Eric Vrijsen

Martijn van Dam had echt geen kartel of carrousel nodig

Door Eric Vrijsen - 13 juli 2017

Was het inderdaad de PvdA die voor staatssecretaris Martijn van Dam een baantje bij de staatsomroep regelde? Leuke verdachtmaking, maar feitelijke bewijzen ontbreken, schrijft Eric Vrijsen.

In het holst van de Fortuyn-revolte, februari 2002, stond de jonge PvdA-kandidaat Martijn van Dam bij het parkeerterrein van een Albert Heijn in Eindhoven. Hij was lijsttrekker bij de raadsverkiezingen van maart en zijn PvdA was al jaren de grootste partij in de stad en de grootste partij van het land.

Maar het sentiment was veranderd. De PvdA kreeg ineens overal de schuld van. De files, de vuurwerkontploffing in Enschede, treinvertragingen, criminaliteit, de Volendamse cafébrand, de falende inburgering. Het leek wel of er niks meer deugde en de PvdA alles op haar geweten had.

Martijn van Dam zag mensen met karren vol boodschappen uit de supermarkt komen. Wat een weelde om zó het weekend in te gaan! Van Dam en andere PvdA’ers boden een folder aan in de hoop dat ze nog even iets mochten vertellen over het partijprogramma. Maar de meesten reageerden furieus: ‘Wegwezen, met je PvdA.’

Een schok ging door de zaal

Een paar weken later besloot de PvdA de raadscampagne in een café op de Markt in Eindhoven. Iedereen begreep dat de partij de volgende dag onderuit zou gaan en dat Pim Fortuyn in Rotterdam zou winnen. Premier Wim Kok en zijn beoogd opvolger Ad Melkert hielden korte toespraken, maar hun woorden drongen niet door. Pas toen de lokale lijsttrekker Martijn van Dam – 24 jaar was hij pas – vertelde wat hem tijdens de campagne allemaal voor de voeten was geworpen, ging er een schok door de zaal.

De PvdA verloor de verkiezingen. Van Dam werd leider van de uitgedunde PvdA-fractie in de Eindhovense gemeenteraad. Hij had zich ook kunnen terugtrekken. Hij was in recordtempo afgestudeerd als ingenieur, had ervaring bij een studentikoos internetbedrijfje, kende als een van de eersten de e-business en had net een prima baan bij Philips.

Van Dam had de PvdA niet nodig, maar de PvdA hem wel

Van Dam had heus de PvdA niet nodig; maar de PvdA hem wel.  Zijn toespraak op die campagneavond maakte zoveel indruk, dat de partij aan hem ging trekken. Een jaartje later – Pim Fortuyn was vermoord, de Lijst Pim Fortuyn bezweken onder intern geruzie en het rechtse kabinet Balkenende was meteen na de wittebroodsweken in elkaar geklapt – stond Martijn van Dam op de PvdA-lijst voor de Kamerverkiezingen. In januari 2003 nam hij ontslag bij Philips om volksvertegenwoordiger te worden. In 2006, 2010 en 2012 werd hij herkozen. Hij bleef in het parlement tot eind 2015, toen hij staatssecretaris werd op het ministerie van Economische Zaken en Landbouw.

Vorige week werd bekend dat Van Dam in september toetreedt tot het bestuur van de publieke omroep NPO. Dat wordt hem nogal kwalijk genomen. FVD-Kamerlid Thierry Baudet twitterde: ‘De baantjescarrousel van het partijkartel draait op volle toeren.’ PVV-kamerlid Martin Bosma eveneens op Twitter: ‘De PvdA-baantjescarrousel dendert voort.’

Leuke verdachtmaking, maar de bewijzen ontbreken

De Leidse politicoloog Geerten Waling schreef op elsevierweekblad.nl : ‘Een partij als de PvdA zou een pas op de plaats moeten maken. Niet alleen gezien de genadeloze afstraffingen van de kiezer, maar ook omdat partijbenoemingen geheel ingaan tegen de ambitie van de PvdA om weer een “volksbeweging” te worden. Maar nee, de PvdA maakt geen pas op de plaats. Zij loopt extra hard om iedereen nog snel een stoeltje te geven voordat de muziek stopt.’

Was het inderdaad de PvdA die voor Van Dam een baantje bij de staatsomroep regelde? Leuke verdachtmaking, maar feitelijke bewijzen ontbreken. Voor Van Dams benoeming is de Raad van Toezicht van de NPO verantwoordelijk. Daar heeft niet een PvdA’er de leiding, maar de VVD’er Bruno Bruins. Die verzekerde dat Van Dam is gekozen vanwege zijn ‘kennis en ervaring’. Niet vanwege zijn partijkaart.

Nu kan het zijn dat PvdA en VVD over Van Dams benoeming geheimzinnige ‘kartelafspraken’ hadden lopen. Maar hiervoor ontbreekt elk bewijs.

Natuurlijk lekker om de PvdA de nederlaag extra in te peperen

In Walings redenering mogen politici niet solliciteren naar functies als hun partij gebukt gaat onder een verkiezingsnederlaag. Maar dat is onzinnig. Als een bedrijf failliet gaat, rust op het personeel toch ook niet de dure plicht om jarenlang in een hoekje te gaan zitten huilen. Integendeel, snel zorgen dat je elders aan de bak komt. Voor politici geldt hetzelfde. Alles beter dan thuis op je wachtgeld teren.

Het is natuurlijk lekker om PvdA-politici nog eens hun verkiezingsdebacle in te peperen, maar feitelijk slaat het nergens op. Er geldt in Nederland géén beroepsverbod voor politici van partijen die door de kiezers werden afgestraft. We leven niet in een rancune-democratie.

NPO en Van Dam zijn ook weer geen onbekenden voor elkaar

Van Dam en de publieke omroep zijn natuurlijk geen onbekenden voor elkaar. Als PvdA-Kamerlid was Van Dam ooit woordvoerder mediazaken en warm pleitbezorger van de publieke omroep. Maar dat is al jaren geleden. Hij was ook woordvoerder asiel, economische zaken en buitenlandse zaken. Je moet een heel erge complotdenker zijn om te veronderstellen dat hij al die tijd naar een Hilversums baantje liep te hengelen. Als hij vanuit zijn huidige functie naar een baan bij Staatsbosbeheer of een betrekking in de agribusiness was overgestapt, dan had dat wél terechte twijfels opgeroepen.

Een van Van Dams politieke wapenfeiten is een wetsontwerp uit 2006 dat een einde maakte aan het stilzwijgend verlengen van abonnementen en lidmaatschappen. Nadelig voor kranten en tijdschriften, die hevig worden beconcurreerd door de websites van de volop met belastinggeld gefinancierde publieke omroep.

Hierover hebben Baudet, Bosma en Waling het helaas niet (Carla Joosten stipte het wel aan). Maar ja, dat is ook iets ingewikkelder dan losse flodders rond een veronderstelde politieke stoelendans.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.