Cees van Lotringen

Gaat de Verlichting uit?

Door Gastauteur - 22 september 2018

Het erfgoed van Nederlands grootste en meest radicale denker, Baruch Spinoza, wordt serieus met de sloop bedreigd, meent auteur Cees van Lotringen. Bedrijven die uit puur commercieel eigenbelang de ‘staat van de vrijheid’ ondermijnen, moeten streng worden gereguleerd, en indien nodig zwaar bestraft worden als zij de vrijheid ondermijnen of het maatschappelijk vertrouwen omwille van hun eigenbelang ernstig beschamen, betoogt hij in dit ingezonden opiniestuk.

Ingezonden bijdrage

Deze bijdrage werd ingezonden door Cees van Lotringen. Dit stuk is een bewerkte versie van een hoofdstuk uit zijn boek ‘Tot hier en nu verder, Nederland op de drempel van een nieuwe tijd’. Het boek combineert het levensverhaal van de auteur (en zijn familie) met de nationale geschiedenis, economie, filosofie en cultuur. Meer informatie? Zie: tothierennuverder.net.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad. 

Het zelfbeschikkingsrecht van het individu waar de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza zich tijdens zijn relatief jonge, maar woelige leven in de zeventiende-eeuwse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden sterk voor heeft gemaakt, zou in het laatste decennium van de vorige eeuw in Nederland wel eens zijn historisch hoogtepunt kunnen hebben bereikt.

Het seculiere denken was toen de status quo geworden. We meenden dat de liberale rechtsstaat gezegevierd had en dat ‘de geschiedenis haar eindpunt had bereikt’. Door een combinatie van vergaande politieke en sociale vrijheid en ongekende economische voorspoed, leefde vrijwel iedereen in Nederland in deze negentiger jaren vrij en onbevangen, naar zijn eigen inzicht en voorkeuren.

Het was een tijd waarin de calvinist een hedonist werd. Hij begon zichzelf niet langer te zien als deel van het geheel, zoals eeuwenlang onder invloed van het stoa-denken het geval was geweest, maar als centrum van de wereld. Hij begon met zijn rijkdom en zijn geluk te koop te lopen. Aanvankelijk ging dat nog gepaard met een houding van ‘leven en laten leven’, maar gaandeweg begon de aloude, in een gemeenschap gewortelde tolerantie af te bladderen: het werd gedogen, wat neerkwam op voor het vredig samenleven gevaarlijke schouderophalen en wegkijken. Dat was het ongeïnteresseerde, nihilistische antwoord op de andersdenkende.

Een volk van 17 miljoen Selfies

Rond de eeuwwisseling werd in de Nederlandse polder duidelijk dat er nog een overtreffende trap mogelijk was: de hedonist begon een exhibitionist te worden, daarbij geholpen door de commerciële televisie die mensen op het schild van tijdelijke roem hees als ze bereid waren zichzelf uit te leveren aan de Hilversumse terreur van de kijkcijfers: men liet zich met zijn vriend of vriendin opsluiten in een huis, met vele andere paren, om zich bloot te stellen aan de meest helse verleidingen. Ook lieten jongeren zich avonden achtereen in een ranzige badplaats volgen door een cameraploeg die vastlegde hoe zij zich aan het comazuipen zetten en uiteindelijk in de goot of bij de EHBO-post belandden.

Het hek was echt van de dam toen we ook nog toegang kregen tot sociale media. Dat zette de sluizen open naar de ultieme speelkamer van het eigen Ik. Het stelde hem in staat onafgebroken, 24 uur per dag, zijn kleine mensengedachten en zijn gefotoshopte zelfportretten met de buitenwereld te delen. Bloggers en vloggers maakten er hun beroep van en kwamen in hoog maatschappelijk aanzien te staan; dat je een vette boterham kon verdienen met een leven dat om jezelf handelde, kreeg respect en navolging. Het vergaren van zoveel mogelijk likes en volgers begon voor honderdduizenden gebruikers in Nederland een levensdoel te worden. Het bepaalde in belangrijke mate hun zelfvertrouwen en zelfrespect.

Maar wie eenmaal de arena van Facebook of Instagram was binnengetreden, ontdekte dat hij steeds meer de variétéartiest van zijn eigen leven was geworden. Het werd een bijna obsessieve dagtaak om dat leven sprankelend, vrolijk en grenzeloos te laten lijken, want de vox populi van het duimpje omhoog of het duimpje omlaag is meedogenloos – niets is dodelijker dan saai gevonden worden. Een volk van ‘17 miljoen selfies’, noemde koning Willem-Alexander dat bij een kerstboodschap met een ondertoon van zorg en impliciete laatdunkendheid.

De niet-aflatende honger van het virtuele publiek naar afleiding enerzijds en naar aandacht en likes anderzijds, maakt dat de deelnemers op sociale media tot steeds extremere opvattingen en acties bereid zijn om hun publiek maar niet te verliezen: op Twitter wordt de andersdenkende stelselmatig aangevallen, beledigd, afgefakkeld en geblokt, waarbij velen niet meer tot luisteren en zich in de ander verplaatsen, laat staan tot respectvolle uitwisseling in staat of zelfs maar geïnteresseerd zijn. Op YouTube kan het nog extremer zijn: niet alleen de fellatio in de jacuzzi wordt erop geplaatst, maar ook de aankondiging van de moord, of de uitvoering van de zelfmoord. Zonder het te delen heeft noch de daad, noch de misdaad klaarblijkelijk betekenis.

Open massa wordt weer een gesloten massa

Er komt een moment dat men de onophoudelijke confrontatie met de ongewenste of onwelgevallige opvattingen en extremiteiten van de andersdenkende beu is. Die grens zijn we inmiddels wel gepasseerd: de open massa wordt weer een gesloten massa. Hij bakent zijn identiteit en zijn grenzen af en formuleert scherp waar zijn territorium eindigt en dat van de ander begint. Zo trekt men zich terug in wat in het vocabulaire van de gedigitaliseerde wereld de ‘Media Echo Chambers’ wordt genoemd. Dat zijn ‘de kamers’ waar gelijkgestemden elkaar opzoeken en hun voorkeuren en opvattingen sterk laten beïnvloeden door zij die tot dezelfde belevingsgroep behoren.

Het zijn horizontale sociale groepen, die de traditionele en verticaal gestuurde media afwijzen en in vele gevallen zelfs volledig vervangen. Het toenemende belang van deze ‘bubbels’, blijkt uit het reguliere onderzoek “Burgerperspectieven” van het Sociaal Cultureel Planbureau: het vertrouwen van jongeren in traditionele media neemt gestaag verder af. Tegelijkertijd wijst men ook de elite van politiek en bestuur af.

Deze trend, die we zouden kunnen zien als nieuwe vormen van verzuiling, wordt behalve door de ruwe dovendialoog in de Tweede Kamer, versterkt en versneld door de toenemende, bijna alomvattende invloed van technologie op ons leven. Met gebruikmaking van algoritmen zijn platformen, zoals Facebook, in staat om onbewuste emoties, connecties en patronen te zien, te analyseren en vast te leggen waarvan het individu doorgaans (nog) geen weet heeft. Daarmee, zo werd in het VPRO-programma “Kwestie van Vertrouwen” duidelijk, worden mensen gaandeweg meer en meer afhankelijk gemaakt van een informatieverwerkende infrastructuur. Die kan ervoor zorgen dat mensen niet meer nieuwsgierig zijn of op zoek gaan naar dat wat buiten hun directe kennis, interesse of belevingswereld ligt, maar dat ze de grenzen van hun horizon laten bepalen door het resultaat van de zoekopdracht die ze bij Google doen.

Zo wordt de mens gedecimeerd tot een informatieorganisme, ook wel een ‘databundel’ genoemd, wat maakt dat technologie een steeds grotere invloed op hem gaat krijgen. Door de aard van het netwerk en de personificering van de technologie kan hem informatie worden geboden die doelgericht op zijn onderbewuste emotionele voorkeuren inspeelt. Hierdoor kan hij beïnvloed, gemanipuleerd en zelfs mentaal omgevormd worden, waarschuwen de critici.

De verleiding van nepnieuws

Wat dat betekent, maakt de wetenschapper Michael Kosinski duidelijk: Facebook Artificial Intelligence kwam erachter dat je gebruikers op basis van hun emoties nepnieuws kunt voorleggen waar ze uren achtereen door geboeid zijn. Voor Facebook AI was dat reden om juist méér nepnieuws te maken, zodat gebruikers langer gebonden worden aan het platform en er dus meer geld kan worden verdiend door plaatsing van advertenties. Technologie dat voor commerciële doeleinden wordt ingezet, maakt het potentiële gevaar van sociale media en platformen duidelijk, omdat zij vooroordelen bevestigen en daarmee zelfs de pijlers van de verlichting ondergraven: de rede, de waarheid en de democratie.

De Griekse wijsgeer Plato leerde ons dat ethiek een kwestie van kennis is: wie het goede kent, kan niet anders dan het goede doen. Maar wat is kennis en wat is het goede nog als de koers en de inrichting van de informatiemaatschappij steeds meer bepaald worden door algoritmen die juist ‘waardevrij’ zijn? Deze algoritmen zijn doorgaans niet geprogrammeerd om ethische, maar om commerciële doeleinden te bereiken.

De rede, waarvan Spinoza zei dat deze deel uitmaakt van de menselijke natuur en mensen stuurt om op basis van samenwerking gedeelde belangen na te streven, zal daar geen deel van uitmaken. En dat is zorgwekkend, want de rede draagt volgens deze grote denker juist bij aan de menselijke emancipatie en aan de gelijkheid van mensen ongeacht hun ras, kleur of religie. Voor aanhangers van verlichtingsdenkers als Spinoza zijn nepnieuws of ‘alternatieve feiten’, zoals die nu door allerhande politieke rattenvangers worden opgediend, dan ook levensbedreigend.

Spinoza’s erfgoed wordt met de sloop bedreigd

De gevaarlijke keerzijden van internet, van zoekmachines en vooral ook van sociale media worden inmiddels wereldwijd onderkend maar een gepast antwoord is er nog niet op gevonden. Het probleem van bedrijven als Google, Facebook, Apple en YouTube is dat je je er door het zogenoemde ‘network effect’ moeilijk aan kan onttrekken: als een dienst of product eenmaal tot wereldstandaard is geworden, dan nemen niet alleen de meeropbrengsten per eenheid product exponentieel toe, maar loopt ook de afstand tot de concurrentie steeds verder op; voor de consument is er dan eigenlijk geen alternatief meer dan deze standaard te aanvaarden. Want afwezig zijn op deze netwerken is geen optie, omdat het de sine qua non is voor economisch en maatschappelijk succes. Het zijn platforms waarop iedereen aanwezig of actief moet zijn, met het gevolg dat de eigenaren ervan als gatekeepers van een nieuwe digitale wereldorde bepalen onder welke voorwaarden de ‘gatekept’ op het platform mogen zijn.

Deze ‘hyperconnectivity’, die bovendien gepaard gaat met een zogenoemde ‘compressie van tijd’, bepaalt steeds meer de concurrentie- en machtsverhoudingen in de wereld, stelt Joshua Cooper Ramo in zijn bestseller “The Seventh Sense”. Ramo denkt dat het allemaal nog veel ‘erger’ wordt, namelijk dat door de opkomst van kunstmatige intelligentie zelflerende machines worden geïntroduceerd die veel sneller, efficiënter en ‘beter’ kunnen beslissen dan de mens ooit heeft gedaan. In ons huidige kapitalistisch stelsel, waarin de vruchten verhoudingsgewijs aan een steeds minder groot aantal mensen ten goede komt, zal het moeilijk zijn om die ontwikkeling te reguleren op een wijze dat zij de hele mensheid dient. Daardoor is het risico groot dat de mens zal terugvallen tot een positie van relatieve onwetendheid, zoals vóór de Reformatie ook het geval was.

Het nieuwe tijdvak dat zich voor onze ogen razendsnel ontvouwt, stelt dan ook het wezen van de verlichting ter discussie: zal de universele waarheid en zal de menselijke autonomie kunnen overleven? Zullen we vastberaden en moedig genoeg blijven om zonder andermans leiding of hulp zelfstandig te blijven denken en te beslissen, zoals verlichtingsdenkers als Spinoza ons hebben opgedragen? In een wereld waarin aanpassing de norm is geworden, wordt de kunst om bij jezelf te blijven misschien wel de grootste uitdaging van deze eeuw.

Spinoza, die de gewetensvrijheid van de mens en de vrijheid van expressie als een fundamenteel bestaansrecht formuleerde, vond deze zo belangrijk dat het doel van de staat de verdediging van de vrijheid tot denken, oordelen en spreken is. Deze fundamentele vrijheid, zo Spinoza, moet de staat met alle middelen verdedigen. Hij maakte daarbij een onderscheid tussen spreken en handelen. Het was dus alleen het recht om overeenkomstig het eigen oordeel te handelen dat alle burgers (in de context van de zeventiende eeuw) hebben overgedragen, maar niet het recht om te redeneren en te oordelen. ‘Zonder het recht van de hoogste autoriteiten aan te tasten kan niemand dus in strijd met hun verordeningen handelen, maar wel denken, oordelen en bijgevolg ook spreken.’ Met andere woorden: als de mens zijn vrijheid zo aanwendt dat hij handelingen doet die indruisen tegen ‘de staat die de vrijheid is’, zoals op het standbeeld staat van Baruch Spinoza bij het stadhuis in Amsterdam, dan moet de staat compromisloos optreden.

Dat geldt voor mensen die gemotiveerd zijn om vanuit radicale ideologieën de staat omver te werpen omdat zij van mening zijn dat de vrije staat ondergeschikt moet zijn aan een bepaalde politieke, religieuze of ideologische overtuiging. Maar hetzelfde zou met de dominante technologische ontwikkelingen van dit moment ook moeten gelden voor bedrijven die uit puur commercieel eigenbelang de ‘staat van de vrijheid’ ondermijnen. Ook zij moeten streng gereguleerd, en indien nodig zwaar bestraft worden als zij de vrijheid ondermijnen of het maatschappelijk vertrouwen omwille van hun eigenbelang ernstig beschamen. Want het erfgoed van Nederlands grootste en meest radicale denker, Baruch Spinoza, wordt vanuit vele stellingen serieus met de sloop bedreigd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.