Geerten Waling

Nederland moet gidsland worden van vrije mening

Door Geerten Waling - 13 mei 2019

Wie bepaalt wat waarheid is? Idealiter is dat altijd onderwerp van debat, want niemand heeft de waarheid in pacht. Maar met de Europese verkiezingen op komst, moeten we die vraag heel anders ­beantwoorden. Het zijn de nationale en Europese overheden en socialemediabedrijven die optreden als poortwachters van het debat. Zij weten wat waarheid is – en wie iets anders zegt, gaat onverbiddelijk aan de ketting, schrijft Geerten Waling.

Zo werd GeenStijl-voorman Bart Nijman vorige week tweemaal geschorst op Twitter. De eerste keer had hij in een cynische tweet opgeroepen ‘eurosceptisch’ te gaan stemmen, omdat hij het tijd achtte voor een ‘populistische dreun tegen die dronkemanskoppen’ in het Europees Parlement. De tweede keer viel een harde grap verkeerd over een islamitische dame die had geklaagd dat haar lasagne naar bacon smaakte. Pas nadat hij de tweet – onder protest – had verwijderd, en een ‘afkoelperiode’ van twaalf uur had uitgezeten, mocht hij weer twitteren.

Vrijheid voor louter wenselijke meningen, is geen vrijheid

De filters bij Twitter staan extreem gevoelig afgesteld, voor Facebook is dat niet anders. Is Nijman de maat der dingen? Nee, maar zijn GeenStijl is wel bij uitstek een voorbeeld van scherpe en controversiële journalistiek, op de grens tussen satire en belediging, soms eroverheen. Maar voor zover zij binnen de grenzen van de wet blijven, is voor deze journalisten de vrijheid van meningsuiting cruciaal. Immers, die vrijheid is er juist voor de meningen die schuren en kwetsen. Vrijheid voor louter wenselijke meningen, is geen vrijheid.

 Al in de zeventiende eeuw gold Nederlandse Republiek als ‘de boekhandel van de wereld’

GeenStijl ligt geregeld onder vuur. Adverteerders worden opgeroepen de website te boycotten, rechtszaken worden aanspannen en de inhoud van GeenStijl wordt gebrandmerkt als ‘nepnieuws’, zoals vorig jaar gebeurde door een bureau van de Europese Commissie genaamd EU vs Disinfo.

Minister Kajsa Ollongren (D66) probeerde vergeefs dit bureau te laten sluiten, wat voor haar pleit, maar ­laten we niet vergeten dat ook zij de strijd tegen nepnieuws tot speerpunt van haar beleid heeft gemaakt. Dit terwijl haar partijgenoot Rob Jetten probeert om het EU-lidmaatschap in de Grondwet te verankeren, zodat er vooral geen debat meer over wordt gevoerd.

De sociale media zijn poortwachters van het debat geworden

Intussen mogen miljoenen Nederlanders op Twitter en Facebook niet meer zelf bepalen wat ze zeggen of te zien krijgen. De sociale media zijn poortwachters van het debat geworden. Onder dreiging van Europese boetes hebben zij strenge maatregelen genomen tegen ‘nepnieuws’. Dit voelt ongemakkelijk, want deze private ondernemingen zijn in feite nutsvoorzieningen geworden, zo zei Nijman terecht. Sterker, Twitter en Facebook zijn monopolisten van het onlinedebat. Wie van deze platformen wordt verbannen, is grotendeels monddood.

Dat overheden daarop geen invloed zouden hebben, is vervelend. Maar dat ze er nu wel invloed op blijken te hebben, pakt nog veel vervelender uit.

Lees het vorige opiniestuk van Geerten Waling nog eens terug: Weg met het taboe op bevolkingspolitiek

Wie bewaakt de bewakers? In het moderne medialandschap, dat een bepalende rol is gaan spelen in verkiezingen en referenda, is daar nog niet goed over nagedacht. Een gebruiker van sociale media kan een verbanning niet zomaar aanvechten bij een rechter. ‘Huisregels,’ luidt het verweer. Geen discussie mogelijk.

De Nederlandse Republiek als boekhandel van de wereld

Nederlanders nemen altijd gretig trends over uit andere landen. Daarbij wordt de eigen geschiedenis nogal eens vergeten. Zo beseffen we niet genoeg dat Nederland eeuwenlang ervaring heeft met open debat en ­uitingsvrijheid. Al in de zeventiende eeuw gold de Nederlandse Republiek als ‘de boekhandel van de wereld’, zoals historici Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen uitleggen in hun schitterende boek met die titel. Meer dan waar ook konden hier controversiële ideeën worden opgeschreven, gedrukt en gelezen. Zelfs getergde regenten kregen er geen vat op.

In die eeuwenoude traditie staan ook de Nederlanders als mondige burgers. Die kunnen zelf heel goed bepalen wat ze geloven en wat ze onzinnig vinden. In het licht van dat erfgoed is het hoog tijd dat regenteske bestuurders een toontje lager zingen en niet langer voorschrijven welke meningen gelezen mogen worden. Laat Nederland zich weer opwerpen als vrijhaven voor kritische geesten. De vrijheid van meningsuiting heeft dringend een gidsland nodig.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.