Philip van Tijn

Oranje leefde tijdje boven zijn stand en dat is nu voorbij

Door Philip van Tijn - 28 maart 2017

Vergeet de kabinetsformatie, vergeet de migrantenstroom, vergeet de brutale raids op Unilever en Akzo – ineens is één onderwerp allesoverheersend: Oranje. Niet de monarchie, die staat nooit ter discussie, maar het nationale elftal dat onder deze benaming schuilgaat.

‘We’ hebben verloren van Bulgarije, een raar landje aan de Zwarte Zee, diep in de Balkan, met 7 miljoen inwoners. En nu is het huis te klein. Bondscoach ontslagen, een 17-jarige debutant (een groot talent) aan de schandpaal, Arjen Robben met een ernstig gezicht aan het analyseren, de chaos in de KNVB blootgelegd.

Hele bossen zijn omgehakt alleen al om alle artikelen, beschouwingen, statistieken, analyses, commentaren en zelfs hoofdartikelen te kunnen afdrukken. En natuurlijk het oeverloze geouwehoer in sportprogramma’s en praatshows op de tv.

Maar is het echt zo’n ramp als Oranje het WK mist?

Welke ramp is ons nu werkelijk overkomen? Door het 2-0 verlies tegen Bulgarije is de kans dat ‘we’ meedoen aan het WK 2018 sterk geslonken, zo niet bijna nul geworden. En dat nadat ‘we’ ook al het EK 2016 hebben moeten missen. Dat laatste leverde een rustige zomer op, dat dan weer wel. Maar voor veel landgenoten is het ondenkbaar, onbestaanbaar dat Oranje niet bij een eindronde van een EK of WK zit. Dat dit relatief nog niet zo lang geleden, in de jaren tachtig, ook het geval was, wordt gemakshalve vergeten. Verdringing heet dat.

In feite zijn we gewoon verwend doordat we twee- of driemaal een outstanding generatie voetballers hebben gehad, van Johnny Rep en Johan Neeskens via Ruud Gullitt en Marco van Basten naar Edwin van der Sar en Arjen Robben. De laatste generatie is nu vergrijsd en opvolgers zijn er niet. Dat gebeurt altijd en overal, in elke sport. En dan zijn we extra verwend doordat ooit Johan Cruijff heeft bestaan, bij wie alles is begonnen. Een supertalent dat maar eens per eeuw wordt geboren en wie we zo dankbaar zijn voor alles dat er nog steeds geen stadion naar hem is vernoemd. Niet zo gek, want bij leven konden we zijn doen en laten maar nauwelijks waarderen.

Een Cruijff kan een land omhoog trekken, zoals Zlatan Ibrahimovic met Zweden en Cristiano Ronaldo met Portugal en in de grijze oudheid Ferenc Puskas met Hongarije. En een generatie outstanding voetballers kan mondiale titels veroveren. Dan leef je als land een tijdje boven je stand en dat gaat weer voorbij.

Oranje is een prachtige bliksemafleider

Bij het ontbreken daarvan moeten we ons realiseren dat Nederland een middelgroot land is, met verwende mensen en dat voetbal een mondiale sport is die in elke uithoek wordt beoefend. Het is geen korfbal, schaatsen, darts of hockey, relatief kleine sporten waarin we nog kunnen uitblinken.

Laten we onze zegeningen tellen. Het afkalvende Oranje is een prachtige bliksemafleider voor echte problemen. Je kunt ook zeggen: gelukkig is het land waar een nederlaag tegen elf Bulgaarse jongens al het andere overheerst.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.