Philip van Tijn

Wat we kunnen afleiden uit wetenschappelijke zeperd pinguïns

Door Philip van Tijn - 26 maart 2017

Zolang de wetenschap nog zo sterk de plank kan misslaan bij de schatting van het aantal pinguïns, is er aanleiding om alle uitspraken, vóór en tegen, met een korreltje zout te nemen, in plaats elkaar daarvoor de hersens in te slaan, vindt Philip van Tijn.

Op de Zuidpool leven veel meer pinguïns dan tot nu toe vastgesteld. Geen 2,3 miljoen zogeheten adeliepinguïns, maar 5,9 miljoen. Dat is dus niet een beetje meer, maar factor tweeënhalf. Je moet je proberen voor te stellen wat zo’n enorme overschrijding van een schatting op delicate terreinen zou betekenen: bevolkingsexplosie, wapenarsenalen, begrotingstekorten of -overschotten.

Dit nieuws stond recent ook in Nederlandse kranten en het is ontleend aan LiveScience, een als betrouwbaar bekendstaande website die over alles schrijft dat voor het menselijk (voort)bestaan van belang is.

Garnaalachtige zeediertjes

En daar horen de pinguïns zeker bij, want – om een flauwe woordspeling te maken – alles wat met de afkalvende Zuidpool te maken heeft, is hot. Zo eten die pinguïns volgens de huidige schatting tijdens het broedseizoen bijna 200.000 ton krill per jaar en 18.000 ton vis (dat is omgerekend evenveel als 1 kilo per Nederlander, mens wel te verstaan).

Krill zijn heel kleine garnaalachtige zeediertjes, die zich bevinden aan het begin van de voedselketen. Sinds de jaren zeventig is de geschatte hoeveelheid krill rond Antarctica sterk afgenomen, en biologen en andere wetenschappers zijn daar erg bezorgd over. Aangenomen wordt dat klimaatveranderingen en in het kielzog de veranderingen in de ecosystemen daarvan de oorzaak zijn.

Dat is nog steeds een mogelijkheid, maar als er kennelijk zo ongelofelijk veel méér krill-etende pinguïns zijn, kan dat wel degelijk een sterk beïnvloedende factor zijn.

Dat betekent nu ook weer niet dat we rustig kunnen gaan slapen, want de klimaatverandering ís er en van de Zuidpool breken voortdurend mega-ijsplaten af. Maar het maakt weer eens duidelijk dat er zelden voor een verschijnsel een eenduidige oorzaak is.

Gebakkelei

Dat geldt ook voor de klimaatverandering zelf. Die is een feit, maar het gebakkelei gaat over de oorzaak: overwegend menselijk ingrijpen en menselijke kortzichtigheid, of gewoon de natuur die doet wat de natuur al miljarden jaren doet. In dit geval: soms is het kouder en soms warmer, niet per dag maar per 100.000 jaar.

Ik ben geen klimaatscepticus en evenmin sta ik aan de andere kant. Ik denk dat beide een beetje waar is. Maar zolang de wetenschap nog zo sterk de plank kan misslaan bij de schatting over het aantal pinguïns, is er aanleiding om alle uitspraken, vóór en tegen, met een korreltje zout te nemen, in plaats elkaar daarvoor de hersens in te slaan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.