Beste klinieken 2018

Beste klinieken 2018: Tussen kritiek en lof

18 april 2018

Waar kan de patiënt het beste terecht voor een nieuwe knie, staaroperatie, borstvergroting of rimpelvuller? Elsevier Weekblad vergelijkt particuliere klinieken voor twaalf behandelingen. Zeker is: het keurmerk van branchevereniging ZKN werkt en is een begin van garantie op goede zorg.

Drie particuliere klinieken mogen zich dit jaar de beste van Nederland noemen. Het zijn de Dr. Brinkmann Kliniek met vestigingen in Nieuwegein en Assen, het Acura Medisch Centrum in Weert, en Bergman Clinics met de vestigingen in Naarden en Den Bosch. In het onderzoek Beste klinieken van Elsevier Weekblad halen de eerste twee de hoogste score voor dermatologische ingrepen. Bergman Clinics haalt die voor respectievelijk het aanbrengen van knieprotheses en staaroperaties.

Voor twaalf behandelingen vergelijkt Elsevier Weekblad, ondersteund door het in zorg gespecialiseerde bureau SiRM, de kwaliteit van de zorg in particuliere klinieken. Daarvoor is gebruikgemaakt van publiek beschikbare gegevens die klinieken wettelijk verplicht aanleveren aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en aan Zorg­instituut Nederland (zie de ‘Toelichting bij het onderzoek’).

Zo kan iemand die op zoek is naar bijvoorbeeld een adres voor staaroperaties of ooglaseren, een meniscusoperatie, obesitaszorg en maagverkleining, of gewoon rimpels vullen, klinieken vergelijken en een keuze maken. De oordelen zijn uitgedrukt in bolletjes, waarbij één of twee bollen aangeven dat de kliniek onder het landelijk gemiddelde scoort, en drie of vier bollen voor een bovengemiddelde score (vergelijk hier alle klinieken).

Het eindoordeel rust op twee pijlers: een oordeel over de organisatie en over de uitvoering. Bij de organisatie gaat het erom of de kliniek alles in het werk stelt om de zorg rond de patiënt goed te regelen – de administratie, het bijhouden van patiëntendossiers, registreren van infecties, tot en met functioneringsgesprekken met de medisch specialisten. Bij de uitvoering gaat het om het proces rond de behandeling zelf: of patiënten hun medicijnen op tijd krijgen, of pijn wordt gemeten, of ze een dag na de operatie worden gebeld hoe het ermee gaat en hoe snel ze terechtkunnen, mochten ze nadien toch nog klachten krijgen.

Graadmeter

Extra zwaar weegt de vraag of en hoe medisch specialisten zijn beoordeeld in visitaties door hun collega’s in wetenschappelijke beroepsverenigingen – en wat er vervolgens gebeurt met de adviezen en kritiek.

Al deze informatie – een meting over 251 indicatoren – biedt een graadmeter in hoeverre een kliniek, afgezet tegen het landelijk gemiddelde, aan voorwaarden voldoet om adequate en veilige zorg te leveren.

Of ingrepen succesvol verliepen en hoe het de patiënten verging, dat is niet in de gegevens van de IGJ en het Zorginstituut te vinden. Gelukkig maken vooral grote aanbieders als Bergman Clinics en Equipe, met onder meer de Velthuis klinieken, werk van een eigen, openlijke kwaliteitsmeting inclusief ervaringen en oordelen van de patiënt. Die laten zich hier helaas niet vergelijken.

De klinieken zijn deels beoordeeld op punten die voor elke zorgaanbieder gelden, en deels op eisen die horen bij de ingreep. Naast de beoordeling in bollen zijn twee extra kwalificaties opgenomen, aangegeven met blauwe ‘vinkjes’. Het eerste laat zien of een kliniek het keurmerk van brancheorganisatie Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) voert. Dat ‘ZKN-keurmerk’ moet de patiënt garanderen dat er minimaal twee medisch specialisten werken, dat ruimten en apparatuur hygiënisch en veilig zijn, de medicatie veilig is, en dat de tevredenheid van patiënten wordt gemeten. Twee onafhankelijke instituten, Kiwa en Lloyds, ‘bewaken’ dit keurmerk.

Voor het tweede vinkje zeefde SiRM alleen de indicatoren uit de beoordeling die rechtstreeks de veiligheid van de patiënt raken. Klinieken die voor patiëntveiligheid de hoogste score halen, krijgen een vinkje.

Voorhoede

De top is breder dan de vijf vestigingen van drie genoemde ‘beste’ klinieken: 65 vestigingen verdienden met hun specialisme de hoogste score, waarvan zestig net niet voor de organisatie of uitvoering. Opvallend is dat 17 namen tussen die 65 meer dan eens voorkomen. Zoals die van Bergman Clinics, Medisch Centrum Waalre, Medisch Centrum Jan van Goyen, Velthuis, Xpert en Eyescan. Een voorhoede – met vaak én het ZKN-keurmerk én een vinkje voor patiëntveiligheid.

Maar een mooie score ten opzichte van het landelijk gemiddelde zegt op zich nog weinig over de staat van de zorg zoals de Inspectie die in de gaten moet houden.

‘Concludeerden we eerder al dat de verbeterslag die we verwachtten uitbleef, ook nu blijkt (…) dat er nog veel niet goed gaat,’ schrijft de IGJ in Het resultaat telt 2016, de jaarlijkse beoordeling van particuliere klinieken die op 3 april verscheen. Natuurlijk zijn er aanbieders die volgens de regels werken, ‘maar er zijn nog steeds (te) veel klinieken die hieraan niet voldoen’. Dat scherpe oordeel van de IGJ is gebaseerd op dezelfde indicatoren als Elsevier Weekblad gebruikt, plus bezoeken door inspecteurs.

Op vier punten blijven de klinieken achter, stelt de Inspectie: de extra zorg rond ‘kwetsbare’ groepen als kinderen en ouderen, de operatieve zorg, het vastleggen en naleven van de rechten van de patiënt en van eisen aan ‘goede zorg en professionals’.

Enkele concrete bezwaren illustreren de ernst van de boodschap. Van klinieken die bij 70-plussers ingrepen uitvoeren, kende maar iets meer dan de helft een ‘delier-protocol’ – ofwel, regels voor wat te doen als iemand na een operatie of door anesthesie in de war raakt, een reëel risico bij ouderen. Nog een voorbeeld: van de 307 klinieken die opereren, gaf nog niet de helft aan altijd een time-out-procedure te hanteren – ofwel, even een pauze te nemen om te controleren om wie het gaat en om welk lichaamsdeel, plus de noodzakelijke medische informatie om veilig te kunnen snijden. En: van de 404 klinieken die het betreft, heeft slechts 81 procent afspraken met een ziekenhuis om als ‘achterwacht’ te fungeren mocht er iets misgaan.

Particuliere klinieken nemen steeds meer zorg voor hun rekening: het aantal groeide sinds 2009 met 87 procent. Des te meer reden voor de Inspectie om komende jaren scherper toezicht te houden.

Keurmerk

‘Al lopen we niet weg voor kritiek, het oordeel van de Inspectie gaat niet op voor alle klinieken,’ zegt Paulette Timmerman (51), directeur van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Met Marijn Lamers, manager kwaliteit en veiligheid van ZKN, overlegt ze een stapel grafieken. Timmerman: ‘Wij hebben de data van de IGJ nader geanalyseerd om te bepalen of er verschillen zijn, en welke, tussen klinieken met een ZKN-keurmerk – onze leden dus – en niet-leden.’

Een relevante kwestie, want 56 procent van alle klinieken is aangesloten bij ZKN. En daarvan levert 94 procent deels tot volledig verzekerde zorg. Maar het oordeel van de Inspectie betreft steeds alle klinieken, ook de kliniek die niet in aanmerking komt voor het ZKN-lidmaatschap. Volgens de eigen analyse doen de ZKN-klinieken het op veel punten beter dan de niet-leden. Zoals bij de screening van jongeren en ouderen, het risico op infecties, het borgen van de rechten van de patiënt en een beoordeling van het functioneren van medisch specialisten.

‘Dat wil niet zeggen dat we er zijn,’ zegt Timmerman. ‘Ook bij ons valt een en ander verder te verbeteren, zoals de systematische screening van patiënten.’ Daarnaast behoeft het contact met wetenschappelijke beroepsverenigingen van medisch specialisten aandacht. ‘Visitaties op locatie door vakgenoten zijn van groot gewicht, maar het is niet overal even goed geregeld. Daarover zijn we met de verenigingen in gesprek.’

En soms oordeelt de IGJ wel erg kort door de bocht, vindt Timmerman. ‘Wij eisen van onze leden dat ze een achterwacht regelen met een ziekenhuis. Dat is nu zo bij 93 procent. In de praktijk stuiten ze weleens op een ziekenhuis dat weigert – en dan kunnen we niet meer doen dan eisen dat de kliniek het bewijs daarvan overlegt.’

Vraag is of het voor de patiënt inderdaad van meerwaarde is of een kliniek het ZKN-keurmerk heeft. Uit de vergelijking door Elsevier Weekblad blijkt een duidelijke bevestiging: van de klinieken die boven het landelijk gemiddelde scoren, heeft 71 procent het keurmerk. Van klinieken zónder keurmerk is dat slechts 37 procent, en dus blijft 63 procent daarvan onder het gemiddelde.

Ofwel, bij de afwegingen die tot de keuze voor een kliniek leiden, mag de vraag naar het ZKN-keurmerk niet ontbreken. Al zijn het altijd de uitzonderingen die de regel bevestigen. Want één van de drie beste klinieken, Acura in Weert, is geen ZKN-lid.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.