Afshin Ellian Afshin Ellian

China importeert vrijelijk onze kennis: wat bizar en naïef

Door Afshin Ellian - 30 augustus 2017

Door onze naïviteit en geldzucht kan China op een vrij goedkope wijze kennis en onderwijs importeren uit het Westen. We moeten hier niet lichtzinnig mee omgaan, vindt Afshin Ellian: China is een kernmacht en een potentiële militaire rivaal.

De academische wereld is drastisch aan het veranderen. De internationalisering verandert het onderwijs en onderzoek fundamenteel. De onderzoekers werkten altijd al over de grenzen heen, in groepen of in individueel verband. Maar de huidige internationalisering is van een andere orde.

De nieuwe vorm van internationalisering heeft een economische achtergrond. De universiteiten moeten met elkaar concurreren: wie rijker is, is machtiger, is de gedachte. Om dat laatste te realiseren, moet het onderwijs worden geïnternationaliseerd met een gemeenschappelijke taal, namelijk Engels.

Op die manier kunnen ook de Chinezen worden verleid. Volgens diverse berekeningen zouden er miljoenen Chinezen zijn die nog gaan studeren of promoveren. Eigenlijk volgt de academische wereld de logica van bedrijven en vooral multinationals: op naar China, want daar valt flink wat geld te verdienen.

Opbrengsten vloeien niet naar Nederlandse fiscus

Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft de meest fundamentele stappen gezet naar internationalisering, oftewel het Chinamodel. De RUG is de eerste Nederlandse universiteit die in China, in de stad Yantai, een campus wil beginnen. Dat doen ze samen met de China Agricultural University in Peking. De omschreven missie is duidelijk: ‘We willen in Yantai bachelor-, master- en PhD-programma’s aanbieden met significante research-activiteiten en samenwerking met bedrijven.’ Maar de Groningse universiteit wordt met Nederlands belastinggeld gefinancierd: de door Nederland opgebouwde infrastructuur wordt gebruikt om elders geld te verdienen. Die opbrengsten vloeien niet terug naar de Nederlandse fiscus.

Wie met het Nederlandse belastinggeld wordt gefinancierd, staat in dienst van Nederland. Een aantal terreinen zoals hulp aan de ontwikkelingslanden vormt een uitzondering. Volgens de fiscale en politieke logica mag het Nederlandse belastinggeld niet worden gebruikt voor het welzijn van het Chinese volk en de Chinese staat. Als Nederland dat toch wil doen, dan moet daaraan een besluit van de volksvertegenwoordiging ten grondslag liggen. De Tweede Kamer zou dit ultieme politieke vraagstuk moeten behandelen. Ik ben het vooralsnog nergens tegengekomen.

In China bestaat geen vrijheid van meningsuiting

De Groningse universiteit kan redeneren dat deze activiteit goed is voor de wereldvrede en wetenschap. Erg dubieus. In China bestaat geen vrijheid van meningsuiting, terwijl dat wel de voorwaarde is voor de academische vrijheid. En dus ook voor de bloei en groei van de wetenschap. Bovendien, als Groningen zoveel extra geld heeft, kunnen ze het mooi gebruiken voor het stimuleren van  onderzoeksgroepen in Groningen en internationale samenwerkingsverbanden op onderzoeksgebied – let wel: in Europa. Dat de wereldvrede dichterbij komt, is eveneens een illusie. Denk alleen maar aan het Chinese expansiebeleid in de Aziatische gebieden.

De bestuurders van universiteit in Groningen zouden mij tegen kunnen werpen dat zij de democratisering in China bevorderen. Dat lijkt me eerder een wens dan de realiteit. De Britse en Amerikaanse universiteiten zijn al lang in China. Ze hebben geen enkele zichtbare bijdrage kunnen leveren aan de Chinese vrijheid of democratie. De Angelsaksische universiteiten willen vooral geld verdienen.

Naïviteit en geldzucht

Door onze naïviteit en geldzucht kan China op een vrij goedkope wijze kennis en onderwijs uit het Westen importeren, terwijl die kennis in een specifieke politieke en maatschappelijke cultuur tot stand is gekomen. De Chinezen importeren kennis en onderwijs zonder de condities waaronder deze kennis en kunde zich hebben kunnen ontwikkelen. We moeten beseffen dat China een kernmacht is en een potentiële rivaal.

De Chinese heersers willen de basisprincipes van de westerse academie niet overnemen. Die vormen een gevaar voor het voortbestaan van een dictatuur. De politieke vraag rijst welke voorwaarden het Westen aan deze kennisoverdracht moet verbinden. Tot de val van de Muur was dit een doodnormale. maar niet onbelangrijke vraag die in het Westen telkens werd gesteld en beantwoord. Nu is deze vraag kennelijk niet meer relevant. Het lijkt erop dat het Westen zijn eigen tegenstanders en de mogelijke toekomstige militaire vijanden van onderwijs en kennis voorziet. Dat is bizar en naïef.

Kennis en wetenschap zijn bronnen van macht voor een politieke orde. Wees voorzichtig en behoedzaam met je machtsbronnen en machtsmiddelen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.