Beste scholen 2020

Toelichting bij Beste scholen 2020

15 januari 2020

Elsevier Weekblad beoordeelt de prestaties van alle middelbare scholen in Nederland. Dit jaar gebeurt dat voor de achttiende keer. Vergelijk snel en overzichtelijk de scholen met vwo en gymnasium, havo en vmbo in de buurt. Van alle scholen is per schoolsoort een compleet rapport van de resultaten beschikbaar.

Beste scholen 2020

Ga naar Beste scholen en vergelijk 1.245 scholen met vwo, havo en vmbo. Klik hier

Deze pagina geeft uitleg bij het jaarlijkse EW-onderzoek Beste scholen. Elsevier Weekblad vergelijkt alle scholen in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van de Inspectie van het Onderwijs. Naast een oordeel over de leerprestaties geeft Elsevier Weekblad achtergrondinformatie over de schoolbevolking en de identiteit en onderwijsvisie van de school.

Inhoud

1. Voor wie?
2. Vind opleidingen
3. Vergelijk scholen
4. Waarom kan ik mijn school niet vinden?
5. Over de school
6. Beoordeling
7. Onderbouw
8. Bovenbouw
9. Geslaagd of gezakt
10. Extra informatie
11. Badge voor superscholen

1. Voor wie?

EW Beste scholen is in de eerste plaats bedoeld voor ouders en leerlingen van groep 8 die een passende middelbare school zoeken. En verder voor ieder ander die geïnteresseerd is in de kwaliteit van scholen in het voortgezet onderwijs.

2. Vind opleidingen

Op de zoekpagina staan alle beoordeelde scholen op vestigingsniveau onder elkaar. De school van je keuze kun je op verschillende manieren vinden. Zoek eenvoudig in de lange lijst, of typ de naam van de school onder ‘Vind school’ en klik op Ga. Klik op Reset om de selectie ongedaan te maken.

Een zoekopdracht kun je verfijnen aan de hand van je voorkeuren. Klik op Ga nadat je je voorkeuren hebt aangegeven.

Binnen welke schoolsoort zoek je een school: vwo (inclusief gymnasium), havo of een van de leerwegen binnen het vmbo: gemengd-theoretisch, kaderberoeps of basisberoeps.

Ben je op zoek naar een school met een specifieke identiteit? Geef dit dan aan in het filter.

Het is ook mogelijk om scholen in je buurt te selecteren. Geef een postcode en selecteer de maximale afstand waarbinnen je wilt zoeken. Klik daarna op Ga.

3. Vergelijk scholen

Klik op de school van je keuze en vervolgens op de gewenste schoolsoort. Vink op deze wijze maximaal 4 scholen aan die je wilt vergelijken en klik op Vergelijk.

Je kunt ook direct doorklikken naar een pagina met alle informatie over een school van je keuze. Klik daarvoor op Alle resultaten in de lijst of op de gewenste schoolsoort op de kaart.

4. Waarom kan ik mijn school niet vinden?

Elsevier Weekblad vergelijkt scholen waarvoor resultaten bekend zijn bij de Inspectie van het Onderwijs. Alleen scholen met havo, vwo of vmbo-gt, vmbo-b en vmbo-k zijn vergeleken.

Over het onderzoek

De meeste gebruikte gegevens zijn afkomstig van de Inspectie van het Onderwijs. Het merendeel vormt de grondslag voor de ‘onderwijsresultaten’: rendementen en examencijfers zoals de Inspectie die op haar website zet. Elsevier Weekblad maakt ook gebruik van gegevens van onder meer de Dienst Uitvoering Onderwijs en Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs.

Over particuliere scholen heeft de Inspectie geen informatie. De gegevens hebben betrekking op de schooljaren 2015-2016 tot en met 2017-2018. Alleen gegevens over de positie van leerlingen in het derde leerjaar ten opzichte van het advies van de basisschool hebben betrekking op de periode 2016-2017 tot en met 2018-2019.

Hieronder staan alle onderdelen uit het onderzoek Beste scholen uitgelegd.

5. Over de school

Onderwijsvisie en identiteit school
Van elke school is de levensbeschouwelijke grondslag en onderwijsvisie aangegeven. Gegevens zijn afkomstig van de Inspectie van het Onderwijs. Scholen bedenken steeds weer nieuwe onderwijsconcepten en -profileringen, deze zijn vaak niet geregistreerd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en bij de Inspectie van het Onderwijs en kunnen dus ook niet worden vermeld in Beste scholen.

Adres school
Dit is het adres van de schoolvestiging. Het adres staat ook met een stip op het kaartje. Gegevens zijn afkomstig van de Inspectie van het Onderwijs. Informatie over de websites van scholen komt van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

6. Beoordeling

Eindoordeel
Hoe goed is een school in vergelijking met alle andere middelbare scholen? Elke school is beoordeeld volgens vier criteria: (1) de positie van leerlingen in de derde klas ten opzichte van het advies van de basisschool, (2) de onderwijssnelheid in de onderbouw, (3) het bovenbouwsucces en (4) het examencijfer.

Op de vier criteria kunnen scholen drie scores halen: bij de beste 15 procent (‘super’), bij de middelste 70 procent (‘voldoende’) en bij de zwakste 15 procent (‘onvoldoende’).

Elsevier Weekblad kent als eindoordeel toe: superschool, goed, voldoende en onvoldoende. Dat oordeel hangt af van de drie scores die een school kan halen op de vier criteria. Die beoordeling berust op een vergelijking van prestaties voor de periode 2016-2019. De Inspectie heeft dit jaar voor het eerste vaste normen gesteld, waarlangs ze de komende jaren de onderwijsresultaten wil gaan vergelijken door de tijd heen.

Elsevier Weekblad gebruikt voor de beoordeling van scholen openbare cijfers van de Inspectie van het Onderwijs, maar berekent het oordeel volgens een eigen methode. Die wijkt op twee hoofdpunten af:

1.    Elsevier Weekblad kent vier kwalificaties toe, van ‘superschool’ tot ‘onvoldoende’, als eindoordeel. De Inspectie van het Onderwijs maakt alleen onderscheid in ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’, en geeft daarmee aan of een school aan de door haar gestelde landelijk norm voldoet. Als een school op de twee indicatoren voor de onderbouw onder de norm scoort, kent de Inspectie in sommige gevallen in plaats van ‘onvoldoende’ het eindoordeel ‘onvoldoende, tenzij’ toe. Dat is het geval als de school kan aantonen dat één of beide onvoldoenden buiten de eigen invloedssfeer liggen. Bijvoorbeeld doordat een groot aantal leerlingen is blijven zitten, zonder dat de school dit kan worden verweten. Of doordat basisscholen te positief hebben geadviseerd, al moet de school dat dan wel kunnen aantonen.

2.    Elsevier Weekblad gaat uit van ‘kale feiten’ over de prestaties van de school, en corrigeert die in de waardering niet voor het ‘type’ scholier dat erop zit. Argument: dan weten ouders en scholieren wat de waarde van het diploma is in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt.
– De Inspectie van het Onderwijs stelt de normen per onderdeel van de beoordeling bij als een school naar verhouding veel leerlingen met leerproblemen telt, uit achterstandswijken komt of mogelijk kampt met mogelijke aanpassingsproblemen na een verhuizing of overgang naar een andere school. Dit bijgestelde oordeel van de Inspectie van het Onderwijs wordt eveneens vermeld (‘Oordeel Inspectie van het Onderwijs’). Zo kunnen ouders zien wat de ‘toegevoegde waarde’ is van een school, ofwel wat de school aan extra inspanning heeft geleverd om deze leerlingen hun diploma te laten halen.

7. Onderbouw

Positie in leerjaar 3
Welk onderwijs volgt de leerling in de derde klas: vmbo, havo of vwo? En komt dat overeen met het advies van de basisschool? De onderwijspositie geeft aan in welke mate een school erin slaagt om leerlingen een trede hoger te brengen dan het schooladvies.

De score ‘Saldo onderwijspositie 2016-2019’ is het percentage leerlingen dat hoger uitkwam dan het advies, verminderd met het percentage dat lager uitkwam. Boven 0 wil zeggen dat meer leerlingen een trede hoger uitkwamen dan lager, onder 0 dat meer leerlingen juist lager uitkwamen dan hoger. Precies 0 betekent dat evenveel leerlingen boven als onder het advies uitkwamen, of dat alle leerlingen precies het onderwijs volgen zoals de basisschool adviseerde. Om te corrigeren voor uitschieters in een specifiek jaar, is het gemiddelde saldo berekend over vier schooljaren: 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019. Het gemiddelde is alleen vastgesteld als van ten minste twee jaar gegevens bekend zijn, waaronder het laatst beschikbare jaar. Het Elsevier Weekblad-oordeel heeft betrekking op dit driejaarsgemiddelde. In de grafiek ‘Ontwikkeling onderwijspositie 2016-2019′ zijn de saldo’s voor de afzonderlijke jaren weergegeven.

Belangrijk: schoolvestigingen zijn alleen vergeleken met vestigingen die dezelfde onderwijssoort(en) aanbieden. Voorbeeld: als een vestiging alleen onderbouw havo-vwo aanbiedt, dan is die alleen met vestigingen van andere scholen vergeleken die ook havo-vwo verzorgen. De onderwijspositie is berekend als gemiddelde van drie schooljaren. Behaalt de school een score die bij de beste 15 procent van alle scholen hoort, dan krijgt de school op dit onderdeel het oordeel ‘super’, scoort de school bij de middelste 70 procent dan is het oordeel ‘voldoende’. Als de school op dit onderdeel tussen de 15 zwakste scholen staat, dan krijgt deze het oordeel ‘onvoldoende’.

De Inspectie van het Onderwijs kent slechts twee oordelen toe: een school kan simpelweg onder of boven een vastgestelde norm scoren. De Inspectie heeft de cesuur voor de norm gelegd bij de laagste 15 procent. De normen worden gecorrigeerd op basis van het aandeel leerlingen met een lwoo-indicatie – dat zijn leerlingen met leerproblemen – en het aandeel leerlingen afkomstig uit probleemwijken ofwel ‘armoedeprobleemcumulatiegebieden’.

Onderbouwsnelheid
Hoeveel leerlingen komen zonder zittenblijven in de derde klas? De onderbouwsnelheid toont het percentage leerlingen dat onvertraagd in de bovenbouw begint. Zittenblijvers tellen negatief mee. Ook leerlingen die naar een andere vestiging of school vertrokken zijn meegerekend.

De onderbouwsnelheid is berekend als gemiddelde van drie schooljaren. Het gemiddelde is alleen vastgesteld als van ten minste twee jaar gegevens bekend zijn, waaronder het laatst beschikbare jaar. Over dit driejaarsgemiddelde berekent Elsevier Weekblad drie scores: ‘super’ voor scholen die behoren bij de beste 15 procent, ‘voldoende’ voor de middelste 70 procent en ‘onvoldoende’ voor scholen die behoren tot de zwakste 15 procent.

Ook het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs staat vermeld. Scholen kunnen onder of boven de norm scoren. Deze norm is vastgesteld op 95,5 procent. De normen worden gecorrigeerd op basis het aandeel leerlingen afkomstig uit probleemwijken ofwel ‘armoedeprobleemcumulatiegebieden’ en het aandeel leerlingen dat na verhuizing of overplaatsing van andere scholen kwam.

In de grafiek ‘Ontwikkeling onderbouwsnelheid 2015-2018’ zijn de percentages voor achtereenvolgens de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2018-2019 weergegeven.

8. Bovenbouw

Bovenbouwsucces
Hoeveel leerlingen doorlopen zonder zittenblijven de bovenbouw? Het bovenbouwsucces toont het percentage leerlingen dat het diploma haalt, dat overgaat naar een volgende klas van dezelfde schoolsoort dan wel naar eenzelfde of volgende klas van een hogere of een lagere schoolsoort (bijvoorbeeld van vmbo-gt naar havo, of havo naar vwo).

Het bovenbouwsucces is berekend als gemiddelde van drie schooljaren. Het gemiddelde is alleen vastgesteld als van ten minste twee jaar gegevens bekend zijn, waaronder het laatst beschikbare jaar. Over dit driejaarsgemiddelde berekent Elsevier Weekblad drie scores: ‘super’ voor scholen die behoren bij de beste 15 procent, ‘voldoende’ voor de middelste 70 procent en ‘onvoldoende’ voor scholen die behoren tot de zwakste 15 procent. De normen zijn vastgesteld per schoolsoort. Dus vwo-afdelingen van schoolvestigingen zijn uitsluitend vergeleken met vwo-afdelingen van andere schoolvestigingen.

Ook het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs staat vermeld. Scholen kunnen onder of boven de norm scoren. De Inspectie heeft de cesuur voor de norm gelegd bij de laagste 15 procent. De normen worden gecorrigeerd op basis van het aandeel leerlingen met een lwoo-indicatie – dat zijn leerlingen met leerproblemen -, het aandeel leerlingen afkomstig uit probleemwijken ofwel ‘armoedeprobleemcumulatiegebieden’ en het aandeel leerlingen dat na verhuizing of overplaatsing van andere scholen kwam.

In de grafiek ‘Ontwikkeling bovenbouwsucces 2015-2018’ zijn de percentages voor achtereenvolgens de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018 weergegeven.

Examencijfer
Hoe goed of slecht zijn de examenresultaten? Het examencijfer toont het gemiddeld behaalde cijfer van alle leerlingen voor alle vakken bij het centraal examen.

Het examencijfer is berekend als gemiddelde van drie schooljaren. Het gemiddelde is alleen vastgesteld als van tenminste twee jaar gegevens bekend zijn, waaronder het laatst beschikbare jaar. Over dit driejaarsgemiddelde berekent Elsevier Weekblad drie scores: ‘super’ voor scholen die behoren bij de beste 15 procent, ‘voldoende’ voor de middelste 70 procent en ‘onvoldoende’ voor scholen die behoren tot de zwakste 15 procent. De normen zijn vastgesteld per schoolsoort. Dus vwo-afdelingen van schoolvestigingen zijn uitsluitend vergeleken met vwo-afdelingen van andere schoolvestigingen.

Ook het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs staat vermeld. Scholen kunnen simpelweg onder of boven de norm scoren. De Inspectie heeft de cesuur voor de norm gelegd bij de laagste 15 procent. De normen worden gecorrigeerd op basis van het aandeel leerlingen met een lwoo-indicatie en het aandeel leerlingen afkomstig uit probleemwijken ofwel ‘armoedeprobleemcumulatiegebieden’.

In de grafiek ‘Ontwikkeling bovenbouwsucces 2015-2018’ zijn de percentages voor achtereenvolgens de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018 weergegeven.

9. Geslaagd of gezakt

Percentage geslaagden
Hoeveel procent van de leerlingen slaagde in 2019 voor het examen? Alleen leerlingen met examenresultaten zijn meegerekend. Elsevier Weekblad berekent de slagingspercentages op basis van gegevens afkomstig van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Puntenverschil school- en centraal examen
Een te hoog schoolexamencijfer maakt het voor leerlingen makkelijker om hun diploma te behalen. Deze indicator telt niet mee voor het eindoordeel van Elsevier Weekblad. En ook de Inspectie betrekt het verschil niet in haar berekende oordeel. Toch geldt het puntenverschil als relevante informatie, omdat scholen op basis van de Wet op het Voortgezet Onderwijs hun examenlicentie verliezen als het gemiddelde verschil tussen cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen te groot is.

De Inspectie van het Onderwijs berekende het gemiddelde verschil tussen het schoolexamen en centraal examen over 2016, 2017 en 2018. De Inspectie hanteert drie normen: ‘gering verschil’  als het gemiddelde verschil kleiner of gelijk is aan 0,5 punten, ‘groot verschil’ als het verschil groter dan 0,5 maar kleiner of gelijk is aan 1,0 en ‘zeer groot verschil’ als het verschil groter is dan 1 punt.

Profiel- of sectorkeuze
Gegeven zijn de profielkeuzes van havisten en vwo’ers die in 2018 examen deden en de sectorkeuzes van examenkandidaten in het vmbo.

Profielen (havo en vwo):
N&T = Natuur en Techniek
N&G = Natuur en Gezondheid
E&M = Economie en Maatschappij
C&M = Cultuur en Maatschappij
Er zijn ook combinaties van deze profielen mogelijk

Sectoren (vmbo):
Techniek
Zorg en Welzijn
Economie
Landbouw
VMBO-TL = Theoretische Leerweg binnen VMBO-GT
Er zijn ook combinaties van sectoren mogelijk

Grieks en Latijn
Als vwo’ers in 2018 examens in Latijn en/of Grieks aflegden, dan staat dit aangegeven. Dit zijn meestal gymnasia. Gegevens zijn afkomstig van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Zelfstandig gymnasium
Een zelfstandig gymnasium voldoet aan enkele eisen:

  • Een eigen schoolgebouw
  • Een doorlopend curriculum van de eerste tot en met de zesde klas
  • Tenminste twee jaar klassieke talen in de onderbouw
  • Leerlingen zitten in het voortgezet onderwijs uitsluitend in een gymnasiumklas
  • Latijn en Grieks maken deel uit van het eindexamenprogramma

De zelfstandige gymnasia leggen de lat doorgaans hoog voor hun leerlingen. Omdat alle leerlingen dezelfde schoolsoort volgen, is de populatie naar verhouding homogeen. Het overzicht van zelfstandige gymnasia is afkomstig van Stichting Het Zelfstandig Gymnasium.

10. Extra informatie

Ontwikkeling aantal leerlingen
Het aantal leerlingen per vestiging, van alle schoolsoorten bij elkaar opgeteld. Gegevens over leerlingenaantallen zijn afkomstig van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en hebben betrekking op de periode 2015 tot en met 2019.

Tweetalig onderwijs
Als een school onderwijs in een tweede taal naast Nederlands aanbiedt, staat dit aangeven. Gegevens over tweetaligheid zijn afkomstig van Nuffic, de organisatie voor internationalisering in het onderwijs.

Tweetalig onderwijs (tto) houdt in dat leerlingen bij minimaal de helft van de vakken les krijgen in een vreemde taal, meestal Engels. Tweetalige leerlingen doen uiteindelijk een regulier Nederlands eindexamen en krijgen dan een vwo-, havo- of vmbo-diploma. Scholen moeten dus voldoen aan de reguliere eisen van de Nederlandse overheid.

Cursussen Engelse taal
Veel scholen bieden leerlingen de mogelijkheid om een cursus Engelse taal te volgen die resulteert in een internationaal erkend certificaat. De examens worden afgenomen onder toezicht van twee organisaties: Cambridge Assessment English en Anglia. Het overzicht van deelnemende scholen is afkomstig van deze organisaties.

Extra vak Chinees
Verschillende scholen bieden het vak Chinese taal en cultuur. Scholen bieden op verschillende manieren het vak Chinees aan. Het kan een extra vak zijn voor vwo-plus leerlingen of een cursus voor geïnteresseerde leerlingen. Er zijn ook scholen die een uitwisseling met China organiseren. Gegevens zijn geleverd door Nuffic.

Technasium
Technasiumleerlingen op havo en vwo krijgen extra  bèta-technisch onderwijs. Het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) staat centraal, een erkend eindexamenvak waarvoor leerlingen in teams werken aan een praktische en actuele bèta-technische opdracht.

Het technasium start vanaf de brugklas. Binnen het technasiumonderwijs ontwikkelen leerlingen competenties en vaardigheden zoals creativiteit, ondernemerschap, samenwerken, inventiviteit, communicatie, plannen, projectmatig werken, organiseren en proces- en kennisgericht werken. Gegevens zijn afkomstig van Stichting Technasium.

Excellente school
Het predicaat ‘Excellente School’ wordt toegekend door de Inspectie van het Onderwijs aan scholen met bijzondere kwaliteiten en aan scholen die uitblinken in een specifiek excellentieprofiel. Scholen die in aanmerking willen komen voor het predicaat melden zich zelf aan bij de Inspectie en geven daarbij aan waarmee zij zich willen profileren. De Inspectie beoordeelt of de school voldoet aan ‘deugdelijkheidseisen’ op standaarden die voor alle scholen gelden – waaronder een voldoende score voor behaalde onderwijsresultaten – en of de school op eigen wijze aspecten van kwaliteit realiseert. Tenslotte bezoekt een onafhankelijke jury de school die moet vaststellen of de school zich daadwerkelijk excellent mag noemen.

11. Gebruik badge

Zogeheten ‘superscholen’ mogen onderstaande Elsevier Weekblad-badge gebruiken in hun uitingen (website, jaarplan, etc.). Klik op de badge voor een afbeelding in hoge resolutie.