Syp Wynia

Hoe Turks-Nederlandse verhoudingen onze verkiezingen beïnvloeden

Door Syp Wynia - 06 april 2017

Nederlandse kiezers kunnen de doorslag geven in Turkije, Turkse stemmen zijn ook belangrijk in Nederland. En Turks-Nederlandse ruzies kunnen zowel van belang zijn bij verkiezingen en referenda in Turkije en Nederland, schrijft Syp Wynia.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan doet deze maand een ultieme poging om via een referendum alleenheerser van Turkije te worden. Erdogan wenst zichzelf een plaats in de geschiedenis te geven na de middeleeuwse sultan Mehmet de Veroveraar en als opvolger van Kemal Atatürk, die een kleine eeuw geleden de Turkse republiek vestigde.

Vooral Duitsland en Nederland kunnen zich niet onttrekken aan Erdogans machtsgreep per referendum, omdat zich er de grootste populaties burgers met een Turks staatsburgerschap bevinden. De afgelopen weken provoceerde Erdogan bij de Ja-campagne voor zijn referendum vooral de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Nederlandse premier Mark Rutte, in de veronderstelling daar baat bij te hebben bij het motiveren van de Turkse diaspora-kiezers.

Die Turkse kiezers in West-Europa zijn ook van belang voor de verkiezingen in hun woonland. En fricties tussen Turkije en zo’n woonland – Nederland, in dit geval – kunnen niet alleen effect hebben op Turkse verkiezingen en referenda, maar ook op bijvoorbeeld Duitse en Nederlandse verkiezingen. Sterker nog: de Nederlands-Turkse en de Duits-Turkse stem tellen aantoonbaar, ook bij ‘onze’ verkiezingen. Net als de provocaties van Erdogan hier tellen – en zelfs de doorslag kunnen geven.

Turkse stem zorgde in 2002 voor winst Gerhard Schröder

Zo kon de Duitse sociaal-democraat Gerhard Schröder na verkiezingen in 2002 op het nippertje bondskanselier blijven, nadat hij nadrukkelijk gehengeld had naar de half miljoen Duits-Turkse stemgerechtigden. Er is vaak verband gelegd met Schröders ijveren voor het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie. Een soortgelijk verband is ook gesuggereerd tussen Schröders afwijzen van de in de islamitische wereld doorgaans impopulaire Amerikaanse inval in Irak in 2003.

In 2006 was er een (relatief bescheiden) interventie vanuit Ankara bij Nederlandse verkiezingen. Zowel CDA als PvdA hadden in de maanden voorafgaand aan de verkiezingen Nederlands-Turkse Kamerkandidaten van de lijst gehaald, omdat die weigerden de Armeense genocide ten tijde van de Eerste Wereldoorlog als genocide te veroordelen. D66-leider Alexander Pechtold liet Kamerlid en -kandidaat Fatma Koser Kaya vrij in die kwestie.

Daags voor de Kamerverkiezingen van 2006 ging er een e-mail van het Turkse ministerie van Godsdienstzaken naar Nederlandse moskeeën en organisaties met de aanbeveling om op Koser Kaya te stemmen. Hoewel zesde geplaatst, kreeg ze ruim 34.000 voorkeurstemmen. Daardoor belandde Koser Kaya in de Tweede Kamer en kreeg D66 – zo gerekend – niet twee, maar drie Kamerzetels.

Kuzu en Özturk uit de PvdA-fractie in 2014

De Turkse politiek drong ook rechtstreeks door tot de Nederlandse politiek in het najaar van 2014, toen twee Nederturkse Kamerleden – Kuzu en Özturk – uit de PvdA-fractie werden gezet, omdat zij zich niet konden verenigen met het voornemen van PvdA-minister Lodewijk Asscher om vier Turkse moskeeclubs te ‘monitoren’ omdat ze de integratie mogelijk belemmeren. De twee belangrijkste van die moskeeclubs zijn Diyanet (de Turkse staat) en Milli Görüs (verwant met de AK-partij van Erdogan). Het droeg bij tot het weglopen van islamitische kiezers bij de PvdA en de entree van Denk in de Tweede Kamer – met drie Kamerzetels inmiddels.

Daar houdt de invloed van Turkije en de Turkse stem op de Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 niet mee op.

Op 11 maart 2017 barstte de bom

Na wat omtrekkende diplomatieke schermutselingen tussen Turkije en Nederland barstte op zaterdag 11 maart, vier dagen voor de verkiezingen, de bom. VVD-premier Mark Rutte en enkele van zijn collega-ministers besloten de landingsvergunning in te trekken van Turkije’s minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavasloglu, die naar Rotterdam zou vliegen om Nederturken toe te spreken vanwege het referendum.

Vervolgens kwam een andere Turkse minister vanuit Duitsland per auto naar Rotterdam, maar zij werd teruggestuurd, waarna er rellen uitbraken. Turkije boos, Erdogan boos. De Turkse president riep zijn aanhang in Nederland op om niet op Rutte en Wilders te stemmen.

De invloed van de voor Nederlandse begrippen ondiplomatieke daadkracht op de verkiezingsuitslag bleef niet achterwege. Volgens peiler Maurice de Hond zou de VVD ook zonder de Turkije-rel wel de grootste zijn gebleven, maar met geringer verschil met de PVV.

Zonder Turkije-rel geen meerderheid voor coalitie met ChristenUnie

De Hond noemde ook de impact van de Turkije-rel op de coalitievorming ‘zeer groot’, omdat er zonder die rel geen Kamermeerderheid zou zijn geweest voor een coalitie van VVD met CDA, D66 en ChristenUnie, terwijl zonder die rel een linkse coalitie van CDA met D66 en linkse partijen juist wel mogelijk was geweest.

 

De Hond berekende namelijk dat de VVD circa vijf zetels won dankzij de Turkije-rel, de PVV verloor er 2 à 3 zetels mee en het CDA zou zonder de Turkije-rel 1 à 2 zetels hoger zijn geëindigd. Anders gezegd: de VVD had dan geen 33, maar 28 zetels gehad. De PVV zou 22 à 23 zetels hebben gehad, in plaats van 20. En het CDA 20 à 21 zetels, in plaats van 19.

De taxatie van De Hond kan hier en daar een zeteltje schelen, maar dat neemt niet weg dat het hoogst aannemelijk is dat de Turkije-rel de uitslag van de Kamerverkiezingen heeft beïnvloed, met de VVD als belangrijkste – of enige – begunstigde (en de PVV als voornaamste benadeelde).

Was het hele scenario van de Turkije-rel al eerder bekend?

Tegen die achtergrond wordt het extra interessant wat columnist Tom-Jan Meeus van NRC Handelsblad – niet bekend als iemand die maar wat uit zijn duim zuigt – daags voor de verkiezingen in zijn krant schreef. Meeus: ‘Midden vorige week kreeg ik in Den Haag al gedetailleerd uitgelegd hoe het weekeinde zou verlopen: eerst de minister van Buitenlandse Zaken die het land niet inkwam, daarna de komst van een Turkse minister per auto – het hele scenario was bekend. Ik vermoed dus dat Nederland dit wilde, en dat vooral Rutte profiteert: als de relatie met een groot buitenland onder druk staat, willen burgers een vertrouwde bestuurder in plaats van twitteraar.’

Turkije speelt van tijd tot tijd een rol bij Nederlandse verkiezingen, en dan vooral doordat er in Nederland Turkse staatsburgers wonen die ook in Nederland kiesrecht hebben. Dat gegeven speelde bij de Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 een grotere rol dan ooit tevoren. Als de Tweede Kamer zichzelf serieus neemt, gaat de volksvertegenwoordiging uitzoeken of er sprake was van opzet of zelfs van doorgestoken kaart.

Als er niets aan de hand is, is dat vooral in het belang van de partij – de VVD, dus – die naar het zich laat aanzien de meeste baat had bij de Turkije-rel.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.