Eric Hendriks

‘Kaags lezing is één bak clichés’

Door Gastauteur - 05 oktober 2018

Ik beluisterde en las de Abel Herzberg-lezing van D66-minister Sigrid Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en maak me nu grote zorgen. Niet over de bruinhemden, die volgens de minister op het punt staan ons land over te nemen, maar over de oprukkende wansmaak.

Deze bijdrage werd ingezonden door socioloog Eric Hendriks. 

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad

Iedereen schijnt het namelijk een prachtige lezing te vinden. Volgens de NRC heeft Kaag een ‘snaar geraakt’. Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing noemt de lezing ‘zinderend’ en ‘een verademing’. Zelfs Thierry Baudet, die zelf doelwit is van Kaags kritiek, twitterde dat haar ‘mooie, literaire lezing’ ‘beeldend en onderhoudend geschreven’ is. Dat zegt toch wat, als de grote ideologische tegenstander zulke complimenten uitdeelt. Wát je verder ook van Kaags politieke boodschap mag vinden, haar lezing is in elk geval van het hoogste literaire en intellectuele niveau – toch?

Aanstellerige bak clichés

Lees ook het commentaar van Gertjan van Schoonhoven: Lezing Kaag ademde wereldvreemd elitair kosmopolitisme

Nou ik vind Kaags lezing een aanstellerige bak clichés. De minister presenteert zich als de dappere verzetsstrijder van een hoogopgeleide kosmopolitische elite, die het o zo zwaar heeft. Maar de ergste aanstellerigheid schuilt in het ritme van de zinnen zelf. In het ritme van korte zinnen en zinsdelen. Gescheiden door vele pauzes. Pauzes tussen het gesprokene. Pauzes die moeten benadrukken hoe diepzinnig het gesprokene is. Die dramatisch klinken. Maar al snel vervelend worden. Vervelend, omdat het zo pagina’s lang doorgaat. Vervelend, omdat zo’n schokkerige, repetitieve stijl maar een paar zinnen spannend klinkt en daarna vooral lijkt op een literair spraakgebrek.

Kaags centrale beeldspraak is die van de stilte die moet worden doorbroken. Nu blijken er echter ook goede stiltes te bestaan, die een ‘stille kracht’ vormen en daarom juist niet moeten worden doorbroken. Kaag haalt het voorbeeld aan van een stilte op precies het juiste moment in een muziekstuk. O wat een inzicht. Nee, de te doorbreken stiltes zijn uiteraard de slechte stiltes. Deze slechte stiltes zijn ‘oorverdovend’, ‘onheilspellend’, ‘bedreigend’ en ‘wegkijkend’, en blijken de meest verscheiden vormen aan te nemen. Zo heb je bijvoorbeeld: ‘De stilte van het zwijgen, als een totaalverbod op een godsdienstige tekst wordt voorgesteld.’

Stilte doorbreken?

Toch loopt dit wijdlopige exposé uiteindelijk uit op één concrete oproep: we moeten eindelijk de moed opbrengen om de stilte rond het populisme te doorbreken. Partijen als de PVV en het FvD worden namelijk niet of nauwelijks gekritiseerd, maar daar is wel alle reden toe. Kaag legt uit dat ze doen denken aan de bruine jaren dertig. Poe, het is er uit. Ze doorbreekt het zwijgen, door dit dan eindelijk te zeggen.

Hmm, toch is ’t gek: ik meen me te herinneren dat Fortuyn zestien jaar geleden al iets dergelijks over een bruin verleden voor de voeten werd geworpen. En dat we het sindsdien nauwelijks over iets anders hebben dan rechts populisme en de overeenkomsten met de nazi’s. Elke dag is het weer een groot Godwinfeest op Twitter. Ik dacht daarom dat Wilders en Baudet, samen met Stef Blok en Klaas Dijkhoff, tot de meest gekritiseerde mensen van ons land behoorden. Waar is er hier een stilte?

De middelmaat schreeuwt van de daken, de goede smaak is verstomd

Tsja, misschien is ‘de stilte doorbreken’ niet zo’n toepasselijke beeldspraak als je een bekende positie verdedigt in een van de luidruchtigste publieke discussies. Dit geldt trouwens evenzeer voor sommige mensen uit het tegengestelde kamp, die klagen dat er ‘eindelijk eens kritiek op de islam moet komen’. Want daar zou je ook nooit iets over horen. Ja, het is tegenwoordig onder conformisten in de mode om ‘taboedoorbrekend’ te zijn, door precies de dingen te roepen die men binnen het eigen politieke kamp al jaren roept. Het gangbare D66-verhaal – jéétje, wat een taboe!

Maar goed, de middelmatigheid van Kaags lezing viel bijna niemand op. Men was juist luid enthousiast over haar literaire kwaliteiten, dúrf en diepgang. De literaire kwaliteiten van de onpassende beeldspraak. De durf om het bekende D66-verhaal te herhalen. De diepgang van een dramatische toon. Ach, in ons luidruchtige landje, schreeuwt de middelmaat van de daken, terwijl de goede smaak is verstomd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.