Afshin Ellian Afshin Ellian

Mag de rechter Wilders veroordelen op basis van louter gevoelens?

Door Afshin Ellian - 23 november 2016

Het gevoel regeert. Of, anders gesteld, het regerende gevoel vindt steun in een legalistische wetstoepassing: regels zijn regels.

Het requisitoir van officier van justitie in de minder-minder-minder-zaak is gefundeerd in gevoel: daaruit bestaat ook de feitelijke schade en het gepleegde onrecht.

Een gevoel is een gevoel zoals regels regels zijn

Weet het OM wat het gevoel van de sommige jonge allochtonen van vooral Marokkaanse afkomst is? Uit talloze onderzoekingen blijkt dat zij het gevoel hebben dat het Openbaar Ministerie en de rechters ze discrimineert: allochtonen worden harder gestraft dan anderen! Dat is een gevoel: gevoel is gevoel, zoals regels regels zijn.

Het requisitoir van de officier van justitie geeft een goed beeld van de gevoelens van de aangevers. Eigenlijk bestaan de aangiften uit niks anders aan dan gevoelens, omdat in werkelijkheid niks gebeurde:

61: ‘Ik voel me voor schut gezet als ik langs andere culturen loop en ik voel me niet meer welkom in Nederland.’

1143: ‘Ik heb het gevoel alsof ik niet meer welkom ben in een land waar ik ben geboren.’

2338: ‘De reactie van een hele groep, die meerder malen ‘minder’ riep gaf mij een gevoel niet welkom te zijn.’

2611: ‘De heer Wilders geeft deze groep het gevoel dat ze niet welkom zijn, hier niet thuis horen.’

4071: ‘Niemand heeft het recht om mij het gevoel te geven dat ik niet welkom ben, dat ik als Nederlander met een Marokkaanse afkomst een tweederangsburger ben.’

4986: ‘Ik doe aangifte omdat: ik me door deze uitspraken niet meer welkom voel in het land waar ik keihard heb gewerkt om iets voor de samenleving en de economie te betekenen.’

Kan OM op basis van gevoelens aanzetten tot discriminatie bewijzen?

Het zijn mooie gevoelsmatige zinnen. Maar toch rijst de vraag of op basis van deze gevoelens een strafbaar feit kan worden bewezen.

Wellicht slaagt het OM erin om nationale afkomst op basis van latere parlementaire debatten en internationale verdragen bij het begrip ras onder te brengen, maar het wordt moeilijk om op basis van gevoelens het aanzetten tot discriminatie te bewijzen.

Volgens het OM is de Marokkaanse nationaliteit een ras

Over het ras-begrip redeneert het OM op onnavolgbare wijze. Uit het feit dat Nederlandse Marokkanen ondemocratisch worden gedwongen om de Marokkaanse nationaliteit te behouden, leidt het OM af dat de Marokkaanse nationaliteit een ras is:

‘Indien men geen afstand kan doen van een eerdere nationaliteit is staatsburgerschap ook geen kwestie meer van persoonlijke keuze. Nationaliteit krijgt dan het karakter van andere raciale kenmerken die men niet kan afleggen, zoals huidskleur, afkomst etc. En daarin ligt dan nog een extra argument om discriminatie op grond van een voorgaande nationaliteit strafbaar te achten.’

Huidskleur wordt gelijkgesteld aan het gedwongen behoud van een nationaliteit. Het uitbannen van racisme had ooit te maken met het apartheidsregime en vergelijkbare toestanden. Nu wordt het antiracisme uitgehold door een absurde redenering. Dat is buitengewoon triest!

Uitsluiting van de aangeduide groep personen

Het aanzetten tot discriminatie vat het OM niet op als ‘een daadwerkelijk ontstaan van gevaar, maar wordt beoordeeld naar de vraag, of de uitlating een aansporing bevat tot uitsluiting van de aangeduide groep personen.’

Met een beroep op een advocaat-generaal beweert het OM dat ‘de kern van aanzetten tot discriminatie als een dreigende schending van de rechten van personen’ moet worden opgevat.

De mogelijk dreigende schending van de rechten van personen, dus niet de werkelijkheid, moet de grondslag vormen voor veroordeling wegens aanzetten tot discriminatie. Ik herhaal het nog een keer: niet de reële gevolgen, maar eventuele, mogelijke gevolgen van een toespraak worden strafbaar geacht. Met alle respect voor het OM: dit is geen recht, althans niet naar de Nederlandse en westerse beginselen en maatstaven. Precies om die redenen ben ik geen liefhebber van de opiniedelicten.

Hoe kan het OM een dreigende schending bewijzen?

Hoe zou het OM een toespraakje in een democratische rechtsstaat als een dreigende schending van de rechten van personen moeten bewijzen?
De redenering van het OM zou alleen maar juist zijn, als er naast een dreigende ook een reële ongrondwettelijke schending van de rechten van personen zou plaatshebben.

Gebeurtenissen in de realiteit vormen de basis voor de strafbaarheid van een gedraging. Voor fantasieën en gevoelens kunnen burgers gelukkig niet worden vervolgd en veroordeeld.

Gevoel is gevoel, regels zijn regels.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.