Arthur van Leeuwen

Orgaandonatie ‘ja, tenzij’: had dat niet anders gekund?

Door Arthur van Leeuwen - 14 september 2016

De Tweede Kamer sprak zich gisteren uit voor het systeem ‘ja, tenzij’: iedereen is orgaandonor, tenzij je dat niet wil. Zo wint medemenselijkheid het van een kostbaar, grondwettelijk beginsel: het zelfbeschikkingsrecht van de burger.

Het zegt veel dat de Tweede Kamer na hoofdelijke stemming met de kleinst mogelijke meerderheid, 75 tegen 74 stemmen, het wetsvoorstel van D66-Kamerlid Pia Dijkstra aannam om het Nederlandse systeem van orgaandonatie te wijzigen van ‘nee, tenzij’ in ‘ja, tenzij’. Hier spraken het geweten en persoonlijk opvattingen over leven en dood van parlementariërs – dwars door de fracties heen.

En dan te weten dat bij een zo gewichtig moment de uitslag is bepaald doordat Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) de trein miste. Met zijn tegenstem was het wetsvoorstel net zo makkelijk gestrand. Neemt zo’n man zijn werk eigenlijk wel serieus?

Orgaandonatieplan D66 vindt plotseling toch meerderheid in Kamer. Wat er dinsdag gebeurde >

‘Wij zijn niet van de staat’

Voorlopig komt zo een einde aan vier jaar debat. De regeling: iedere burger krijgt een donorformulier om aan te geven of hij/zij instemt, dan wel bezwaar maakt tegen orgaandonatie. Laat je niets horen dan ben je automatisch donor, tenzij nabestaanden kunnen aantonen dat dit expliciet niet de wens was. De procedure is verder met allerlei checks en waarborgen omgeven.

Toch blijft er iets wringen.

Enerzijds kan het nieuwe systeem, zoals in sommige landen blijkt, meer ernstige zieke patiënten tijdig aan een orgaan helpen dan nu – en dus extra levensjaren. Dat zou alleen al de winst zijn doordat iedereen staat geregistreerd, terwijl nu heel wat mensen die moeite niet nemen.

Anderzijds perkt de Tweede Kamer het recht in op de onaantastbaarheid van het lichaam, ook na overlijden, zoals geregeld is in artikel 11 van de Grondwet. Voor Frits Bolkestein (VVD) was dat tijdens een eerder debat in 1995 reden om te stellen: ‘Wij zijn niet van de staat’.

Een te toevallige uitkomst

Het moreel dilemma: heeft een patiënt per se recht op een orgaan (ja, tenzij) omdat het medisch nu eenmaal kan, of is transplantatie een gunst van de donor (nee, tenzij)? Gezien de stemverhoudingen en de gemiste trein is het ‘ja’ van de Tweede Kamer een te toevallige uitkomst om de burger ineens de plicht tot levering op te leggen in plaats van te vragen om een medemenselijk offer.

Zou het in dit digitale tijdperk werkelijk onmogelijk zijn om vraag en aanbod van organen beter te matchen dan nu, en tegelijk het zelfbeschikkingsrecht te bewaren? Het heeft er nu alle schijn van dat zowel voor- als tegenstanders van het ‘ja, tenzij’ zich liever uitleven in een beginselstrijd en bekeringsdrift dan in meer voor de hand liggende praktische oplossingen.

Wordt vervolgd. Want hoe de Eerste Kamer gaat oordelen, is nog in dichte nevelen gehuld.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.