zo maken ze een spelletje van slechtnieuwsgesprekken of klagen ze bij de patiënten over te hoge werkdruk.

‘De filmpjes zijn enorm over the top en met veel humor. Dat hebben we gedaan om onze boodschap bij zorgverleners onder de aandacht te brengen: dat kankerpatiënten extra aandacht nodig hebben. We willen dat artsen daar meer aandacht aan besteden,’ liet KWF eerder weten aan de NOS.

Gebrekkig toezicht

Eerder deze maand raakte het KWF ook al in opspraak toen bleek dat het fonds nauwelijks toezicht hield op projecten van Alpe d’Huzes. Die laatste stichting, ook niet helemaal onomstreden, zou daar ontstemd over zijn geweest.

In 2011 heeft KWF 3 miljoen euro uit de pot van Alpe d’Huzes gegeven aan Ispire2Live, bericht Nieuwsuur. Dit terwijl het geld dat met de fietstocht wordt opgehaald, bedoeld is voor wetenschappelijk onderzoek.

Dit jaar is er pas 200.000 euro besteed aan onderzoek. Wel is er minstens 686.000 euro aan managementsfees, reis- en verblijfskosten gedeclareerd door drie niet-wetenschappers, blijkt uit onderzoek van de actualiteitenrubriek.

KWF zegt het toezicht op vijf specifieke projecten, onder meer de stichting Inspire2Live die in de zomer in opspraak raakte, te gaan verbeteren om te voorkomen dat ze ‘onvoldoende resultaten opleveren’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.