nederland

Desi Bouterse wil herziening van drugsvonnis: vier vragen

Door Shari Deira - 07 mei 2014

De Surinaamse president Desi Bouterse stapt naar de Hoge Raad, omdat uit nieuw bewijs zou blijken dat hij in 1999 ten onrechte is veroordeeld voor cocaïnesmokkel. Hij heeft een herzieningsverzoek ingediend.

Hoe zat het ook al weer precies met drugsveroordeling van de man die inmiddels president van Suriname is? Elsevier.nl zet enkele belangrijke vragen op een rij.

Waarvoor is Bouterse precies veroordeeld?

Bouterse werd in 1999 bij verstek veroordeeld tot zestien jaar celstraf voor betrokkenheid bij de smokkel van 474 kilo cocaïne van Suriname naar Stellendam in 1997.

Hij werd aangeklaagd voor meer drugstransporten (in totaal 1.200 kilo), maar er was volgens de rechtbank te weinig bewijs dat Bouterse ook hierbij betrokken was.

Ook was er onvoldoende bewijs dat Bouterse leiding gaf aan het zogenoemde Suri-kartel. Volgens politie en justitie was deze misdaadorganisatie verantwoordelijk voor de cocaïnesmokkel van Suriname naar Nederland. In hoger beroep werd de straf verlaagd tot elf jaar.

Bouterse werd door Suriname niet uitgeleverd aan Nederland en heeft zijn straf daarom nooit uitgezeten. De Surinaamse president kan worden gearresteerd in landen die een uitleveringsverdrag hebben met Nederland.

Wat is het nieuwe bewijs?

De veroordeling van Bouterse was vooral gebaseerd op basis van verklaringen van kroongetuige Patrick van L. De Belg getuigde tegen Bouterse in ruil voor strafvermindering. Hij is inmiddels teruggekomen op zijn belastende verklaring.

Inez Weski, advocaat van Bouterse, zegt dat Van L. al jaren probeert terug te komen op zijn voor Bouterse belastende verklaring. Van L. is uiteindelijk naar Weski gestapt en heeft een notariële verklaring laten optekenen, waarin Van L. zegt dat hij Bouterse ten onrechte heeft aangewezen als betrokkene van de cocaïnesmokkel naar Stellendam.

Wat zijn de bezwaren van Weski?

Weski zegt dat Van L. Bouterse heeft aangewezen als betrokkene onder druk van het Openbaar Ministerie. ‘Daarbij blijken er hem meer gunsten geboden te zijn dan aan de rechter werden gemeld. Wij hebben na jarenlang onderzoek niet alleen die valsheden, maar inmiddels ook andere ernstige en zorgwekkende dwalingen in deze rechtsgang aan het licht gebracht.’

De advocaat heeft ook bezwaar tegen de ‘gebruikte opsporingsmethoden, de integriteit van het onderzoek en de misleiding van de rechter’. Volgens Weski leek de waarheidsvinding ‘geen prioriteit’ meer. Wat Weski precies heeft ontdekt, wil ze inhoudelijk nog niet prijsgeven.

Hoe gaat het nu verder?

Weski heeft bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek ingediend. De Hoge Raad moet bepalen of een gerechtshof opnieuw naar de zaak moet kijken.

De advocaat heeft ook gevraagd om een diepgaand onderzoek naar ‘de geconstateerde schendingen van de waarheidsvinding en rechtsgang’, om herhaling in de toekomst te voorkomen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.