nederland

Rutte tegen Poetin over MH17: ‘Jij moet er nu alles aan doen’

Door Anne-Marie Spermon - 19 juli 2014

Premier Mark Rutte heeft in een ‘zeer intens gesprek’ met de Russische president Vladimir Poetin erop aangedrongen dat de lichamen, die wijd verspreid rondom de neergehaalde MH17 liggen, zo snel mogelijk geborgen moeten worden. Rutte houdt Poetin verantwoordelijk: ‘Jij moet er nu alles aan doen.’

Rutte belde zijn collega Poetin voor een ernstig gesprek over het onderzoek in het gebied waar het toestel van Malaysia Airlines donderdagavond is neergehaald.

Hij vroeg Poetin zijn invloed aan te wenden om het voor elkaar te krijgen dat de pro-Russische separatisten internationale onderzoekers vrij spel geven in het rampgebied. Ook is het volgens de premier absoluut noodzakelijk dat de slachtoffers zo snel mogelijk worden geborgen.

‘Ik zou niet weten wie ik anders moet bellen. Hij heeft daar de meeste invloed’, aldus Rutte.

Hitte

De waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) werden vandaag en gisteren herhaaldelijk gehinderd bij hun onderzoek en mochten van de rebellen lang niet het hele gebied betreden.

Intussen lagen de lichamen nog altijd over ruim tien kilometer verspreid. ‘Ik denk dat het hele land ten einde raad is’, verklaarde Rutte, omdat de lichamen in ‘die vreselijke hitte liggen’.  Het is rond de 35 graden in de buurt van de stad Donetsk, waar het toestel crashte.

Walgelijk

Volgens de OVSE maken de rebellen een puinhoop van de rampplek. Sommige separatisten zouden dronken zijn en agressief omgaan met wrakstukken en persoonlijke bezittingen van slachtoffers. De premier zegt hierover erg geschokt te zijn: ‘Dit is ronduit walgelijk’.

Rutte voelt zich gesteund door zijn collega’s Angela Merkel (Duitsland), David Cameron (Verenigd Koninkrijk) en Tony Abbot (Australië). Volgens de Britse zender Sky News zouden de Nederlandse en Britse premier bovendien een oproep hebben gedaan aan de Europese Unie, om de houding tegenover Rusland stevig te herzien.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.