nederland

Wat heeft de Culemborgse jeugdbende uitgespookt?

Door Tom Reijner - 04 februari 2014

Zes leden van een criminele jeugdbende uit Culemborg zijn door de rechtbank in Arnhem dinsdag bestraft voor hun aandeel bij honderden inbraken en andere misdrijven in de Gelderse stad.

Twee Culemborgse jongeren hebben dinsdag een volwassen straf van drie jaar cel gekregen. Een jongen is nog minderjarig, het andere lid van de bende was minderjarig in de tijd dat hij de misdrijven pleegde.

Drie meerderjarige bendeleden kregen straffen tot vier jaar cel. Een andere minderjarige is veroordeeld tot 504 dagen jeugddetentie, waarvan de helft voorwaardelijk. De zes jongeren hebben een leeftijd van zeventien tot eenentwintig jaar.

Harde kern

De zes criminelen vormden de harde kern van de jeugdbende van zo’n vijftig overwegend Marokkaanse jongeren die schuldig zijn aan een inbraakgolf in de Gelderse stad.

De bende pleegde in totaal 196 inbraken en deed aan witwaspraktijken. Bovendien intimideerden de Marokkaanse jongeren buurtbewoners in Terweijde, de achterstandswijk waar zij vooral actief waren. In enkele woningen werd zelfs zes keer ingebroken. Marokkaanse gezinnen werden met rust gelaten.

Onveiligheid

De criminele activiteiten van de bende zorgden voor veel onrust en gevoelens van onveiligheid in de wijk. Naar de politie gaan was voor veel bewoners geen optie, omdat zij dan het risico liepen te worden bedreigd.

Zo konden buurtbewoners een steen door hun ruit krijgen of zou hun auto in brand worden gestoken. Het feit dat de bende in mei vorig jaar werd opgerold, zorgde dan ook voor grote opluchting bij de bewoners,

Later werd bekend dat de jeugdbende een soort toelatingsbeleid had: jongeren uit de omgeving konden zich voor tien euro inkopen in de bende.

De harde kern van de bende zou onderling hebben besproken welke jongeren ‘stage’ mochten lopen, welke taak de ingekochte jeugd kreeg – van op de uitkijk staan tot zelf ergens inbreken – en wie er ‘met pensioen’ moest gaan.

Volg Tom Reijner op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.